in

De meest gestelde vragen in fotografie



9 februari 2015, 14:00

Fotoclubs weten me te vinden voor het geven van lezingen en workshops. En soms ook voor een avond om vragen te beantwoorden. Vragen die dan vooraf ingezonden worden. Omdat ik denk dat die vragen niet alleen bij leden van fotoclubs leven, in dit artikel een antwoord op de zes meest gestelde vragen.

1. Mijn foto’s zijn niet scherp, hoe komt dat?

a) Je sluitertijd is te lang. Een vuistregel is dat je sluitertijd net zo lang moet zijn als de brandpuntafstand van het objectief wat je op dat moment gebruikt. Dus: heb je ingezoomd naar 200 mm, dan moet je sluitertijd 1/200 zijn (of sneller). In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, maakt het daarbij niet uit hoe groot je sensor is. Het gaat om het risico dat je je camera met objectief tijdens de sluitertijd iets beweegt. Hoe langer het objectief, hoe groter de uitslag van de beweging, dus hoe korter je sluitertijd moet zijn om bewegingsonscherpte te voorkomen. Een beweging van je camera van een millimeter, kan aan het eind van de telelens al een beweging van 5 mm zijn! Met een onscherpe foto tot gevolg. Werk je vanaf een statief, dan heb je hier natuurlijk geen last van.

b) Je sluitertijd kan ook te lang zijn om de beweging te bevriezen van het onderwerp dat je fotografeert. Een wandelaar fotograferen op 1/60 seconde kan vaak nog net. Maar bij een wielrenner gaat het niet lukken om die met 1/60 seconde scherp op de foto te krijgen. Vaak zit je dan aan tijden van 1/500 seconde of sneller.

c) Of misschien heb je de scherpstelling op automatisch staan? Dan heb je alle scherpstelpunten geselecteerd en stelt de camera scherp op het dichtstbijzijnde onderwerp. En dat hoeft natuurlijk niet het onderwerp te zijn dat jij scherp op de foto wilt hebben! Voorbeeld: je wilt iemand fotograferen die achter een tak staat. Bij de automatische stand zal de camera dan op de tak scherp stellen, niet op de persoon. Zet de scherpstelling dus van de automaat af of stel met behulp van een enkel focuspunt scherp op je onderwerp.

d) Let er ook op dat een vuile frontlens (of filter) je foto’s onscherp maakt!

e) En nog zo’n valkuil: zet de stabilisatie uit als je de camera op een statief zet! Bij Nikon heet dat VR, bij Canon IS. De stabilisatie van je camera en een statief kunnen elkaar tegenwerken.


(foto: janmcmulder)

2. Terug van de wintersport: de sneeuw is helemaal grijs!

Je camera gaat er van uit dat de wereld om ons heen een gemiddelde helderheid heeft. Dat die wereld grijs is dus (18%). Daar is het hele lichtmeetsysteem van de camera op gebaseerd. Probeer het maar eens: als je een zwart vlak fotografeert, dan wordt dat grijs. Fotografeer je vervolgens een wit vlak, dan wordt dat net zo grijs……

En dus wordt een sneeuwlandschap ook grijs. Dat kun je voorkomen door iets over te belichten. Handmatig of via het +/- knopje. Voor sneeuwlandschappen kun je met dit knopje naar bijvoorbeeld +1 gaan. Dan ziet die sneeuw er een stuk beter uit!

3. Ik krijg het landschap niet mooi op de foto

Naast het toepassen van de bekende compositieregels als invoerende lijnen, perspectief en de regel van derden, spelen meer aspecten een rol bij landschapsfotografie.

a) Het licht: is dat hard of zacht, uit welke richting komt het, welke kleur heeft het?. Een foto gemaakt tijdens mistige omstandigheden heeft een heel andere uitstraling dan diezelfde foto gemaakt in de volle zon of tijdens het blauwe uurtje. Zorg dus dat je er op het juist moment bent!

b) De objectiefkeuze: kies eens voor een ander objectief dan je gebruikelijk doet. Voorbeeld: degenen die hier bij me waren op het Hulshorsterzand pakten bij het zien van deze paddenstoelen allemaal de macrolens, terwijl ik aan de slag ging met de groothoeklens. We maakten totaal andere foto’s.

c) Er staat vaak teveel op de foto. Zoom in gedachten eens in. Bedenk of iets echt wat toevoegt aan het hoofdonderwerp op de foto, en laat de rest weg. Dat kan door in te zoomen, dichter naar je onderwerp toe te lopen of een ander standpunt te kiezen (hoger, lager, links, rechts).

4. Ik zie rare vlekken op m’n foto als ik ’s avonds foto’s maak.

Die “rare vlekken” kunnen natuurlijk meerder oorzaken hebben. Maar meestal is het UV-filter de oorzaak. Haal dat er de volgende keer maar eens af als je ’s avonds gaat fotograferen. Grote kans dat je geen vlekken meer ziet!

5. Ik heb op een derde van de afstand scherp gesteld, en toch is de scherptediepte niet goed

Een vuistregel is dat je, om een zo groot mogelijk gebied van voor naar achter scherp te hebben, op 1/3 van de afstand tussen jou en de horizon scherp moet stellen. Helaas geldt dat maar voor een beperkt aantal camera’s, objectieven en diafragmawaardes. Beter is het om met de hyperfocale afstand te werken. Op www.dofmaster.com kun je precies zien op welke afstand je scherp moet stellen om een zo groot mogelijke scherptediepte te krijgen. Erg handig om deze als app op je smartphone te installeren!

6. Pietje is helemaal donker!

Als je op een heldere dag iemand tegen de zon in fotografeert, zal die persoon heel erg donker op de foto komen. Het contrast tussen licht en donker is te groot. Om de persoon toch goed belicht op de foto te krijgen, kun je een invulflits gebruiken, of een reflectiescherm. Voor een invulflits doet de opklapflitser van je camera goede dienst. Kijk wel even na hoe je die flitser minder sterk kunt laten flitsen dan de standaardinstelling. Zodat je niet zo’n lelijk ingeflitst portret krijgt. Vaak is een instelling van -1 het mooist, soms -2.
Maar ook een reflectiescherm wat het licht terug kaatst (dat kan ook een wit T-shirt zijn van iemand die er naast staat bijvoorbeeld!) doet goede diensten.

Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Canon EOS 5DS en 5DS R: 50 megapixel

Fotodokter: Kleurprofiel