in

Beginnen met vogelfotografie: de verschillende soorten tele-objectieven uitgelegd

Veel enthousiaste vogelfotografen lopen tegen de grenzen van hun kitlens aan. Ze willen de vogels dichterbij kunnen halen. Het liefst heel dichtbij! En dan kom je al snel uit bij een teleobjectief. We leggen je uit wat een teleobjectief is, hoe je het gebruikt en welke mogelijkheden het biedt.

Een teleobjectief of ‘telelens’ is een objectief met een grote brandpuntsafstand (zeg maar de vergrotingsfactor) en een kleine beeldhoek. Met een teleobjectief kun je onderwerpen die ver verwijderd zijn beeldvullend fotograferen en ongewenste elementen buiten beeld laten. In feite zie je het onderwerp als door een verrekijker.

Teleobjectieven kun je voor de meest uiteenlopende soorten fotografie gebruiken. Uiteraard voor vogelfotografie, omdat vogels lastig te benaderen zijn, maar dat geldt ook voor sporters op een sportveld, andere schuwe dieren in de natuur of muzikanten op een concertpodium. En er zijn nog veel andere toepassingen, zoals portretten, macro fotografie, straatfotografie en zelfs landschapsfotografie.

Soorten

De verschillende soorten teleobjectieven hebben elk hun eigen toepassingen en voor- en nadelen.

  • Korte teleobjectieven (55-135 mm) zijn als allround lenzen ideaal voor portretten, huisdieren en straatfotografie. Ze zijn vaak goed betaalbaar, niet zo zwaar of groot en ze zijn breed inzetbaar voor onderwerpen die goed te benaderen zijn. Het zijn echte multifunctionele werkpaarden. Deze lenzen zijn misschien niet zo geschikt om vogels in een natuurgebied te fotograferen, in je achtertuin of in het park kun je er prima mee aan de slag.
  • Middellange teleobjectieven (135-300 mm) zijn geschikt voor wildlife (grotere zoogdieren en redelijk benaderbare dieren), landschappen, sportfotografie, evenementfotografie en macro. Deze objectieven variëren nogal in prijs. Zo zijn lichtsterke modellen vaak duur en zwaarder, maar geven wel zichtbaar betere resultaten.

Superteleobjectieven (vanaf 300 mm) zijn geschikt voor spectaculaire vogels in het wild. Denk aan zee-arenden of een ijsvogel van grote afstand heb je het beste bereik. Superteleobjectieven zijn vaak groot, erg duur en zwaar. Voor een optimaal resultaat is een statief nodig.

Creatieve eigenschappen

Een teleobjectief heeft bepaalde creatieve eigenschappen. Zo kun je er het perspectief in je foto’s mee ‘plat drukken’. Met een teleobjectief lijkt alles in je zoekerbeeld vlakbij elkaar te liggen: onderwerpen die zich achter elkaar bevinden, kunnen zelfs even groot lijken. Daar kun je slim gebruik van maken als je bijvoorbeeld een landschap fotografeert. In een ‘platgeslagen’ scène krijgen structuren, vlakken, patronen, vormen en lijnen extra nadruk.

Fotografeer je grote groepen vogels? Dan lijkt de groep ineens veel groter en massiever. Geoefende fotografen maken vaak gebruik van deze strategie.

Daarnaast kun je met teleobjectieven creatief spelen met de scherptediepte (de dichtstbijzijnde en verste punten die nog scherp zijn). Met een geringe scherptediepte vervagen de voor- en achtergrond. De vogel die je fotografeert krijgt zo alle aandacht en spat van de foto af. Spelen met scherptediepte is erg belangrijk bij vogelfotografie, maar bijvoorbeeld ook bij portretten, macro en dierenfotografie. Het geeft je controle over je compositie.

Probeer het zelf maar eens: fotografeer een vogel eens met een groot diafragma (klein F-getal) en daarna met een klein diafragma (groot F-getal). Op de eerste foto is alleen de vogel scherp en zie je de voor- en achtergrond wazig. Op foto twee zal veel meer van je compositie scherp zijn. Bij een groothoekobjectief krijg je bij een groot diafragma ook onscherpte, maar met een teleobjectief is de scherptediepte veel kleiner. Je krijgt dus sneller een mooie wazige achtergrond.

Cropfactor? Extra bereik

De meeste consumentencamera’s hebben een beeldchip die 1,3 tot wel 2 keer kleiner is dan het formaat van de vroegere kleinbeeldfilm (36×24 mm). We noemen dat de ‘cropfactor’. Door die kleinere sensor wordt niet de hele compositie gefotografeerd, maar knipt (cropt) de sensor alleen het middelste stuk eruit. Een beetje alsof je door een toiletrol kijkt. Als je veel op je foto wilt zetten, is dat een nadeel.

Als je onderwerpen juist dichtbij wilt halen, zoals met een teleobjectief, werkt de cropfactor in je voordeel. Fotografeer je met een 200mm-lens op een 1,6x-cropcamera? Dan fotografeer je op 200 mm en zoom je ook nog eens 1,6 keer in op dat beeld. Feitelijk fotografeer je dus op 200×1,6=320 mm. Met andere woorden: een teleobjectief op een cropcamera geeft extra zoombereik. Mooi meegenomen in veel gevallen!

Zoom versus Prime

Teleobjectieven kun je onderscheiden in zoomobjectieven en primes. Een zoomobjectief bevat in feite een hele serie brandpuntsafstanden. Een ‘prime’ heeft één vast brandpunt, zoomen kan dus niet. Een veelzijdig zoomobjectief lijkt de beste keus. Toch gebruiken professionele fotografen meestal primes.

Telezooms mogen dan veelzijdiger, goedkoper en laag in gewicht zijn, ze zijn ook vaak minder lichtsterk. Daardoor hebben ze in situaties met weinig licht (schemer, ochtendgloren, binnenshuis) veel langere sluitertijden nodig en dat maakt ze minder geschikt voor snel vliegende vogels, sport, wildlife en evenementen. Ze kunnen de snelle actie immers niet goed bijhouden.

Tele-primes zijn in de regel scherper, lichtsterker en focussen sneller. Ze zijn dus beter geschikt voor actiefotografie bij uitdagende lichtomstandigheden. Fotografeer je vaak vogels bij slecht licht? Spaar dan voor een prime. Fotografeer je hoofdzakelijk bij daglicht? Overweeg dan de aanschaf van een zo lichtsterk mogelijke zoomlens en accepteer dat je niet altijd alles kunt vastleggen. Deze keuze scheelt je veel geld en gezeul met grote lenzen.

Superzoomobjectieven vormen een aparte en populaire categorie in de wereld van de zoomobjectieven. Ze zijn klein, laag in gewicht en beslaan het hele bereik van groothoek tot middellange tele. Ranges van 18 tot 270 mm zijn geen uitzondering meer. Handig toch? Hoef je niet meer van lens te wisselen en heb je elke brandpuntsafstand binnen handbereik!

Inderdaad, superzooms zijn praktisch in sommige situaties waarbij elke gram telt, zoals tijdens backpack-vakanties, wandelreizen of tijdens het bergbeklimmen. Maar die enorme reikwijdte heeft ook nadelen. Zo is de vervorming groot in het groothoek- en telebereik, focussen de lenzen vaak traag, zijn ze lichtzwak, is absolute scherpte in je foto’s vaak lastig te realiseren, leveren ze vaak wat fletse beelden en treedt er snel ‘chromatische aberratie’ op (sterke contrasten in je foto’s krijgen een lelijke paarse of blauwe gloed). Weeg deze nadelen dus af tegen de voordelen. In de regel geldt: hoe minder zoombereik, des te beter de optische kwaliteiten.

Teleconverters: magische lensverlengers?

Een teleconverter of extender is een ring met daarin een lenselement die je tussen je objectief en je camera plaatst om de brandpuntsafstand te vergroten. De gangbare teleconverters vergroten die afstand met een factor 1,4, 1,7 of 2. Met een 1,4x-converter verander je 200 mm dus in 280 mm. Met een 2x-converter krijg je zelfs een 400 mm-objectief.

Voordelen: converters wegen vrijwel niets en zijn een goedkope manier om meer vergroting te krijgen. Nadelen zijn er ook. Door de extra lenselementen van de converter treedt lichtverlies op. Met een 1,4x-converter is dat één stop, met een 2x-converter zelfs twee stops. Een objectief met een maximale opening van F 4 wordt met een 1,4x-converter een F 5,6-objectief en met een 2x-converter zelfs een F 8. Je sluitertijden worden daardoor dus behoorlijk langer en het risico op bewogen foto’s groeit.

Verder beïnvloeden converters de optische kwaliteiten van je objectief nadelig. Kwalitatief goede converters geven dus eigenlijk alleen goede resultaten met kwalitatief goede teleobjectieven. Ten slotte passen teleconverters maar op een beperkt aantal objectieven. Controleer dus altijd of je objectief geschikt is voor een converter, voordat je deze daadwerkelijk aanschaft!

Beeldstabilisatie en cameraondersteuning

Teleobjectieven zijn gevoelig voor bewegingsonscherpte. Het stilhouden van een lang, zwaar objectief is niet eenvoudig. Je ademhaling, je hartslag, de wind, de temperatuur, de ondergrond, het gewicht en de lengte van je objectief: allemaal beïnvloeden ze je vaste hand. Door veel te oefenen kun je een vastere hand trainen, maar er is een grens. Daarna zul je je heil in hulpmiddelen moeten zoeken.

Een vuistregel bij teleobjectieven is dat je sluitertijd gelijk of groter moet zijn dan de brandpuntsafstand van de lens. Een voorbeeld: als je met een lens van 200 mm fotografeert, zul je dus met een sluitertijd van 1/200 of sneller moeten werken. Doe je dit niet, dan loop je meer kans op bewogen foto’s.

De meeste fotografen kunnen bij voldoende daglicht nog uit de hand fotograferen met een 300mm-objectief. Daarboven ontstaan problemen. Om dit tegen te gaan zul je met statief moeten werken, hier gaan we in de volgende paragraaf dieper op in.

Gebruik je geen statief, dan is het verhogen van de iso-waarde van je camera een redmiddel voor scherpe foto’s. Door de iso-waarde te verhogen, maak je de beeldchip lichtgevoeliger en dat zorgt weer voor kortere sluitertijden en scherpere foto’s. Bedenk wel dat dit een prijs heeft. Hoge iso-waarden maken je foto’s flets, zorgen voor minder contrast en kleurruis. De beste aanpak is dus een combinatie van goede ondersteuning, camerabeheersing en een behoudende iso-waarde!

Voor het eerst fotograferen in je thuisstudio: dit zijn de eerste stappen

Fotograferen tijdens het gouden uurtje: deze apparatuur is essentieel