in

De belichtingsdriehoek deel 1: diafragma

Kees Krick

Belichten in de fotografie is een samenspel van drie hoofdinstellingen: diafragma, sluitertijd en iso. Deze noemen we ook wel de ‘belichtingsdriehoek’. In deze driedelige basiscursus behandelen we ze elk in een apart deel. We beginnen met het diafragma.

Wil je alles leren over sluitertijd of diafragma voor de ultieme controle? Bekijk dan onze Cursus Sluitertijd & diafragma


Meer leren?

Dit artikel is slechts een klein onderdeel van de uitgebreide fotografiecursussen die je kunt volgen op Zoom Academy. Bekijk het grote aanbod van online fotografiecursussen in de Zoom Academy en start direct met een Cursus Lightroom, Basiscursus Fotografie of een van de vele anderen!

Gemiddelde beoordeling: 8,5

“Erg tevreden. duidelijke uitleg en duidelijke video’s. Voordeel is ook dat je nog eens terug kan kijken. Ik kijk uit naar een volgende training.” – John R


Deel 2: Sluitertijd

In de volgende editie van deze cursus Belichtingsdriehoek behandelen we de sluitertijd. Check hier deel twee!


Op een camera kun je een diafragmawaarde instellen. Maar wat is dat nu eigenlijk en waar gebruik je het voor? Plat gezegd is het diafragma de lensopening. Het doel van het diafragma is de juiste hoeveelheid licht doorlaten voor een goed belichte foto. Door de opening te variëren in grootte kun je heel precies de hoeveelheid licht regelen die door de lens stroomt. Dit is enorm handig, want zoals je begrijpt, is het niet altijd even licht om ons heen.

Als het donker is, moet er meer licht in je camera stromen om een goede foto te kunnen maken. Foto: NathanR

Diafragmagetallen

Bij het instellen van het diafragma kies je een diafragmawaarde (ook wel diafragmagetal). In een tabel zetten we deze getallen voor je op een rij. Wat meteen opvalt, is dat het een nogal vreemde getallenreeks is. Om mooie foto’s te maken is, het gelukkig niet echt nodig om te weten waarom de getallen zijn zoals ze zijn. Belangrijk om te weten is dat niet elke camera of lens alle getallen kent. Veel lenzen beginnen bijvoorbeeld bij F 2,8 of F 4 en eindigen al bij F 22. Bij elke stap naar rechts, zoals van F 8 naar F 11, halveert de hoeveelheid licht. Ga je een stap naar links, dan verdubbelt de hoeveelheid licht. Zo’n stap heet ook wel een ‘stop’ in de fotografie. Wat je goed in de gaten moet houden, is dat een klein diafragmagetal als F 2,8 staat voor een grote lensopening. Dan stroomt er dus veel licht door de lens. Met een groot diafragmagetal als F 22 heb je juist een kleine lensopening. De camera vangt dan maar weinig licht op.

Tussenstations

Behalve de diafragmagetallen die je in onze tabel ziet, kun je op jouw camera ook nog andere getallen tegenkomen. Want om de stappen niet al te groot te maken, veranderen camera’s het diafragma meestal niet in één keer met een volledige stap, maar gebruiken ze kleinere tussenstapjes van een derde. Door met derden te werken ontstaan veel meer fijne gradaties in de belichting.

Scherptediepte

Behalve licht regelt diafragma ook de scherptediepte. Als je een foto maakt, is nooit alles vanaf je voeten tot aan de horizon scherp in beeld. Alleen dat wat zich binnen een bepaald bereik bevindt, zal mooi scherp op de foto komen: dat is de zogeheten scherptediepte. Zodra je ergens op scherpstelt, begint het scherpe gebied altijd een stukje dichterbij en zal het doorlopen tot ergens achter het scherpstelpunt. Voor het gemak kun je scherptediepte daarom ook scherpte in de diepte noemen. De scherptediepte is niet altijd hetzelfde en is onder meer via het diafragma te beïnvloeden.

Met het diafragma regel je de hoeveelheid licht maar ook de onscherpte in je foto. Foto: shannonroeksphotography

Scherptediepte regelen

Stelregel is dat je bij grote lensopeningen weinig scherptediepte hebt. En andersom: bij kleine lensopeningen is er veel scherptediepte. Maar het diafragma is niet het enige dat de scherptediepte bepaalt. De afstand tot het onderwerp is cruciaal. Hoe dichterbij het onderwerp je bent, hoe kleiner de scherptediepte. Vandaar dat je bij macrofotografie vaak maar enkele millimeters of nog minder aan scherptediepte hebt. Neem je meer afstand tot je onderwerp, dan neemt de scherptediepte automatisch toe. Ook de brandpuntsafstand speelt mee, want bij langere objectieven (tele) heb je aanzienlijk minder scherptediepte dan bij een groothoek. Wil je de achtergrond onscherp op de foto hebben, ga dan dicht naar je onderwerp toe en zorg dat er niets vlak achter bevindt. Want hoe groter de afstand van je onderwerp tot de achtergrond, hoe onscherper die wordt.

Niet alleen het diafragma regelt de scherptediepte maar ook de brandpuntsafstand zoals hier een enorme teleobjectief. Foto: tom-kruissink

Deel 2: Sluitertijd

In de volgende editie van deze cursus Belichtingsdriehoek behandelen we de sluitertijd. Check hier deel twee!


Bokeh in de praktijk: zo krijg je het op de foto

Beweging in je foto voor beginners