in

Bokeh in de praktijk: zo krijg je het op de foto


22 juli 2020, 09:24

Het kan soms nog een kunst zijn om de juiste bokeh in je foto te krijgen. We helpen je verder met een aantal tips en tricks!

De bolletjes in de achtergrond

Je komt de term bokeh vaak tegen bij foto’s waarin lichtvlekken in de onscherpte groter worden weergegeven. Denk maar eens aan portretfoto’s die in de avond zijn gemaakt, met de lichtjes van een stad op de achtergrond.

Deze bolletjes worden vaak aangeduid als bokeh. Na het lezen van het bovenstaande weet je dat dit feitelijk niet juist is. Toch is er wel een link met bokeh. Het is namelijk afhankelijk van de lens (en diens bokeh-eigenschappen) hoe de lichten in de achtergrond worden weergegeven: hoe beter de lens, hoe perfecter de cirkels van die lichtjes zijn. Bij minder goede lenzen worden de lichtjes weergegeven als veelhoeken in plaats van cirkels, of zijn ze ovaal van vorm. Vaak wordt een ovale afwijking ook groter naarmate de lichtjes zich aan de randen van de foto bevinden.

Ook je huisdier doet het goed voor een bokeh-achtergrond. Hier is een eigen ‘diafragma’ (filter) gecreëerd met een vorm, zodat de bokeh ook deze vorm aanneemt.

Foto: Marloes van Antwerpen (marloeshi.zoom.nl)

Het fotograferen van lichtvlekken

Hoe kun je dit fenomeen het beste in een foto krijgen? Als eerste is het natuurlijk belangrijk om onscherpte te creëren. Dit kun je het beste doen door:

een zo groot mogelijk diafragma te gebruiken (klein diafragmagetal)
heel dicht op je onderwerp te kruipen
veel afstand te houden tussen je onderwerp en de achtergrond
een lange brandpuntsafstand te kiezen.

De bolletjes in de onscherpte kunnen ook stralen als het onderwerp! Gemaakt met een vintage Helios 44-2-lens met adapter en tussenringen.

Foto: Marco Jongsma (marcojongsma.zoom.nl)

Het diafragma is het beste handmatig in te stellen. Zet hiervoor de camera in de manuele stand of op stand voor diafragmavoorkeuze. Kies een klein getal om een zo groot mogelijk diafragma te krijgen en de daarbij behorende onscherpte in de achtergrond.

Lukt het niet om bij het grootste diafragma een onscherpe achtergrond te krijgen, maak dan de afstand tussen onderwerp en achtergrond groter, of de afstand tussen de camera en het onderwerp kleiner.

Het resultaat is een onscherpe achtergrond. Als deze achtergrond egaal verlicht is, zul je nog geen bokeh-rondjes in de foto zien. Wat hiervoor nodig is, zijn sterke lichtcontrasten in de achtergrond. Ofwel: vlekjes die veel lichter zijn dan de rest van de achtergrond. Een mooi voorbeeld hiervan is de verlichting van een kerstboom in de achtergrond, deze heeft heel veel lichte vlekjes. Of van een verlichte stad in de achtergrond van een portretfoto in de avond.

In sommige gevallen kan het gekozen diafragma ook nog van invloed zijn op de vorm van de vlekken en dus de Bokeh. Het is een kwestie van experimenteren met jouw lens om te zien hoe groot deze invloed is.

Leuke effecten

Als je hier een aantal keren mee geoefend hebt krijg je vanzelf gevoel bij wat je kunt bereiken met jouw camera en lens. Je kunt er daarna bewust mee gaan spelen. Zoek een achtergrond met lichtvlekjes die voldoende contrast met de omgeving hebben, of creëer deze achtergrond zelf met bijvoorbeeld lampjes. Of zoek wat reflecterend materiaal (bijvoorbeeld aluminiumfolie, kralen of juwelen) en richt daar een ledlampje of een zaklamp op. Tegenlicht is hierbij je vriend.

Eén van de mooiste achtergronden in de macrofotografie is wanneer je buiten bent en er dauwdruppels op de planten zitten. Als er zonlicht op deze druppels valt, dan kun je een zee aan lichtjes in de achtergrond zien. Zeker als je onderwerp iets minder licht vangt en je tegen het licht in fotografeert. Je hebt dan een waar feestje om te oefenen met deze technieken.

Zijn er geen dauwdruppels, maar heb je wel voldoende zonlicht op de achtergrond? Dan kun je natuurlijk ook zelf deze druppels maken door de achtergrond te besproeien met bijvoorbeeld een plantenspuit.

De reflecties van het licht creëren de bokeh-bolletjes in de achtergrond. Ze vormen een mooie aanvulling op andere ronde vormen die in de voorgrond en in het onderwerp te vinden zijn. Zo completeren ze de foto.

Foto: Nieske Siepel-Bakker (bnn.zoom.nl)

Waarom je niet altijd een full-frame camera hoeft te kiezen

De belichtingsdriehoek deel 1: diafragma