in

11 Tips voor silhouetten

Iedereen heeft het wel gehoord: fotografeer niet met tegenlicht. Maar tegenlicht kan juist mooie foto’s opleveren. Wij geven je 11 tips om met silhouetten aan de slag te gaan!

Wil je meer leren over fotografie en ook prachtige foto’s leren maken? Bekijk dan onze Basiscursus Fotografie

1. Tijdstip

Fotografeer tijdens het gouden uurtje (vlak voor de zon ondergaat of opkomt). De zon staat laag aan de hemel en het licht is wat zachter. Door de lage zon kun je makkelijk een object tussen de zon en je camera kunt plaatsen. Staat de zon nog te hoog? Neem dan een lager standpunt in.

(foto: triarc)

2. Compositie

Silhouetten werken het beste bij een rustige compositie. Met weinig afleidende objecten op de achtergrond krijg je duidelijke en krachtige vlakken in beeld. Probeer daarom in een open landschap te fotograferen, zoals een weiland of een strand.

(foto: nemi)

3. Sterke contrasten

Tegenlicht geeft sterke contrasten: een overbelichte achtergrond en het onderwerp onderbelicht. Stel je belichting in op de omgeving. Op deze manier wordt je onderwerp een silhouet. Doe je de lichtmeting op het object, dan krijg je een sterk overbelichte achtergrond en geen silhouet.

(foto: gertjanketel)

4. Dramatisch effect

Je camera zal waarschijnlijk onderbelichten als je lichtmeting op de achtergrond instelt. Wil je het silhoueteffect nog wat zwaarder aanzetten? Onderbelicht dan nog eens met één of twee stops. Hiermee lopen de donkere delen nog meer dicht en krijg je een dramatischer effect.

(foto: rvandijkzl)

5. Bracketingfunctie

Lukt het niet om de goede instellingen te vinden? Speel dan op veilig door in de bracketingfunctie te fotograferen. Je camera maakt een belichtingstrapje en jij kunt makkelijk de best geslaagde belichting uitzoeken.

(foto: lukahoogeveen)

6. Lensflare

Omdat je met tegenlicht fotografeert krijg je snel last van lensflare. Lensflare kan in allerlei kleuren en vormen optreden. De makkelijkste manier om dit te voorkomen is door de lichtbron niet in beeld te zetten (zorg dat je object dus groot genoeg is) of een zonnekap gebruiken. Lensflare hoeft trouwens niet slecht te zijn. Experimenteer eens met je standpunt en verschillende diafragma-openingen voor creatieve lichtvlekken.

(foto: bergr1)

7. Flitser uit

Als je in de automatische stand fotografeert zal de flitser vrijwel altijd geactiveerd worden. Schakel daarom je flitser uit, of nog beter: fotografeer niet in de automatische stand om meer controle over de belichting te hebben.

(foto: niels1985)

8. Schaduw

Aangezien alles van achter wordt verlicht ontstaan er schaduwen richting de lens. Hoe lager de zon zich bevindt, hoe langer en intenser de schaduwen zijn. Doe hier je voordeel mee en probeer eens spannende vormen en lijnen vast te leggen. Dit kan je foto drama en dieptewerking geven.

(foto: sebas30)

9. Niet geheel zwart

Als het licht niet volledig geblokkeerd wordt door je object, bijvoorbeeld in de stad, zal het silhouet niet geheel zwart worden. Op deze manier behoud je wat kleur en detaillering in je foto.

(foto: noutvanderwal)

10. Beeldbewerking

Zijn er nog te veel details foto zichtbaar naar jouw smaak? Maak dan gebruik van de aanpassingslaag niveaus in Photoshop of Elements om de donkere delen nog donkerder te maken. Het is wel belangrijk dat je in RAW hebt gefotografeerd voor het mooiste resultaat met zo min mogelijk kwaliteitsverlies.

(foto: frankdalemans)

11. Wees voorzichtig

Kijk nooit door de optische zoeker naar de zon. Zeker niet als die op z’n felst is. De lens werkt namelijk als een vergrootglas en je loopt het risico op een oogbeschadiging.

(foto: edwin-de-v)

10 handige sneltoetsen in Adobe Lightroom!

Flitsset: van instap tot profi