in

Bosfotografie in de lente: leg de ontluikende natuur vast

Hoe mooi winterse plaatjes ook kunnen zijn, zodra de lente aanbreekt, krijgt elke fotograaf de kriebels om eropuit te gaan en de ontluikende natuur in al haar facetten vast te leggen. We geven je tips, zodat jij straks thuiskomt met de mooiste lentebeelden van het bos.

Hoewel de lente meteorologisch gezien al in maart begint, breekt de echte lente voor ons gevoel pas aan in april. Ondanks dat het weer nog onstuimig kan zijn (april doet immers wat-ie wil), is er in de bossen dan al duidelijk sprake van een ander seizoen.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Bosfotografie in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het maken van de beste bosfoto’s en nog veel meer.

Alles frisgroen en in bloei … De lente nodigt uit om te gaan wandelen. Door het comprimerend effect van een telezoom-objectief krijg je meer atmosfeer op de foto, wat in het bos de dieptewerking versterkt.

Jeroen Lagerwerf (jlfoto)
Sony A7R III · ISO 50 · F 11 · 2,5 SEC · 157 MM

Weer of geen weer

Het weer kan zoals gezegd in maart en april nog wisselvallig zijn. Dat kan positief uitpakken. Als een regenachtige dag wordt opgevolgd door een heldere dag, kan in de vroege ochtend nog mist ontstaan. In bossen die nabij beekjes of vochtige weilanden liggen, is de kans daarop het grootst, en ook de dag na een fikse regenbui zit er veel vocht in de lucht. Bijna elk onderwerp is mooier in de mist, en bovendien wordt het maken van een goede compositie een stuk eenvoudiger. De mist onttrekt veel elementen in de achtergrond aan het zicht, waardoor je foto een stuk rustiger zal ogen en alle aandacht naar het onderwerp uitgaat.

Richt je op bomen met karakteristieke vormen, of ga op zoek naar ontluikend groen in een verder nog kaal bos. Een eenzaam frisgroen boompje tussen nog kale reuzen kan een krachtige foto opleveren. Een ander bekend voorbeeld is een foto die vanaf de grond recht omhoog wordt gemaakt met een groothoeklens. Een tak met frisgroene blaadjes tekent sterk af tegen een achtergrond van witte lucht, mist en kale takken.

Belichting

Houd je belichtingsmeter bij dergelijke foto’s goed in de gaten, want in mistige omstandigheden is alles helder van tint. Je camera zal de neiging hebben de foto te donker te maken, dus corrigeer deze gerust indien nodig. Eén tot twee stops overbelichten is eerder regel dan uitzondering.

Houd je in bij de nabewerking en trek niet te hard aan de contrastschuifjes. In mistige omstandigheden is het contrast nu eenmaal laag en het licht zacht. Als je het contrast te veel verhoogt, verwijder je feitelijk de mist, en daarmee alle sfeer uit je foto. Ook de kleuren zijn in de mist gedempt. Dus verhoog de verzadiging niet te veel. De kleuren matchen dan niet meer met de omstandigheden en dan oogt het al snel nep.

Tegen de zon

Als het even kan, probeer dan tegen de opkomende zon in te fotograferen. De eerste zonnestralen branden door de mist, waardoor er prachtige gele, oranje en rode tinten in je foto komen. Met wat geluk vind je een ree, een merel of een ander dier met een herkenbaar silhouet, dat als onderwerp kan dienen in een foto die verder bestaat uit rechte stammen. Let op dat rode tinten het eerste zullen uitbijten in je foto. Ook als je samengestelde (RBG-)histogram er goed uitziet, zal het zo zijn dat het histogram van het rode kanaal veel verder naar rechts ligt dan dat van het groene en blauwe kanaal. Wellicht dat er dan geen detail meer in de hoge lichten zit. Belicht dus liever aan de veilige kant en bedenk dat een donkerdere foto er ook nog eens meer verzadigd uitziet. Twee vliegen in één klap dus.

Een valkuil is dat je zó onder de indruk van de omstandigheden bent dat je minder kritisch op je compositie wordt, omdat ‘alles’ mooi lijkt in het fraaie licht. Juist in mooie omstandigheden is een zorgvuldige compositie van belang, omdat je dan een foto maakt die in alle opzichten niet meer beter kan!

Botsing der seizoenen

Aan het begin van het voorjaar kun je nog weleens verrast worden door late winterse omstandigheden. Probeer in zo’n geval de samensmelting of botsing van beide seizoenen in beeld te brengen. Denk aan ondergesneeuwde knoppen van wilgen en elzen, of de eerste beukenblaadjes in de sneeuw. Dergelijke foto’s zijn vrij zeldzaam, dus grijp je kans als deze zich voordoet. Focus je niet alleen op de details, maar zoom in zo’n geval ook uit om daadwerkelijk te kunnen laten zien dat het sneeuwt in een lentebos.

Bosflora

Terwijl de bomen hard aan het werk zijn om de eerste bladeren te laten ontluiken, profiteren bloemen, planten en struiken op de bosbodem van al dat zonlicht dat nog ongehinderd tot op de grond kan doordringen. Later in het voorjaar is het bladerdek te dicht en komen ze er bekaaid vanaf. De bloemen en planten brengen hun sapstromen op gang, en dat betekent dat de natuur letterlijk opengaat. Bij de struiken zijn het de wilgen en hazelaar die er vroeg bij zijn. Hun katjes zijn met een macrolens enorm fotogeniek. Stel scherp op een van de meeldraden en laat de rest van het katje in de onscherpte weglopen. Op de eerste nectar na een lange periode van ‘droogte’ komen ook legio insecten af, zoals bijen.

Irritante pluisjes? Niet voor de fotograaf. Van dichtbij is een wilgenkatje prachtig van kleur en vorm.

Cees Vogel (cees-vogel55)
Nikon D5200 · ISO 160 · F 4,5 · 1/1250 SEC · 85 MM

Langzaam maar zeker komt er ook frisgroen loof aan de bomen en struiken. Die echt lichtgroene lentekleur is er niet zo heel lang, dus wees er op tijd bij. Extra fris worden de foto’s als je het lentegroen fotografeert tegen een witte lucht, dus liefst op een bewolkte, niet-zonnige dag. Vergeet daarbij niet over te belichten. Je camera zal immers proberen al die lichte tinten als middengrijs weer te geven, met te donkere foto’s als gevolg. Wat fris is, moet immers fris blijven. Om de kleuren van het groen het best tot hun recht te laten komen, kun je een polarisatiefilter gebruiken. Afhankelijk van de richting ten opzichte van de zon (al dan niet zichtbaar) varieert het effect, maar in bijna alle gevallen haalt het filter reflecties op de bladeren weg, waardoor kleuren veel voller en intenser worden.

Nergens komen frisgroen loof en een uitbundig bloeiende bosbodem zo mooi samen als in het Hallerbos.

Cor de Bruijn (cordebruijn)
Canon 7D II · ISO 100 · F 10 · 1/25 SEC · 35 MM

Voorjaarsbloeiers

Lager bij de grond trappen de echte voorjaarsbloeiers af. Het begint vaak in februari en maart al met sneeuwklokjes en krokussen, gevolgd door narcissen en speenkruid. Daarna komt de tijd van de tapijten. Eerst de fragiele en o zo mooie bosanemoon, dan de geurende daslook en de ranke boshyacint. Deze soorten volgen elkaar netjes op, dus mis je het ene tapijt, dan rol je bijna direct in het volgende. De hellingbossen in Zuid-Limburg zijn in deze tijd van het jaar op hun mooist. Niet alleen is de bosbodem bedekt met witte bloemetjes zo ver het oog reikt, eromheen is alles frisgroen en het landschap is ook nog eens golvend, wat de diepte in je compositie automatisch vergroot.

Ga je op pad voor daslook, bedenk dan dat de knoflookgeur minder idyllisch is dan de aanblik van het geheel. Gelukkig kennen we nog niet zoiets als geurfotografie! Houd er bij het fotograferen van een bloemenzee rekening mee dat vanaf een afstandje het tapijt altijd dichter lijkt dan van dichtbij. Het effect van een lichte telelens is dat de bosbodem aaneengesloten in bloei lijkt te staan, terwijl je met een groothoeklens juist de open plekken dicht bij de lens gaat zien. Wil je toch met een groothoeklens werken om meer diepte en dynamiek aan het beeld te geven, neem dan een wat lager standpunt in. Je kijkt dan tegen de bloemen en planten aan, en ziet niet langer de onbegroeide plekken ertussenin.

Het oranjetipje is meestal de eerste vlinder van het seizoen, vaak te vinden op de al even fotogenieke pinksterbloem.

Chris Ruijter (chrizzx)
Pentax K-S2 · ISO 125 · F 2,5 · 1/125 SEC · 100 MM

Laag bij de grond

Als je de bloemen individueel wilt fotograferen, ga dan plat op de grond liggen. Niet alleen heb je dan de beste blik op de bloemen, de achtergrond komt ook verder weg te liggen en wordt dus veel onscherper weergegeven. Daardoor leg je weer meer de nadruk op de bloem, en bovendien wordt de foto er een stuk rustiger van. Dat past prima bij de zachte uitstraling van een bloem.

Een bewolkte dag is ideaal om een zachte foto van tere bloemen te maken. Is het zonnig, dan kun je zo belichten dat de lichtste delen van de bloem nog nét binnen het histogram vallen. Door het contrastrijke licht zullen de schaduwpartijen dan volledig zwart dichtlopen, wat bijzonder spannende en dramatische foto’s kan opleveren. Als alternatief kun je het zonlicht op de bloem dempen. Zet bijvoorbeeld je fototas tussen bloem en zon in om schaduw op je onderwerp te creëren. Of neem een witte (flits)paraplu mee die je naast de bloemen legt. Die filtert het licht en maakt het licht veel zachter, zonder veel licht weg te nemen. Doordat de achtergrond nog wél in de zon ligt, zal die contrastrijk en kleurrijk blijven, wat een mooi verloop in je foto geeft.

Aan de waterkant

Soms vind je bloemen aan de waterkant, zoals direct naast een bosbeek, slootje of een eenvoudige plas regenwater. De reflectie van het zonlicht op het water geeft mooie lichtvlekken om je onderwerp. Ook hier kun je schaduw creëren om het licht op de tere bloem in elk geval zacht te houden. Of belicht flink onder voor een vlekkerig donkere achtergrond en flits de bloem zachtjes in. De mogelijkheden zijn eindeloos, dus experimenteer erop los. Je onderwerp gaat nergens heen. Ga trouwens niet al bij zonsopkomst op pad voor voorjaarsbloeiers. Het licht kan weliswaar mooi zijn, maar de bloemen laten hun kopjes hangen tot het eerste zonlicht ze raakt.

Kijk trouwens ook eens verder dan de fotogenieke, en daarom terecht bekende en populaire, soorten die hierboven zijn beschreven. Zeldzamere soorten als de aronskelk en de eenbes zijn misschien minder fraai om te zien. Maar hun typische, kenmerkende vormen en de manier waarop het licht ermee speelt, maken ze zeker de moeite waard om er eens een uurtje aan te besteden. Als je met de macrolens alle hoeken van de plant hebt gefotografeerd, wissel dan eens naar je groothoeklens en plaats de bloemen en planten in hun omgeving. Elke plantensoort komt in een specifiek soort bos voor, en met zulke opnames kun je die combinatie goed laten zien.

Klein en onopvallend, totdat de knoppen openen in het eerste zonlicht. Dan toont de bosanemoon zijn breekbare schoonheid.

Maria van Dijk (mvandijk_zoom)
Canon 60D · ISO 160 · F 4,5 · 1/1000 SEC · 100 MM

Vogels

Veel vogels keren in de lente terug naar ons land uit warmere oorden om hier aan het nestelen te gaan. Voor die zomergasten terug zijn, hebben onze standvogels in het bos al een boel werk gedaan. Bosuilen en haviken zijn vroege broeders. Doordat de bomen nog vrij kaal zijn, is het eenvoudiger een foto van ze te maken zonder storend groen ervoor. Met name de bosuil is trouw aan zijn nestplaats, en als je zo’n plek weet, kun je er elk jaar weer eens gaan kijken. Om een idee te krijgen waar een territorium aanwezig is, hoef je enkel een keer in het donker te gaan luisteren. Roofvogels zijn in deze periode extra luidruchtig met hun baltsroepen, en daardoor ook beter te lokaliseren. Ook spechten maken een hoop lawaai: zij roffelen erop los. In het nog kale bos draagt het geluid ver, dus het kan even duren voor je de dader in beeld hebt.

Omdat de vogels vooral aandacht voor elkaar hebben, maak je goede kans op mooie foto’s. Ga eens een paar uurtjes onder een camouflagenetje zitten en de natuur zal de dagelijkse gang van zaken hervatten zonder enige weet van je aanwezigheid.

Een van de vele Afrikagangers, maar wellicht de mooist gekleurde en mooist zingende: de blauwborst.

Gonnie Ritsema Hoffrogge (gonnieritsema)
Nikon D800 · ISO 400 · F 8 · 1/1000 SEC · 700 MM

Zoogdieren

Bij de zoogdieren is het aan het begin van het voorjaar nog een rustige periode. De das en vos hebben weliswaar ondergronds jongen, maar die komen pas eind april, begin mei voor het eerst buiten een kijkje nemen. Stilte voor de fotografische storm dus. Het vroege voorjaar is wel de goede tijd om alvast te zoeken naar bewoonde burchten en holen. Het zou immers jammer zijn als je in de piekperiode nog veel tijd moet investeren in het vinden van je onderwerp! Vers uitgegraven zand is de beste aanwijzing voor de aanwezigheid van een van deze zoogdieren.

De das

Wil je een van beide soorten fotograferen, dan is het slim om je goed te verdiepen in hun leefwijze en gedrag. Een das ziet bijvoorbeeld heel erg slecht, maar hoort en ruikt als de beste. Je kunt dus gerust zonder camouflage in het bos in de buurt van een burcht gaan posten, zolang je maar uit de wind blijft. Als de jongen groot genoeg zijn, hoef je minder lang te wachten tot ze in de avond buitenkomen. Volwassen dieren wachten vaak tot het donker, maar de jongen zijn speels en nieuwsgierig en hebben de drang om naar buiten te gaan. Na een uitgebreide sessie van krabben, vlooien en spelen zullen de jongen weer naar binnen gaan, en gaan pa en ma op voedseljacht. Met wat geluk kun je het hele spel van enkele meters afstand volgen. Een burcht vind je vanzelf door druk belopen wissels te volgen. Twijfel je of de wissel van een das is, let dan op de kenmerkende snuitputjes en mestputjes die her en der in het bos te vinden zijn.

Als er jonge dieren zijn, komt de dassenfamilie vaak al bij het laatste daglicht naar buiten om te spelen, krabben en vlooien.

Irmo Bos (irmos)
Canon 1D X · ISO 5000 · F 5,6 · 1/160 SEC · 500 MM

De vos

Bij de vos werkt het anders: deze heeft veel eerder in de gaten dat je er bent. Houd afstand, gebruik camouflage, en houd ook hier rekening met de wind. De welpen zijn meestal nog niet mensenschuw; dat leren ze pas later. Maar zodra de moedervos weet dat je er bent, zal ze de welpen – zeker als deze nog klein zijn – verplaatsen naar een noodhol. En dat is vaak moeilijk of niet te vinden. Zoek een vossenhol aan de zuidkant van een helling. Daar warmt het hol in de ochtend snel op en dat vinden de welpen fijn. Zijn de welpen al wat meer buiten, dan zijn drolletjes, prooiresten, platgetrapt gras, vliegen in de pijp (en geen spinnenwebben!) en soms een penetrante geur tekenen van hun aanwezigheid.

De jonge vossenwelpjes zijn volop in de weer met elkaar, maar benader ze voorzichtig.

Andy van der Steen (andyvdsteen)
Nikon D500 · ISO 400 · F 4 · 1/1600 SEC · 340 MM

Het ree

Een andere typische bewoner van onze bossen is het ree. Reeën knabbelen aan jonge blaadjes en kruiden. Die zoeken ze ook buiten de bossen, maar hun dagrustplaats is meestal in het bos. Zo’n plek herken je aan een cirkel van platgedrukte bladeren. Meestal vind je meerdere van zulke legers bij elkaar. Met die kennis gewapend kun je een keer gaan aanzitten in de buurt van die plek. Bewaar afstand en let op de wind. Een ree ruikt goed, hoort goed en ziet ook best redelijk. Maak dus zo min mogelijk geluid, ga uit de wind zitten en blijf stilzitten. Ga niet achter een boom zitten, want een ree ziet elke zijwaartse beweging. Neem liever plaats voor de boom, zodat je vorm wegvalt tegen het silhouet van de stam.

In sommige gebieden zijn de dierlijke bewoners overigens redelijk aan mensen gewend, en daardoor verhoudingsgewijs minder schuw. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Amsterdamse Waterleidingduinen (niet echt ‘bos’, maar wel een plek met veel ‘wild’). De damherten en reeën slaan vaak nog steeds op de vlucht wanneer je te dichtbij komt, al is ‘te dichtbij’ daar een stuk dichterbij dan elders. Maar de vossenpopulatie is inmiddels bijna handtam, al is dat geen geldig excuus om ze (zeker wanneer ze jongen hebben) te stalken.

Nog zo’n typische lentebode. Na Pasen hebben de hazen de poten vrij voor de rammeltijd.

Charlene van Koesveld (charlenevankoesveld_zoom)
Nikon D7200 · ISO 200 · F 5,6 · 1/1250 SEC · 140 MM

Conclusie

De lente is voor de fotograaf een tijd van overvloed. Qua onderwerpen tenminste – waarschijnlijk heb je veel te weinig tijd om alles te fotograferen wat de moeite waard is. De kans op frustratie is dan altijd aanwezig. Probeer vooraf voor jezelf te bedenken hoe je de komende lente fotografisch wilt besteden. Welke onderwerpen wil je sowieso aanpakken en welke kunnen best een jaar zonder je? Als het even kan, houd dan wat lucht in je agenda voor als onderwerpen en kansen zich onverwachts aandienen. En niet te vergeten het belangrijkste: geniet met volle teugen van de lente!

Een fris lentebos is ook een perfecte setting voor portretfotografie met een dier. Model: Joyce van der Leest-Dekker

Renate Zuidema (renatezuidemafotografie)
Nikon D780 · ISO 3200 · F 2,8 · 1/350 SEC · 180 MM

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Bosfotografie in Zoom Academy. Hierin leer je de technieken te beheersen die beweging in je foto’s brengen en nog veel meer.

Zo leer je onder andere:

  • Alles over de vier seizoenen in het bos
  • Het dynamisch bereik kennen van je camera
  • De beste locaties voor de mooiste bossen
  • Alle mooie details die in het bos te vinden zijn

Bekijk hier de volledige Cursus Bosfotografie.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Laowa 20mm f/4 Zero-D Shift

Straatfotografie: de magie ligt op straat