in

Bewegingsonscherpte in de achtergrond creëren in Photoshop

Het vastleggen van beweging en actie is soms een ware kunst en vraagt van de fotograaf vergaande skills. Zo kun je pannen, meebewegen met je onderwerp, waarmee je de achtergrond voorziet van bewegingsonscherpte. Dat is niet altijd mogelijk, maar gelukkig kun je die beweging wel in de nabewerking toepassen. Hiervoor gebruiken we in dit artikel Adobe Photoshop (versie 22.3).

Raw-bestand downloaden

Om deze stappen precies te kunnen volgen, krijg je van ons het raw-bestand dat we hier bewerken. Je kunt dit downloaden via: www.tiny.cc/bewact

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Beweging en Actie in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het vastleggen van deze gevleugelde modellen en nog veel meer.

Een vrij statische foto van een meeuw in vlucht als basis.

Talloze meeuwen schoten voor ons langs aan het strand bij Katwijk. Door de juiste sluitertijd en scherpstelling konden we de vogels prima vastleggen. Maar het door sluitertijd bevroren onderwerp suggereert weinig snelheid meer. Die snelheid halen we terug in onze nabewerking. We gaan met name aan de slag met de achtergrond. Die gaan we een bewegingskarakter geven, waardoor de meeuw een snellere vlucht lijkt te maken. Aan de slag met Photoshop!

Camera Raw

Na het openen van de foto in Adobe Photoshop, kom je automatisch in Camera Raw terecht. Dit is de module binnen Adobe Photoshop om het raw-bestand te kunnen ontwikkelen. Aangezien de foto in de basis prima is qua scherpte, belichting en andere facetten, zullen we de foto niet ontwikkelen. Klik daarom op Openen, rechtsonder om Camera Raw te beëindigen en de foto te openen in het hoofdvenster van Photoshop.

Het raw-bestand opent automatisch in Camera RAW.

Laag kopiëren

Het doel van deze bewerking is het vervagen van de achtergrond zonder dat de vogel wordt aangetast. Om de vogel te beschermen tegen onze rigoureuze aanpassingen, knippen we de vogel straks uit. Maar voordat we die handeling doen, gaan we eerst aan de slag met onze lagen.

Rechtsonder in je hoofdscherm van Photoshop vind je het lagenpaneel. Daar zie je op dit moment één enkele laag met de naam Achtergrond. Zie je het lagenpaneel niet, druk dan op F7 op je toetsenbord. We gaan nu een kopie van de achtergrondlaag maken. Klik met je rechtermuisknop op de laag Achtergrond en kies in het menu dat zich opent voor Laag dupliceren. Direct daarna kun je een naam opgeven voor de nieuwe laag. Wij geven die laag de naam Bewegingsonscherpte. Klik op OK. Je laag verschijnt nu boven de laag Achtergrond in het lagenpaneel.

De achtergrond wordt gedupliceerd en krijgt een nieuwe naam.

Vrijstaand maken

De volgende stap in deze bewerking is het vrijstaand maken van vogel. Deze knippen we uit. Hiervoor kent Photoshop talloze werkwijzen. Wij kiezen voor het instrument Object selecteren. Dit is het vierde icoontje van bovenaf in je instrumentenpaneel aan de linkerzijde van je scherm. Zie je daar niet het juiste icoontje staan? Klik dan met je rechtermuisknop op dat icoontje. Je zult ’m dan alsnog op die plek kunnen vinden.

De tool Object selecteren is het vierde pictogram van boven in je instrumentenpaneel.

Nu je de tool Object selecteren hebt geactiveerd, zie je boven in je scherm het woord Modus. Kies daar voor Rechthoek. Trek nu met ingedrukte muisknop een kader om de meeuw. Zodra je de muisknop loslaat, zullen er stippellijnen als selectiemarkering om de meeuw verschijnen. Een grove selectie van de vogel is hiermee gemaakt.

Na het loslaten van de muisknop verschijnen er selectielijnen verschijnen rondom de meeuw.

Selectie perfectioneren

Als je goed kijkt, zie je dat de selectie niet perfect is. Er ontbreken stukken in de gemaakte selectie en op andere plekken is er juist teveel geselecteerd. We moeten onze selectie dus nog perfectioneren. Klik daarom op Selecteren en maskeren boven in je scherm aan de rechterzijde. Hiermee wordt een nieuw venster geopend. In dat venster kunnen we stukken van de vogel aan de selectie toevoegen of verwijderen. Om goed en secuur te kunnen werken, is het noodzakelijk dat je goed kunt zien wat er gebeurt. Rechtsboven in het venster zie je Weergavemodus met daaronder achter het woord Weergave een dropdownmenu. Zorg dat je in dat dropdownmenu kiest voor de weergave met de rode overlay. Dit zie je nu ook terug in je weergave van de foto. Alles wat niet binnen de selectie valt, wordt rood gemarkeerd.

Preciezer selecteren gaat het beste met behulp van de rode overlay.

Aan de linkerkant van het scherm zie je bovenin een aantal kwasten of penselen. Met name het tweede en derde penseel (van bovenaf gezien) hebben we nodig.

Met het tweede penseel kunnen we de randen verfijnen. Selecteer dat penseel door erop te klikken. In de balk boven in je scherm kun je de grootte van het penseel aanpassen. Ook kun je daar met het plusteken en minteken kiezen of je delen van je afbeelding bij de selectie wilt betrekken of er juist uit wilt halen. Ga met het ingeschakelde tweede penseel langs de randen van de meeuw. De selectie langs de randen wordt nu beter. Grovere fouten herstel je met het derde penseel. Zorg dat de meeuw tot in detail wordt geselecteerd.

Kies voor een uitvoer naar een nieuwe laag met laagmasker.

Als het verfijnen van je selectie tot in perfectie gelukt is, scrol je aan de rechterzijde van het venster helemaal naar beneden, tot je Uitvoerinstellingen bereikt. Open nu met het pijltje voor dat woord het subpaneel. Kies bij Uitvoer voor Nieuwe laag met laagmasker. Klik vervolgens op OK. Het venster sluit zich en je keert terug naar het hoofdscherm van Photoshop.

Nu je terug bent in Photoshop, kun je een blik werpen op het lagenpaneel. Als je de handelingen juist hebt uitgevoerd, zie je nu een nieuwe laag bovenop de twee bestaande lagen. Die nieuwe laag bestaat uit de uitgesneden meeuw.

In je lagenpaneel zie je een nieuwe laag met de uitgeknipte meeuw.

De juiste laag gebruiken

Nu de meeuw veilig is gesteld, kunnen we aan de slag met de achtergrond. Kijk hiervoor goed naar je lagenpaneel. Voor de afzonderlijke lagen is het mogelijk om het oogje aan of uit te zetten. Hiermee laat je een bepaalde laag wel of juist niet meedoen in de huidige weergave. De bedoeling is om de oogjes van de bovenste en onderste laag uit te schakelen. Dit kun je doen door erop te klikken. Zet het oogje voor de middelste laag juist aan! Klik vervolgens ook één keer op de laagnaam Bewegingsonscherpte zodat die betreffende laag actief is. De enige laag die nu zichtbaar is én actief is, is dus de laag Bewegingsonscherpte.

De laag Bewegingsonscherpte is actief én zichtbaar.

De vogel tijdelijk laten verdwijnen

We willen nu de achtergrond vervagen en voorzien van een bewegingsonscherpte. Maar dat kunnen we niet klakkeloos doen, want de meeuw in deze laag zou hiermee ook vervagen. Als we vervolgens de laag met de uitgeknipte meeuw er dan bovenop zouden plakken, krijgen we vreemde randen. Daarom moet je uit de huidige laag de vogel volledig laten verdwijnen. Gelukkig is dat simpeler dan je denkt.

Kies aan de linkerzijde van je scherm voor het instrument Lasso. Dit is het derde icoontje van boven. Zie je hem niet? Gebruik dan je rechtermuisknop om uit het keuzelijstje de lasso alsnog op te roepen. Trek nu met ingedrukte muisknop een grove selectie om de meeuw. Dat hoeft niet nauwkeurig. Je mag dus ruim om de vogel de lijnen trekken. Laat na het selecteren de muisknop los en ga met je muisaanwijzer in de selectie staan. Klik nu met rechts op de vogel om het contextmenu op te roepen. Kies hier optie Vullen.

Na het selecteren kies je voor de optie Vullen.

Nu opent er een dialoogvenster. Kies bij Inhoud voor Inhoud behouden en zet de dekking op 100%. Klik op OK. De meeuw is nu verdwenen en vervangen door de zee en de golven. Je zult wel nog wat contouren zien van de oorspronkelijke vogel, maar dat was ook exact de bedoeling!

In het dialoogvenster Vullen kies je voor Inhoud behouden en een dekking van 100%.

Bewegingsonscherpte

Tot slot passen we de magie van de bewegingsonscherpte toe. Kies via het menu boven in je scherm voor Filters / Vervagen / Bewegingsonscherpte. Wederom zal er een dialoogvenster openen. In dat venster stel je de bewegingsonscherpte in. Kies bij Hoek voor 1 en bij Afstand voor een waarde van 233. Klik op OK. Je achtergrond heeft nu de befaamde bewegingsonscherpte gekregen in de vorm van een streperig karakter, net alsof we de camera meebewogen hebben met het onderwerp. Perfect!

Het dialoogvenster Bewegingsonscherpte met onze instellingen.

De vogel mag terug!

Nu kun je de meeuw weer terugplaatsen in de foto. Ga hiervoor naar het lagenpaneel en zet het oogje van de bovenste laag aan. De vogel met al haar snelheid is terug!

Zet de bovenste laag in het lagenpaneel weer aan zodat de meeuw weer terugkeert in de foto.

We hebben de lagen nu niet meer nodig. Als je wilt, kun je nu alles dus samenvoegen tot één laag. Dat doe je via Menu / Laag / Eén laag maken. Mocht je de vraag krijgen of je verborgen lagen wilt verwijderen, kies dan gewoon voor OK.

Voeg eventueel alle lagen samen tot één laag.

Het eindresultaat: de meeuw lijkt veel meer in beweging!


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

De uitzondering op de regel: handmatig scherpstellen bij sportfotografie

Een hoog dynamisch bereik: het stappenplan voor een HDR-foto in de avond