in , ,

Tips voor concertfotografie

Haal muziek uit je foto’s

Voor de fotograaf betekent een concert: weinig en wisselend licht, veel contrast, een onderwerp dat je beeld uit springt en een dansende mensenmenigte in je rug. Om dan net dat ene moment vast te leggen, heb je een goede beheersing van de techniek nodig en moet je je goed voorbereiden. Wat zijn de beste instellingen voor concertfotografie? Doe je voordeel met deze tips voor concertfotografie .

Kijken

De voorbereiding begint natuurlijk met het regelen van toegang. Bij kleine bands in kleine zalen is dat zelden een probleem, bij grotere optredens moet je vaak voor accreditatie zorgen. Om te weten welke bands interessant zijn om te fotograferen moet je niet alleen de muziekbladen in de gaten houden, gewoon concerten bezoeken is ook belangrijk. Op internet kun je vaak films zien van diverse optredens. Ga ook naar sites van ervaren concertfotografen. Zo kun je al bestuderen of een band fotogeniek is en inspiratie opdoen. Als je weet welke band je wilt fotograferen, is het belangrijk uit te zoeken of de toegang gratis is en of fotograferen is toegestaan.

Contact

Het loont vaak om vooraf contact op te nemen met de band. Begin dan niet gelijk bij de grote namen, maar juist bij de kleinere bands. Die hebben zelden een manager die moeilijk doet en de bandleden vinden het meestal leuk om gefotografeerd te worden. Neem ruim van tevoren contact op en probeer te regelen dat je de soundcheck of een repetitie mag fotograferen. Zo kun je oefenen en foto’s maken zonder dat iemand last van jou heeft en jij geen last hebt van dansende mensen in je rug. Bovendien kunnen de band en jij wennen aan elkaar, wat alles een stuk makkelijker maakt.

orkest oefent in theater
Foto: hanz
Als je vooraf contact hebt gelegd kun je ook bij repetities aanwezig zijn. Dit geeft een goed beeld van de voorbereidingen.

Als je het contact hebt gelegd, houd dat contact dan ook warm. Dat betekent dat je, zeker bij beginnende bands, ze enkele foto’s geeft die ze mogen gebruiken. Het is een mooi ruilmiddel voor de toegang die je hebt gekregen en het opent weer nieuwe deuren. Als jij je aan de afspraken houdt, zal de band je waarschijnlijk vaker en misschien ook backstage uitnodigen. Hier kun je unieke beelden maken, concertfotografie gaat niet alleen over het optreden zelf maar ook om wat er omheen gebeurt. Met een beetje geluk mag je zelfs tijdens het concert op het podium en word je eigenlijk een soort bandlid. Zoals Anton Corbijn bijna deel is geworden van U2. Ook hij is klein begonnen.

Kleine zalen

Het zal niet altijd lukken om vooraf alles te regelen. Gelukkig is dat ook niet per se nodig. Veel kleine zalen en bands vinden het prima als je komt fotograferen, ook als je niet eerst contact hebt gelegd. Vraag dan wel bij aankomst direct bij de organisatie of je mag fotograferen en wat je wel en niet mag doen. Het nadeel is wel dat je bij de kleine optredens tussen het publiek staat, wat het werken niet altijd makkelijker maakt. Het voordeel is dat de sfeer veel intiemer en gemoedelijker is, waardoor je sneller geaccepteerd wordt als je met je camera even voor iemand staat. Blijf uiteraard niet te lang staan, het publiek is gekomen om te genieten van de muziek. Een fotograaf die steeds in de weg staat, is bijzonder hinderlijk.

Weinig licht

Kleine zalen hebben meestal niet zoveel licht op het podium staan, als er al een echt podium is. Dit in tegenstelling tot de grote concerten waar een enorme hoeveelheid licht aanwezig is. Het maakt de kleine zalen juist geschikt om te oefenen met techniek. Er is bovendien dikwijls meer tijd, want je mag er meestal de hele show fotograferen. Als je drie of vier goede foto’s hebt, is het al een geslaagde avond.

Zoals in het begin is gezegd is beheersing van techniek heel erg belangrijk. Juist omdat je in situaties gaat werken met weinig of heel erg snel veranderend licht. Je moet goed leren lichtmeten en werken met grote diafragma’s en hoge gevoeligheden (volg daarvoor bijvoorbeeld de cursus Licht en belichting op de Zoom Academy). Want wat voor ieder concert geldt eigenlijk wel dat flitsen uit den boze is, ook al is het toegestaan door de organisatie. Flitsen is namelijk niet alleen hoogst irritant voor de band, zeker in kleine zalen, het haalt ook meestal de sfeer weg. Denk maar eens aan een mooie lichtshow, waar de lichtstralen als het ware het decor zijn. Door te flitsen zijn die ineens weg en heb je een saaie registratie.

concert met laserstralen
Foto: Erik-de-Klerck
Een interessant standpunt achter in de zaal geeft een goed beeld van het concert. Er is goed gebruik gemaakt van de lichtshow. Je voelt het genieten van het publiek, vooral de jongen in het midden trekt onmiddellijk de aandacht.

Hoge iso

Bij concertfotografie werk je dus in principe met het bestaande licht. Werken met een hoge iso-waarde is eerder regel dan uitzondering. Zeker als je de beweging van de artiesten wil bevriezen. Dan heb je immers een korte sluitertijd nodig. Uiteraard moet je zelf even uitzoeken welke iso-waarde je nog bruikbaar vindt van je camera. De meeste nieuwe en iets duurdere camera’s kunnen moeiteloos iso 6400 aan en dat is een prima gevoeligheid om genoeg creativiteit in je foto’s te kunnen brengen. Bij shows met echt heel veel licht, kun je naar iso 1600 gaan. Overigens was een grove korrel vroeger een kenmerk van een concertfoto. Nu moet alles zo ruisvrij mogelijk zijn. Maar durf daar gerust vanaf te wijken. Soms kan ruis sfeerverhogend zijn, niet alleen bij jazzfotografie.

De kleurtemperatuur van de lichtbron is ook belangrijk voor de sfeer. Die regel je met je witbalans. Bij concertfotografie wordt kunstlicht gebruikt, en meestal ook nog eens gekleurd licht. Dat maakt het lastig voor de witbalans. Omdat het licht veel wisselt, krijg je al snel weinig eenheid in je foto’s. Alles neutraal is echter niet mooi. Vaak werkt het goed om de witbalans op kunstlicht in te stellen, vermijd in ieder geval de automatische witbalans. Pas op met rood licht, dat maakt een foto heel erg plat. Probeer dus altijd te fotograferen als er verschillende kleuren of wit licht op een artiest staan. Heb je toch een heel rode foto, dan kun je naderhand met software de opname omzetten naar zwart-wit en die combineren – mits je in raw fotografeert. Zo krijg je toch nog wat detail terug.

zanger met gitaar
Foto: Robbie J
Sommige muzikanten doen het altijd, anderen niet. Wees altijd bedacht op dit soort momenten.

Belichten

Cruciaal om de sfeer goed vast te leggen is de belichting en dus een goede lichtmeting. Bij veel concerten wordt snel en veel van licht veranderd. Je moet dan dus razendsnel kunnen schakelen. Vertrouw dan niet op de matrix- of meerveldsmeting en de automatische stand. Omdat de hele scène geanalyseerd en vertaald wordt naar middengrijs, gaat het snel fout. Met als resultaat een silhouet of een overbelichte zanger en een goed belichte achtergrond. Het eerste kan mooi zijn, maar dan moet je het wel bewust doen. Het laatste is nooit mooi. Veel professionele concertfotografen werken dan ook op de handmatige stand (M) en gebruiken een centrumgerichte lichtmeting of een spotmeter.

Wees ook beducht dat de verschillende kleuren licht een ander effect kunnen hebben op de lichtmeting. Verandert het licht nauwelijks, bijvoorbeeld in een kleine zaal, dan kun je op zich op de automatische stand werken, maar vergeet dan niet de belichting te corrigeren. Het contrast tussen de voor- en achtergrond is ook in een kleine zaal groot. De achtergrond is vaak erg donker en de zanger vangt meer licht. Op de automatische stand zal dan de achtergrond al snel te licht worden en de zanger uitgebleekt. Veelal is de achtergrond ook niet echt interessant achter de drummer. Je kunt dan het beste de belichting iets corrigeren door onder te belichten. Laat de achtergrond maar lekker zwart worden, dan komen de band en de lichtshow beter tot hun recht.

De beste objectieven voor portretfotografie

Dit is de winnaar van de Panasonic fotowedstrijd ‘architectuurfotografie’!