in

Architectuurfotografie: zo fotografeer je een gebouw

Bijzondere gebouwen oefenen een magische aantrekkingskracht uit. De Burj Khalifa in Dubai of de Markthal in Rotterdam, het zijn extra redenen voor toeristen om een bezoek aan de ene of andere stad te brengen. Het zijn ook fantastische onderwerpen om te fotograferen. Helemaal als je de juiste invalshoek weet te vinden.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Lijnen en Perspectief in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het vastleggen van architectuur en nog veel meer.

Net zoals een echt portret je iets vertelt over de persoon op de foto, geldt hetzelfde voor een echte architectuurfoto. Dat is meer dan zomaar een plaatje van een huis of kantoor. Een goede architectuurfoto vertelt je iets over het gebouw of over de stad of de samenleving waarin het staat. Gebouwen kunnen een uiting zijn van machtsvertoon, van overdadige rijkdom, maar ook van transparantie, fantasie en creativiteit. Ze kunnen je buitensluiten of toegankelijk zijn, afhankelijk van waar ze voor bedoeld zijn. Ze kunnen streng en strak zijn of juist vol bijzondere, speelse details zitten. Er kan een wacht voor staan of er kunnen kinderen in spelen. Licht en compositie, het goede moment, de juiste beeldhoek, het juiste standpunt en zorgvuldige nabewerking kunnen er allemaal voor zorgen dat een simpele registratie van een gebouw verandert in een foto die een emotie overdraagt en een verhaal vertelt.

Bedrieglijk eenvoudig

Een gebouw fotograferen lijkt zo makkelijk. Het staat stil en je hoeft het geen aanwijzingen te geven. Je richt er gewoon je camera op en je drukt af. Maar juist die bedrieglijke eenvoud maakt het zo lastig om een bijzondere architectuurfoto te maken. Met een aantal vuistregels kom je wel een heel eind. Het begint met een idee. Bedenk wat je van het gebouw vindt. Waarom wil je er een foto van maken? Is het de hele structuur van het gebouw of alleen maar een deel van het lijnenspel? Val je voor de mooie details of is het juist het contrast met de gebouwen eromheen dat zo bijzonder is? Daarna ga je op zoek naar een goede compositie. Nu je weet wat je erop wilt hebben, bepaal je waar je gaat staan en welke lens je gebruikt. Wordt het een groothoek voor een overzicht of een lichte tele voor een detail? Wil je wat omhoog, door ergens op een heuveltje of een galerij te gaan staan? Of zoek je een laag standpunt om het gebouw nog indrukwekkender te maken?

Let daarbij goed op allerlei kleine dingen in de omgeving. Zijn die bovenleidingen of geparkeerde auto’s niet heel storend? Krijg je die met een iets ander standpunt weg? En wil je wel of geen mensen in beeld? Het zijn allemaal keuzes die je al kunt maken voor je de camera uit je tas haalt. Zelfs voordat je ernaartoe gaat, krijg je van de meeste projecten al een idee via Google Afbeeldingen. Als je dan toch online bent, kijk gelijk even op Google Maps hoe een project erbij ligt. Heb je veel ruimte of wordt iets omgeven door smalle steegjes? Met Streetview zie je welke kant van het gebouw het interessantst is en op de kaart bekijk je of die kant op het zuiden, oosten of helemaal op het noorden ligt. Aan de hand daarvan bepaal je op welk moment van de dag, dus met welk licht, je het beste kunt gaan fotograferen. Al die voorbereiding helpt. Maar geef jezelf altijd de tijd om ter plekke rond het gebouw te lopen. Als je voor een gebouw staat, vallen je toch vaak weer andere dingen op die heel verrassend kunnen zijn.

Een mooie opname van het prachtige lijnenspel van station Luik. – Marielle de Valk (MARIELLEDEVALK) – ISO 100 · F 7,1 · 1/800 SEC · 22 MM

Perspectief

Als je eenmaal weet wat je op de foto wilt, bepaal je het standpunt en daarmee het perspectief. Naarmate je dichterbij komt, wordt de perspectivische werking sterker. Wil je een lijnenspel benadrukken, dan kan dat met een groothoek heel goed. Wil je ritme en structuur laten zien, dan kun je misschien beter wat meer afstand nemen en een wat langere lens gebruiken.

Wat meer afstand is vaak ook een goed idee als je het hele gebouw in beeld wilt. Anders moet je met een flinke groothoek van heel dichtbij gaan schieten en krijg je heel veel ‘vallende lijnen’ in je foto. Het gebouw lijkt dan achterover te kantelen. Deze vertekening is geen lensfout, maar het gevolg van het perspectief. Dat komt doordat je dichtbij staat en de camera omhoog richt. Gespecialiseerde architectuurfotografen werken met bijzondere apparatuur zoals technische camera’s of tiltshift-lenzen om die vallende lijnen te voorkomen. Opdrachtgevers in de architectuur en de bouwwereld stellen het namelijk bijzonder op prijs als de gebouwen die ze zo zorgvuldig waterpas hebben neergezet, ook mooi recht worden weergegeven. De meeste fotografen zullen niet over zulke apparatuur beschikken. Als je niet professioneel fotografeert, is dat ook niet erg. Fotografeer je vooral voor jezelf, dan hoef je die gebouwen natuurlijk niet per se recht op de foto te zetten. En wil je dat toch, dan kan dat ook nog in de nabewerking. Je maakt het jezelf wel makkelijker door wat verder weg te staan, zodat je achteraf minder hoeft recht te zetten. Als je niet naar achteren kan, dan kun je het perspectief ook lekker overdrijven door bijvoorbeeld recht omhoog langs een gevel te fotograferen. Of ga op zoek naar mooie details. Een opname van een kolommengalerij of een onderdoorgang bijvoorbeeld. 

De nacht zorgt hier ervoor dat je niet alle gebouwen door het glas heen kunt zien, waardoor de nadruk volledig op de constructie komt te liggen. – (FINDER80) – ISO 100 · F 22 · 13 SEC · 16 MM

Het juiste licht

Naast standpunt en lens is licht een belangrijk element voor architectuurfoto’s. Over het algemeen maken we voor architectuurfotografie uitsluitend gebruik van aanwezig dag- of kunstlicht. Vooral in de zomer kan het licht vlak voor voor zonsopgang heel bijzonder zijn, zacht en met een lucht vol mooie kleuren. In de ochtend wordt het licht harder en briljanter, als je tenminste geen wolken hebt. Bij gebouwen met veel glimmende gevelbekleding kan een zachte sluierbewolking juist heel goed werken. Dan krijg je mooie reflectielijnen in plaats van witte, uitgebeten weerspiegelingen van de zon. Midden op de dag is meestal een goed moment voor een kop koffie en het bekijken van je beelden. Het licht is dan vaak flets. In de namiddag, als de zon wat begint te zakken, worden de schaduwen weer langer en wordt het licht warmer. Je kunt het gebouw dan letterlijk eens van de andere kant fotograferen. Het blauwe uurtje rond de avondschemering is prachtig om gebouwen te fotograferen die verlicht zijn of waar binnen veel licht brandt. Gebouwen worden dan mooi transparant en het contrast tussen binnen en buiten is precies goed. Als de lucht richting zwart loopt, wordt het tijd om in te pakken.

Als je gebruikmaakt van zonlicht, hoeft dat niet altijd vol op een gebouw te staan. Strijklicht, waarbij de zon van de zijkant langs een gebouw valt, is vaak heel mooi. Je krijgt dan veel structuur. Ook tegenlicht kan prachtig zijn. Al moet je dan wel wat nabewerking inplannen om de donkere kant van het gebouw iets op te helderen.

Om te bepalen wanneer het licht goed is, heb je twee verschillende soorten apps nodig. Eentje dat het weer voorspelt en eentje voor de zonnestand op een bepaald tijdstip in een bepaalde periode. Weerapps zijn er in overvloed. Kies er eentje die je vertrouwt. Met een app als Buienradar kun je live ook nog regenbuien en wolken zien aankomen, zodat je ter plekke kunt besluiten om te wachten op een beetje zon of dat je beter morgen terug kunt komen. Voor de zonnestand heb je apps als Sun Surveyor of The Photographers Ephemeris. Hiermee zie je hoe laat de zon opkomt en ondergaat, hoe lang de schaduwen zijn op een bepaald moment van de dag en vanaf welk tijdstip de zon op die westelijke gevel staat.

Statief

Voor professionele architectuurfotografen is het eigenlijk geen vraag: wel of geen statief. Voor de hoogste kwaliteit gebruik je een statief. Maar er zijn meer goede redenen om een statief te gebruiken. Zo kun je de camera beter waterpas zetten. Bovendien kun je werken met allerlei bijzondere technieken. Je kunt bijvoorbeeld een reeks opnames maken die je later kunt gebruiken om storende zaken als mensen of auto’s weg te poetsen. Je kunt verschillende belichtingen maken om te grote contrasten in de nabewerking te overbruggen. Heel handig voor interieurs. Voor avond- en interieurfotografie heb je sowieso een statief nodig om lange sluitertijden te kunnen gebruiken. Sommige camera’s beschikken tegenwoordig over een high-res-stand, voor hogere scherpte en detaillering. Die werkt vaak prima met gebouwen, maar ook daar heb je weer een statief voor nodig. Hetzelfde geldt voor de techniek hdr, omdat je daarvoor verschillende belichtingen nodig hebt. Neem voor de zekerheid dus altijd een statief mee.

Je krijgt niet alleen vallende lijnen als je de camera omhoog richt, maar ook als je hem omlaag richt. Hier versterken de lijnen het gevoel van diepte. Het werkt doordat het beeld grafisch heel sterk is. – (HOUDOEX)- ISO 640 · F 4,5 · 1/50 SEC · 12 MM

Nabewerking

In de nabewerking zet je de puntjes op de i en komt je foto pas echt tot leven. Dat begint bij het wegwerken van eventuele lensfouten. In een programma als Lightroom is dat een kwestie van automatische lenscorrecties toestaan en het vakje aanvinken waarmee je chromatische aberraties verwijdert. Daarmee zijn lelijke kleurrandjes, lichtafval en de hinderlijke tonvormige vertekening van vrijwel alle groothoeken verleden tijd.

Na het wegwerken van de vertekening worden rechte lijnen weer recht. Pas dan is meestal goed te zien of een gebouw recht staat. Vrijwel alle software en de meeste beeldbewerking-apps voor hebben wel een mogelijkheid om scheefstand te corrigeren. In Lightroom kies je bij de Transform Tool of je alleen de horizontale of verticale lijnen recht wilt zetten of beide. In andere programma’s moet je soms zelf een lijntje trekken om aan te geven wat er precies recht moet staan. Het mooie van de functie in Lightroom is dat het programma gebouwen die achterover lijken te vallen, aan de bovenkant niet alleen maar in de breedte oprekt. Lightroom maakt ze ook wat langer. Zo kloppen de verhoudingen beter. Het gevolg is wel dat je niet alleen links en rechts wat van je beeld kwijt raakt, maar ook boven en onder. Zorg dus dat je voldoende ruimte rondom je onderwerp hebt. Werk je met een zoom, maak dan ook een paar opnames extra met wat meer groothoek dan je denk nodig te hebben. Heel vervelend als je terug moet naar Dubai of New York omdat je je opname net iets te krap had opgenomen. Nadat je alle fouten hebt weggewerkt en je het perspectief hebt gecorrigeerd, is het moment aangebroken om de opname je eigen stijl mee te geven. Druk die lucht eens lekker door, verhoog of verlaag het contrast, kloon storende details weg, verwijder kleurzwemen of benadruk ze juist. Maak hier je eigen keuzes en vertel je eigen verhaal.

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Lijnen en Perspectief in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het fotograferen van architectuur en nog veel meer.

Zo leer je onder andere:

  • Alles over lijnenspel en verdwijnpunten
  • De beste composities voor gebouwen
  • Welke camera’s en objectieven je kunt gebruiken
  • Een aantal extra creatieve trucs

Bekijk hier de volledige Cursus Lijnen en Perspectief.

Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Black Friday 2021 komt er wederom aan met flinke kortingen voor spiegelreflexcamera’s

3 fotolocaties om slangen te fotograferen