in

De basis van fotografie: zo krijg je scherptediepte onder de knie

Scherptediepte is een term die vaak voorbijkomt in de fotografie. Je hoort fotografen praten over een beperkte scherptediepte of juist over een grote scherptediepte. Wat wil die term nu eigenlijk zeggen en wat is het verschil tussen ‘groot’ en ‘klein’?

Simpel gezegd betekent scherptediepte precies wat de naam zegt: het beschrijft de diepte van de scherpte in je beeld. Als stelregel kun je onthouden: een laag F-getal betekent ‘minder’ scherptediepte en een hoger F-getal betekent ‘meer’ scherptediepte.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Lijnen en Perspectief in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het vastleggen van deze gevleugelde modellen en nog veel meer.

Bij landschapsfotografie wordt vaak gebruikgemaakt van een klein diafragma voor een grote scherptediepte.

Thomas Paardekooper
Canon 6D II · ISO 100 · F 9 · 1/25 SEC · 24 MM

Een architectuur- of landschapsfotograaf zal vaak fotograferen met een klein diafragma (bijvoorbeeld F 8 of F 11), omdat hij een zo groot mogelijke scherpte wil bereiken in zijn beeld. Maar ook binnen dat soort fotografie kan het fraai zijn om een detail (een tak, struik of boom) extra aandacht te geven door met selectieve scherpte te werken. Zo’n beeldelement gefotografeerd met een groot diafragma (laag F-getal) kan heel interessante landschapsfoto’s opleveren. Voor verschillende situaties kan een bepaalde scherptediepte goed uitpakken.

In dit beeld is bewust en heel duidelijk gebruikgemaakt van een beperkte scherptediepte. Voor de kijker is duidelijk dat dit juist de bedoeling is geweest.

Kees van Dongen
Fujifilm X-T3 · ISO 640 · F 1,2 · 1/280 SEC · 56 MM

Hoewel scherptediepte een relatief gemakkelijk uit te leggen begrip is, kan de scherptediepte in de praktijk beïnvloed worden door tal van factoren. Met name de brandpuntsafstand van je objectief, de sensorgrootte van je camera en de scherpstelafstand spelen een rol.

De verschillende objectieven

In het algemeen geven teleobjectieven minder scherptediepte dan groothoekobjectieven. Er is een formule om de scherptediepte te berekenen, en daaruit blijkt dat als de brandpuntsafstand verdubbelt, de scherptediepte afneemt met een factor vier. Een 24mm-groothoek geeft dus ruim viermaal zoveel scherptediepte als een 50mm-standaardlens. En die geeft weer vier keer zoveel scherptediepte als een 100mm-tele. Voorwaarde is wél dat niet alleen het diafragma gelijk blijft, maar ook de opnameafstand. Met een 50mm-objectief wordt hetzelfde onderwerp op dezelfde afstand immers een stuk kleiner afgebeeld dan met een 100mm-objectief.

Stel dat je bijvoorbeeld je hond min of meer beeldvullend op de foto zet met een 100mm-teleobjectief vanaf 3 meter afstand. Vervolgens pak je een 50mm-standaardlens. Daarmee krijg je op diezelfde afstand viermaal zoveel scherptediepte … maar ook een kleinere hond. Als dat laatste niet de bedoeling is, moet je de afstand tussen camera en hond halveren. En bij halvering van de opnameafstand neemt de scherptediepte volgens diezelfde formule juist af met een factor vier. Per saldo kom je dus op eenzelfde scherptediepte uit.

Ook bij foto’s van dieren kan het fraai zijn om te spelen met scherpte en onscherpte.

Hester Goeman
Nikon D7200 · ISO 100 · F 1,8 · 1/400 SEC · 35 MM

Nou is dat niet het hele verhaal: Een teleobjectief heeft met z’n langere brandpuntsafstand namelijk een veel abrupter verloop van scherp naar onscherp dan een groothoekobjectief. De scherptediepte is dus wel ongeveer gelijk, maar alles daarbuiten oogt bij de teleopname een stuk onscherper. Terwijl je in de groothoekopname door de grotere beeldhoek veel meer achtergrond meeneemt, die zowel kleiner als herkenbaarder wordt weergegeven.

Perspectief

Omdat je nu weet dat de afstand een grote rol speelt bij de scherptediepte, is het logisch dat je standpunt en het gebruikte perspectief eveneens een grote rol spelen. Perspectief speelt, hoe je het wendt of keert, altijd een grote rol in fotografie. Ook al heb je er helemaal geen idee van, op de achtergrond is perspectief altijd aanwezig. Allereerst is perspectief overal om je heen te zien, en is het dus niet alleen een fotografisch aspect. In essentie komt (lijn)perspectief neer op het feit dat alle lijnen in een voorwerp terug te leiden zijn naar een verdwijnpunt of meerdere verdwijnpunten aan de horizon. Afhankelijk van je standpunt hebben al die lijnen een andere richting en ‘hoek’. De afstand tussen de fotograaf en het onderwerp heeft onlosmakelijk met perspectief, standpunt en dus ook scherptediepte te maken. Alleen al daarom is een opname vanaf tien meter met een 100mm-teleobjectief níét identiek aan eentje vanaf vijf meter met een 50mm-standaardobjectief, al kunnen de uitsnede en scherptediepte praktisch gelijk zijn.

Bij architectuurfotografie wordt vaak gebruikgemaakt van een grote scherptediepte.

José Janssen Deurloo
Canon 6D · ISO 640 · F 8 · 1/45 SEC · 67 MM

De keuze voor een standpunt en compositie kunnen de presentatie en de verschijning van je onderwerp danig veranderen en ‘kleuren’. Denk bijvoorbeeld aan hoe je eigen armen eruitzien als je vanaf ooghoogte naar beneden kijkt. Door de perspectivische verkorting lijken ze ineens heel kort. In ieder geval veel korter dan ze in werkelijkheid zijn, en ook korter dan voor een ander die diezelfde armen van een afstand bekijkt. Op dezelfde manier kan een rechthoekige tafel vanuit een specifieke hoek gezien ineens vierkant lijken door gebruik (of misbruik) van perspectief in een foto. Het gebruik van de scherptediepte kan eenzelfde uitwerking hebben op de presentatie van je onderwerp.

Bij deze foto zie je mooi dat de scherpte vloeiend wegloopt van scherp naar onscherp.

Fred stevenson
Sony A99 II · ISO 3200 · F 4,5 · 1/25 SEC · 35 MM

Onnatuurlijk perspectief

Als het gaat om een zo goed mogelijke weergave van een voorwerp, is de keuze voor een natuurlijk ogend perspectief logisch. Toch zijn er ook andere, veelvoorkomende situaties denkbaar waarin het niet eens zo gek is om op een minder natuurlijk perspectief over te stappen. Bij landschapsfotografie met een groothoeklens is het vaak gebruikelijk om voorwerpen in de voorgrond op te nemen om zo een mooie diepte te creëren in het beeld. Door het gebruik van een groothoeklens te combineren met een standpunt dicht bij het voorwerp op de voorgrond krijg je een spannend beeld. Om de diepte in je beeld te vergroten, kun je ook gebruikmaken van selectieve scherpte. Als je fotografeert met een beperkte scherptediepte, kun je onderwerpen extra nadruk geven en de suggestie van ruimte wekken. Als een onderwerp op de voorgrond scherp wordt afgebeeld terwijl de achtergrond juist onscherp is, wordt het voor de kijker meteen duidelijk dat hij te maken heeft met een ruimtelijk beeld. Probeer hiermee te experimenteren en te verrassen.

Door te spelen met scherpte en onscherpte kun je fraai de nadruk leggen op één element in je beeld, in dit geval de voorste bloem.

Mike Bot
Canon 6D II · ISO 125 · F 2,8 · 1/320 SEC · 105 MM

Het kan ook zo zijn dat een foto krachtiger of verrassender wordt door te kiezen voor een vreemd of minder logisch perspectief. Een onverwacht gebruik van scherpte en vooral onscherpte in je beelden kan verfrissend en fraai zijn. Maar onthoud: zorg voor een bewust gebruik van deze elementen. Net zoals bij veel zaken in het leven geldt ook hier: gebruik met mate.

Door bewust gebruik te maken van de scherptediepte heeft deze foto een duidelijk hoofdonderwerp.

Piet Agterhof
Olympus E-M1 X · ISO 200 · F 3,5 · 1/2500 SEC · 45 MM

Scherptediepte in de praktijk

In principe kun je elk onderwerp en elke situatie met alle mogelijke diafragma’s tegemoet treden. Er is wat dat betreft geen ‘goed’ en geen ‘fout’. Wel is het goed om te weten hoe de scherptediepte zich gedraagt bij verschillende diafragma’s, en wat je daar in de praktijk mee kunt. Je zult zien dat veel fotografen min of meer dezelfde instellingen gebruiken onder soortgelijke omstandigheden. Bepaal echter altijd zelf welke instellingen passen bij de foto die je wilt maken. Er bestaan een aantal mythes over scherptediepte, maar deze heeft Zoom.nl ontkracht.

Ook moet je je realiseren dat je regelmogelijkheden niet onbeperkt zijn. Dit geldt met name ten aanzien van het diafragma. Kijk altijd goed naar de aard van je onderwerp en naar welke rol de verschillende beeldelementen spelen in je foto. Op die manier kun je bepalen welke elementen je scherp en welke je onscherp wilt vastleggen. Aan de hand van die kennis bepaal je het diafragma en je afstand, en dus de scherptediepte. Maar onthoud: experimenteren loont.

Een beeld dat is opgebouwd uit meerdere fotolagen met verschillende scherpstelafstanden: een focus stack. Bij één opname met het kleinste diafragma was de achtergrond veel scherper en wellicht storend geworden.

Nieske Siepel
Olympus E-M1 II · ISO 400 · F 2,8 · 1/160 SEC · 60 MM

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Lijnen en Perspectief in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het fotograferen van architectuur en nog veel meer.

Zo leer je onder andere:

  • Alles over lijnenspel en verdwijnpunten
  • De beste composities voor gebouwen
  • Welke camera’s en objectieven je kunt gebruiken
  • Een aantal extra creatieve trucs

Bekijk hier de volledige Cursus Lijnen en Perspectief.


Vogels spotten en fotograferen: leg ze op een unieke manier vast

Aan de slag in de studio: tethered fotograferen