in

Bepaal zelf welk deel van je foto scherp is


3 juli 2015, 12:00

Een belangrijke vaardigheid bij fotografie is het leren om focus te leggen op het onderwerp in de foto. Deze focus kun je op verschillende manieren bereiken. Eén van de manieren om focus te creëren is door gebruik te maken van (een beperkte) scherptediepte. Hoe werkt dat? Toine Westen legt het je uit.

Allereerst een korte uitleg over scherptediepte. De scherptediepte is dat gebied in de foto dat je als scherp ervaart. Eigenlijk is alleen het punt waarop je scherp hebt gesteld ècht scherp. Maar ook een gebied voor en achter dit punt ervaar je als scherp, ook al is het dat eigenlijk net niet.

De scherptediepte wordt door een aantal factoren beïnvloed:

1 – het gekozen diafragma,
2 – de scherpstelafstand en
3 – de brandpuntsafstand

Diafragma

Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht die door je lens op de sensor valt. Zet je het diafragma helemaal open, dan valt er veel licht naar binnen. Maak je het diafragma heel klein, dan komt er maar weinig licht in de camera.

Bij een kleine opening (weergegeven door een groot getal, bijvoorbeeld F/22) wordt het licht gebundeld en wordt een groot deel in de foto als scherp ervaren. Bij een grote opening (met een klein getal, bijvoorbeeld F/2.8) wordt het licht veel meer verspreid en oogt slechts een klein gebied scherp.

De linker foto is gemaakt met een diafragma van F/2.8 (grote opening) en de rechter foto met F/8.0 (kleinere opening). In beide foto’s is scherpgesteld op de gele bloem. Het is duidelijk dat de achtergrond in de linker foto veel minder scherp is dan in de rechter, waardoor de gele bloem meer nadruk krijgt.

Scherpstelafstand

Wanneer je scherp stelt op iets dat dicht bij de camera is, dan is het effect van het gekozen diafragma heel goed zichtbaar. Dit is bijvoorbeeld het geval bij macrofotografie. Stel je scherp op iets dat ver weg is, bijvoorbeeld een berg in een landschap, dan is het effect van het gekozen diafragma veel minder duidelijk.

Ook hier is de linker foto gemaakt met een diafragma van F/2.8 en de rechter foto met F/8.0. Maar door de grotere scherpstelafstand is het verschil tussen deze diafragma’s minder goed zichtbaar dan in bovenstaand voorbeeld.

Brandpuntsafstand

De brandpuntsafstand is de afstand tussen het optische midden van een lens en de sensor. Bij een 24-70 mm objectief kan deze afstand dus variëren van 24 mm tot 70 mm. Hoe kleiner dit getal is, des te groter is de hoek en daarmee het beeld dat je kunt fotograferen. Hoe groter het getal, des te verder kun je inzoomen op je onderwerp.

Hoe verder je inzoomt, des te meer detail zie je in het scherptegebied. Hierdoor lijkt de scherptediepte kleiner bij een grotere brandpuntsafstand.

Beide foto’s zijn gemaakt met dezelfde instellingen (met een diafragma van F/2.8) en scherp gesteld op de wortels van de omgevallen boom. Het enige verschil is dat de linker foto is gemaakt met een brandpuntsafstand van 24 mm en de rechter met 150 mm, waardoor een kleiner gebied scherp oogt in de rechter foto.

Hoe maak je gebruik van de scherptediepte?

Je oog gaat automatisch naar dat deel in de foto dat als scherp ervaren wordt. Hier kun je handig gebruik van maken wanneer je focus wilt leggen op een bepaald deel van de foto.

Kies je bijvoorbeeld voor een beperkte scherptediepte (waarbij dus slechts een klein deel van de foto scherp oogt) en leg je de scherpte precies op je onderwerp? Dan wordt het oog van de kijker automatisch naar het onderwerp getrokken. Hiervan wordt bijvoorbeeld vaak gebruik gemaakt bij portretten.

Wil je juist graag verschillende elementen laten zien in je foto, die samen het verhaal vertellen? Kies dan een grote scherptediepte, zodat het oog van de kijker over de verschillende elementen kan dwalen. Zoals bijvoorbeeld in een landschap.

Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Een blauwe lucht met Photoshop Elements

Inspiratie: Urban exploration in Russische ruimtehangar