in ,

Compositietips in de praktijk: architectuurfotografie

Ultramoderne stations, vervallen zwembaden en imposante bruggen. Met architectuurfotografie kun je heel veel kanten op, en bovendien biedt deze tak van sport interessante technische uitdagingen!

Ga je gebouwen fotograferen, dan zijn er een paar dingen waar je goed op moet letten. Je wilt tenslotte niet dat een flat om lijkt te vallen of dat de aandacht naar precies het verkeerde stukje in de foto gaat. En als je binnenshuis gaat fotograferen, wil je niet dat een interieur heel klein of donker lijkt. Houd in elk geval altijd oog voor het lijnenspel, want dat is wat jouw foto’s sterk kan maken.

Benodigdheden

Extreme groothoekobjectieven, manshoge statieven en stapels filters. Dat is wat de gemiddelde professionele architectuurfotograaf met zich meesleept. Is dat nou echt nodig? Ja en nee. Met een (extreme) groothoek ziet een interieur er imposanter uit. Met een 14 of 17 mm maak je van een kleine slaapkamer een enorme balzaal, zoals je op Funda vaak ziet. Maar je kunt met zo’n brandpuntsafstand ook te veel laten zien, waardoor je niet meer weet waar je naar moet kijken. Zet een grote ruimte als een bibliotheek ook eens op de foto met een standaardobjectief (50 mm) of zelfs met een teleobjectief (200 mm). Je moet er dan een deel van de ruimte uitpikken en daar de aandacht naartoe sturen.

Bij architectuurfotografie is het vaak handig om een statief te gebruiken. Meerdere seconden of zelfs minuten belichten is met de combinatie van statief en stilstaande meubels/gebouwen goed te doen. Fotografeer je een interieur, dan heb je vaak weinig licht, en kun je hierdoor lekker lang belichten. Het is handig om een wat hoger statief te gebruiken, zodat je de lijnen in beeld recht houdt. Met een laag statief moet je al snel omhoog fotograferen, met meer vertekening tot gevolg.

Waterpas of niet?

Het lijnenspel is zoals gezegd een van de belangrijke gereedschappen van de architectuurfotograaf. Belangrijke keus daarbij: zet je je camera waterpas of niet? Je camera waterpas zetten heeft grote voordelen. Je mag ervan uitgaan dat alle gebouwen (behalve een enkele toren in Italië) waterpas gebouwd zijn. Als je camera ook waterpas staat, lopen alle lijnen dus recht en dat ziet er direct strak uit. Het lijkt misschien een beginnerstip, maar je zult ervan versteld staan hoeveel fotografen hun camera nét niet waterpas zetten met vallende lijnen als gevolg. Vooral als je de camera naar boven of beneden draait, lopen de lijnen van gebouwen en muren ‘scheef weg’.

Het is niet altijd mogelijk om je camera waterpas te zetten en toch alles in beeld te hebben. Veel gebouwen zijn namelijk hoger dan de statiefhoogte. Om dan alles in beeld te krijgen, ben je gedwongen de camera naar boven te kantelen. Deze perspectiefvertekening kan heel mooi werken, vooral als je het extreem doet. Bij hoge wolkenkrabbers bijvoorbeeld werkt het indrukwekkend.

Een klein stukje omhoog fotograferen ziet er vaak uit als een willekeurig gemaakt kiekje. Er is een speciale lens bedacht om dit probleem te verhelpen: het tilt-shiftobjectief. Hiermee kun je de camera omhoog richten en daarna je lens aan de voorkant weer waterpas terugdraaien. Zo heb je een onvertekend beeld, ondanks dat je camera niet waterpas staat. Nadeel is dat die lens erg duur is en je hem alleen voor dit soort situaties gebruikt. Je kunt het effect ook (deels) opheffen door in de nabewerking de vertekening te verwijderen, al moet je dan wel vaak een deel van je kader inleveren.

Oog voor het lijnenspel

Actie is vaak ver te zoeken in architectuur- en interieurfoto’s. De dynamiek moet dan ook komen uit de compositie. Er zijn veel verschillende composities die je kunt toepassen, zowel binnen als buiten. Veelgebruikt is symmetrie. Alles lijkt meer geordend als het er aan twee kanten hetzelfde uitziet. Het beeld oogt daardoor logisch en strak. Architecten gebruiken zelf ook symmetrie in hun ontwerpen, aan jou als fotograaf de taak om dat te accentueren.

Een tegenhanger is bijvoorbeeld de regel van derden of de gulden snede. Bij deze techniek plaats je een belangrijk element – bijvoorbeeld een stoel – in een hoek van de compositie. Ons oog scant in een foto eerst de hoeken. En dus is de stoel met deze techniek direct in beeld voor de kijker. De compositie is bij de gulden snede asymmetrisch. Zie hiervoor ook hoofdstuk 2 over de compositieregels.

Perspectivische vertekening is nog zo’n veelgebruikte techniek bij architectuurfotografie. In een lange gang kun je zo gaan staan dat de muren aan alle kanten naar het midden toe weglopen, met dynamiek als gevolg. Als aan het einde van de gang ook nog een mooi standbeeld staat, wijzen de lijnen de weg daarnaartoe. We noemen dit ‘inleidende lijnen’: ze sturen de kijker verder de gang in. Een ultieme vorm van een inleidende lijn is de inleidende cirkel. Als je in een groot trappenhuis van bovenaf naar beneden fotografeert, zie je een soort caleidoscoop van lijnen. Succes gegarandeerd. Van onderaf naar boven werkt het net zo goed.

Buiten is het wat lastiger lijnenspel te vinden. Hier kun je reflecties gebruiken om het beeld aantrekkelijker te maken. Een vijver doet wonderen. Het weerspiegelt het gebouw en zorgt tegelijkertijd voor symmetrie. Gebruik hierbij géén polarisatiefilter, anders wordt de reflectie weggefilterd.

Techniek

Er gebeurt veel in een gemiddelde architectuurfoto. Dat zorgt voor nogal wat technische uitdagingen. Allereerst heb je – vooral met groothoek – elementen dichtbij en veraf die je allebei scherp wilt hebben. Het is handig om hiervoor een klein diafragma (groot getal) in te stellen, F 11 of F 16 is een mooi streven. Hierdoor loopt de scherptediepte door van dichtbij tot oneindig. Een klein diafragma kun je zonder problemen gebruiken omdat er geen bewegende objecten in beeld staan en je sluitertijd dus lekker lang kan zijn (bij gebruik van een statief natuurlijk). Secondenlang belichten is geen enkel probleem. De iso kan dan ook laag blijven, iso 100 levert een veel dynamischer bereik en amper ruis op.

Met deze instellingen is het wel zaak goed steady te werken. Gebruik naast je statief dus een draadontspanner. Zo zit je niet aan de camera tijdens de opname. Heb je geen draadontspanner? Stel de camera dan in op de zelfontspanner van tien seconden, zodat je zeker weet dat er geen beweging door jouw toedoen in de foto komt. Fotografeer je met een spiegelreflex, dan kun je ook de spiegel vooraf laten opklappen. Alles voor de ultieme scherpte. Kijk in je gebruiksaanwijzing of en waar en deze functie in jouw camera zit.

Mensen zijn meestal niet gewenst in een interieur- of architectuurfoto. Ze verstoren de compositie. Al kan soms een langslopende zakenman of traplopend stelletje handig zijn om dynamiek in beeld te krijgen. Ook kan het de functie of grootte van een ruimte duidelijker maken. Het is dan wel handig de persoon met bewegingsonscherpte op te nemen, zodat hij of zij niet te veel de aandacht afleidt.

Filters

Bij het fotograferen van exterieurarchitectuur is het gebruik van een polarisatiefilter vaak handig. Draai het in een bepaalde hoek voor je objectief om gemakkelijker lichtreflecties weg te filteren. Bij water- en ruitreflecties zie je dit het duidelijkst terug, maar ook bladeren aan een boom of de reflectie van water worden keurig weggewerkt. Door de reflectievermindering krijg je ook veel meer kleur in je foto’s. Een zeer bruikbaar filter dus voor de architectuurfotograaf.

Pas wel op dat je het niet met te veel groothoek gebruikt als je ook de lucht fotografeert, want het filter werkt meer in de ene richting dan in de andere. Het kan dan gebeuren dat het filter alleen in het midden van het beeld werkt. Je ziet dan dus verloop van licht (ongefilterd) naar donker (gepolariseerd). Het filter neemt ook een paar stops licht weg, waardoor je sluitertijd langer wordt.

Ook grijsfilters (ook wel ND-filters) kunnen een handig accessoire zijn. Ze werken als een soort zonnebril voor je objectief, want ze nemen licht weg. Je kunt bij aanschaf kiezen hoeveel stops licht het filter tegenhoudt: 1, 2, 3, 5, 10 of zelfs 16 stops. Het meest gebruikt wordt de 10-stops-variant. Als je sluitertijd zonder filter 1/30 is, ga je met het filter erop ineens naar 30 seconden. Wat kun je daarmee? Met dertig seconden (of nog veel langer) worden bewegende onderwerpen wazig. Wolken bewegen in beeld, water krijgt een soort zijdeachtige vervaging; het zorgt voor cleane, trendy architectuurfoto’s. Andere toepassing: als ergens veel mensen rondlopen, kun je die laten verdwijnen door een paar minuten te belichten met een ND-filter op je lens. Handig op stations en vliegvelden.

Tijdstip

Een van de essentiële onderdelen van een goede architectuurfoto is het tijdstip van de dag. Het overgrote deel van de buitenfoto’s maak je tijdens het ‘gouden’ of ‘blauwe’ uurtje. De zon is net niet op (blauwe uur), net op (gouden uur), bijna onder (gouden uur) of net onder (blauwe uur). Hierdoor komt er een prachtige gloed over het gebouw of de brug. Als dan ook de straat- of kantoorverlichting al of nog aan is, is de sfeer compleet. Er zijn apps als Sun Surveyor waarmee je gemakkelijk kunt zien wanneer de verschillende uurtjes aanbreken.

Als de zon eenmaal op is, moet je goed in de gaten houden hoe hij draait. Hij komt in het oosten op en gaat in het westen weer onder. Een gebouw op het westen heeft dus alleen middagzon. Ook speelt de dag van de week een rol. Op zondag staan er geen auto’s voor kantoorpanden, op maandag is het rustig in een winkelcentrum. Allemaal elementen die meespelen voor een geslaagd beeld!

Locaties

In Nederland en België zijn veel locaties te vinden waar je blij van wordt als architectuurfotograaf. Het station van Luik is zo’n voorbeeld. Ontworpen door de beroemde architect Calatrava. Vanuit elke hoek heb je een ander spectaculair uitzicht op de Belgische boemeltjes. Sowieso zijn stations een dankbaar onderwerp. Op Rotterdam Centraal, Utrecht, Arnhem en de achteruitgang van Barneveld-Noord (tijdens het blauwe uurtje) schiet je gegarandeerd raak. In Amsterdam is het nieuwe filmmuseum Eye erg interessant, in Rotterdam de Kop van Zuid. Naast de ‘Zwaan’, de brug van architect Ben van Berkel staat hier ‘De Rotterdam’ van Rem Koolhaas. Strakke vormen met een twist. Almere heeft een mooi havengebied met een aluminium golvend appartementencomplex, The Wave.

Wie liever binnen fotografeert, moet wat meer moeite doen. Als je het vooraf vraagt, mag je vaak wel even in een schouwburg, zoals in ‘De Stoep’ in Spijkenisse of ‘Orpheus’ in Apeldoorn. In Amersfoort en Arnhem staan redelijk nieuwe – ruim opgezette – bibliotheken die ook de moeite waard zijn om te fotograferen.

Lenscorrectie

In de nabewerking is er aantal belangrijke zaken waar je goed op moet letten bij een architectuurfoto. Bij exterieurfoto’s is het zaak de lijnen recht te zetten als die niet waterpas zijn gefotografeerd, in bewerkingsprogramma’s vaak te vinden als Lenscorrectie. Je selecteert je eigen objectief, waarna de tool de vervorming corrigeert. Met een optie als Verticaal perspectief kun je vallende lijnen corrigeren zodat ze weer recht staan.

Bij interieurfotografie heb je soms het probleem van kleurzwemen. Buitenlicht valt samen met kunstlicht van binnen in hetzelfde beeld. Dat betekent dat het buitenlicht blauw wordt of het binnenlicht geel. Je kunt dit op verschillende manieren oplossen. Allereerst kun je in de raw-bewerking een gemiddelde tussen de ene en de andere kleurtemperatuur nemen. Als binnen 3000 K is en buiten 6000 K, stel je de witbalans in op 4500 K. Een preciezere manier is een selectie maken van de zweem en daar vervolgens apart de witbalans van bijstellen. In de raw-converter kan dit bijvoorbeeld door een radiaalfilter over een deel van het beeld te plaatsen, en dat deel aan te passen.

Aan de slag in de studio: deze lichtopstelling moet je kennen

Variaties op een thema: Fujifilm X-T30 II en primes