in

Dit is het stappenplan die elke landschapsfotograaf moet kennen

Je camera op een mooi landschap richten en afdrukken, daar is geen kunst aan. Maar dat landschap transformeren in een adembenemend mooie foto vereist flink wat oefening en kennis van compositie en techniek. Door altijd deze stappen te doorlopen voordat je de ontspanknop indrukt, omzeil je flink wat beginnersfouten.

De weg naar een geslaagde natuurfoto is bezaaid met hindernissen. Alleen al het kiezen van een goede en pakkende compositie is lastig genoeg en vergt de nodige oefening. Heb je dat eenmaal onder de knie, dan ben je ook nog eens afhankelijk van mooie lichtomstandigheden. En als je eindelijk tegen die prachtig gekleurde wolkenlucht aankijkt, kom je erachter dat landschapsfotografie ook nog eens een behoorlijk technische discipline is binnen de natuurfotografie. Maar hindernissen zijn er om uit de weg te ruimen.

Stap 1 Compositie

Controleer om te beginnen compositie, tot op detailniveau. Overlappen bomen en struiken elkaar, steken er misschien takken in beeld aan de randen, kloppen de vlakverdelingen wel, staat die ene mooie wolk er helemaal op, is de reflectie compleet? De zoeker geeft bij sommige camera’s geen volledig beeld. Live view is daarom ideaal om op je gemak alle randen van de foto nog eens te controleren op onregelmatigheden en je compositie waar nodig minimaal bij te stellen. Het landschap gaat toch nergens heen.

Foto: Tinneke68

Let erop dat je horizon recht staat. Niets zo storend als een leeglopende zee of scheve bomen en gebouwen in je foto. Je kunt in de nabewerking de foto alsnog rechtzetten, maar dat kost tijd en pixels. Bovendien heb je in je foto niet altijd de beschikking over een horizontale of verticale lijn waarvan je zeker weet dat deze recht zou moeten lopen. Het achteraf rechtzetten blijft dan een kwestie van gokken. Gebruik liever een externe waterpas voor in je flitsschoen of benut de tegenwoordig vaak ingebouwde elektronische waterpas van je camera. Wil je een panoramafoto maken die uit meerdere, overlappende foto’s bestaat, dan moet naast je camera ook je statief volledig waterpas staan. Zo niet, dan zal je panorama uiteindelijk schuin omhoog of omlaag lopen en moet je na het aan elkaar plakken aan boven- of onderkant alsnog een flinke reep eraf snijden. Wég zorgvuldig gekozen compositie.

Stap 2 Scherptediepte en scherpte

Meestal wil je in een landschapsfoto zoveel mogelijk scherptediepte en daar hoort een klein diafragma bij (groot getal, kleine opening). De meeste lenzen gaan tot F 22 of zelfs verder, maar let op dat vanaf F 16 diffractie een rol gaat spelen. Dat betekent dat de scherpte juist minder wordt door de breking van het licht langs de randen van het diafragma. Optimale scherpte bereik je daarom bij de meeste lenzen ergens tussen F 11 en F 16.

Foto: mschmidtphoto

Maximale scherptediepte (zoveel mogelijk scherp) bij je gekozen diafragma krijg je als je scherpstelt op de hyperfocale afstand. De scherptediepte loopt dan van ongeveer halverwege de gekozen scherpstelafstand tot in het oneindige. Die scherpstelafstand kun je het beste handmatig instellen. Sowieso is dat nauwkeuriger, maar je wilt ook niet dat bij het indrukken van de ontspanknop de camera opnieuw probeert scherp te stellen. Zet je camera of lens dus op manuele scherpstelling.

Eenmaal ingesteld kan de scherpstelling onveranderd blijven zolang je diafragma en brandpuntsafstand niet te veel wijzigen tijdens je fotosessie. De hyperfocale afstand varieert namelijk met het gekozen diafragma, de brandpuntsafstand van je lens en de grootte van je sensor. Op internet vind je diverse websites waar je de hyperfocale afstand kan berekenen en je zou een gelamineerd papiertje met een tabel in je fototas kunnen stoppen. Als je meer zoomlenzen gebruikt, wordt dat echter een flinke tabel. Gelukkig leven we in 2016 en zijn er verschillende (gratis) apps beschikbaar voor op je smartphone. Je voert je model camera in, het gebruikte brandpunt en het ingestelde diafragma en de app vertelt je op de centimeter nauwkeurig wat de hyperfocale afstand is. Op den duur word je er handig in en ken je de hyperfocale afstand bij veelgebruikte brandpuntsafstanden (het diafragma zal bijna altijd op of rond F 16 liggen) van buiten.

Hyperfocale afstand

Een voorbeeld, berekend met de website dofmaster.com. Stel je werkt met een fullframe camera en een groothoekzoom op 16 mm. Je diafragma is ingesteld op F 14. Volgens de berekening is de hyperfocale afstand dan 61,5 cm. Dat betekent dat als je op deze afstand scherpstelt, alles van 30 cm tot oneindig binnen de acceptabele scherpte valt. ‘Acceptabel’ is een relatief begrip en dat zorgt dat verschillende websites en apps net iets andere uitkomsten geven. Het verschil is enkele centimeters, dus niet iets om je zorgen om te maken. Wil je een app op je smartphone, zoek dan in de Appstore of Playstore op ‘dofmaster’, ‘dof calculator’, ‘hyperfocal’ of iets dergelijks. DOF staat voor Depth of Field, Engels voor scherptediepte.

Het scherpstellen op de hyperfocale afstand is lastig als je lens geen zichtbare afstandsschaal heeft. Je zult dan moeten schatten welk deel van het onderwerp in je zoeker zich op de hyperfocale afstand bevindt en daarop moeten scherpstellen. Als je camera die heeft, kun je de DOF-previewknop gebruiken om dubbel te checken wat er wel en niet in de scherpte valt. Als je door je zoeker kijkt, wordt deze erg donker zodra je de knop indrukt (het diafragma gaat immers alvast dicht) en je kunt niet inzoomen op belangrijke details. Zet je camera daarom op live view en druk dan op de DOF-previewknop. Het beeld blijft even helder en je kunt met de zoomknop rustig elk belangrijk deel van je foto live op scherpte controleren.

Foto Wimdenijs

In gevallen waarin je een voorgrondonderwerp hebt gekozen dat zich heel dicht (minder dan een halve meter) bij de lens bevindt, kan het zijn dat de scherptediepte niet groot genoeg is om alles van voor- tot achtergrond scherp in beeld te krijgen. Je kunt dan ervoor kiezen de achtergrond buiten de scherpte te laten vallen. Een andere optie is twee opnamen te maken met verschillende scherpstelling en deze in Photoshop naadloos samen te voegen tot een ‘focus blend’. In de laatste versies van Photoshop kan dat volledig automatisch met een enkele druk op de knop. Open beide foto’s als lagen in Photoshop en kies dan Bewerken>Lagen automatisch overvloeien>Stapelen.

Stap 3 Belichting

Nu de scherptediepte is geregeld, is het tijd je belichting te controleren. Dat kan door een live weergave van je compositie in live view, of door een snelle testopname. Beoordeel de belichting nooit op de weergave op het lcd. Je kunt de helderheid daarvan namelijk zelf instellen, waardoor een foto lichter of donkerder wordt weergegeven dan deze feitelijk is. Bovendien lijkt je foto veel lichter als je in donkere omstandigheden naar het lcd kijkt en veel donkerder als de zon op je scherm valt. Kijk daarom liever naar het histogram, dat geeft een objectieve weergave van de belichting.

Voorkom uitbijten van de lichtste delen van je foto, want uitgebeten wit is in de nabewerking haast niet te herstellen. Hetzelfde geldt voor volledig dichtgelopen schaduwen. Als je deze in de nabewerking wilt ophalen, zal er onherroepelijk veel lelijke ruis ontstaan in die donkere delen. Als het contrast in het landschap te groot is en je hebt geen filters ter beschikking (zie hierna), houd dan het liefst detail in de lichte delen en offer de schaduwen op. Ons menselijk brein accepteert zware schaduwen namelijk wel en uitgebeten lichte delen niet.

Waar nodig pas je de sluitertijd aan om de belichting naar je zin te maken. Het diafragma is vanwege het effect op de scherptediepte immers de bepalende factor in de landschapsfotografie en dat laat je dus met rust. De sluitertijd is veel minder van belang, je werkt als het goed is toch vanaf een degelijk statief.

Voor een minimum aan ruis en voor ideale weergave van kleuren en kleurovergangen (en meer mogelijkheden in de nabewerking) kies je een lage iso-waarde zoals iso 100 of iso 200. Een hogere iso-waarde kan van pas komen als je sluitertijd bij lage iso boven de 30 seconden uitkomt en je geen draadontspanner bij je hebt. Controleer je iso-waarde altijd, het zal niet de eerste keer zijn dat je camera nog op een hoge iso-waarde staat van dat familiefeestje van de vorige avond.

Foto: Ganasoskos

Manuele modus

Omdat het diafragma leidend is in de landschapsfotografie, lijkt het voor de hand te liggen om in diafragma-voorkeuzemodus te werken (Av). Maar met steeds wisselende composities, bijvoorbeeld met veel en weinig lucht, zul je tussentijds steeds de belichtingscompensatie moeten aanpassen. Een extra factor die je in de gaten moet houden en tot mislukte foto’s kan leiden. Door in manuele modus (M) te belichten, hoef je zolang het licht niet in kracht verandert niet meer aan de belichting te denken en kun je je volledig richten op de compositie.

Stap 4 Filters

Doorgaans is de lucht in je foto veel helderder dan de voorgrond, zeker als je rond zonsopkomst of zonsondergang fotografeert wanneer de zon de voorgrond nog niet of niet meer verlicht. Omdat de sensor van je camera een beperkt dynamisch bereik heeft, zul je moeten kiezen. Of je belicht de lucht juist, met als gevolg dat de voorgrond veel te donker wordt. Of je kiest voor een goed belichte voorgrond, waarbij de lucht overbelicht zal raken. Kiezen tussen twee kwaden dus.

Nu kun je met moderne camera’s een hdr-opname maken, maar de camera bepaalt dan de contrastverhoudingen tussen de verschillende delen van je foto. Het resultaat is vaak niet om aan te zien en bovendien meestal een jpg-bestand. Dat betekent dat je minder ruimte hebt de foto achteraf naar je zin te bewerken.

Een andere optie is om een belichtingstrapje te maken en de verschillende belichtingen achteraf op de computer samen te voegen. Lightroom en Photoshop bieden een volledig geautomatiseerde mogelijkheid, waarbij Lightroom als voordeel heeft dat het samengestelde bestand het dng-formaat heeft. Dat bestand kun je als een reguliere raw verder bewerken. Gevorderden kunnen ervoor kiezen de foto’s handmatig samen te voegen met lagen en maskers. Dit is een ambacht op zich dat veel studie en oefening vergt, maar wel tot bijzonder natuurlijk ogende resultaten kan leiden.

Voor wie minder bedreven is in het fotobewerken of gewoon geen zin heeft in extra uren achter de computer, bestaan er gelukkig hulpmiddelen om het contrast al tijdens het maken van de foto te overbruggen: grijsverloopfilters. Maar pas ook, want ook hierin schuilen een paar valkuilen.

Zorg dat je filterhouder is gemonteerd. Klinkt logisch, maar als je in de haast met je camera op statief een ven in rent om de zonsopkomst te vereeuwigen, is het jammer als je filterhouder en filters nog in de tas zitten die nog aan de oever ligt.

Bepaal vervolgens welk filter je nodig hebt en stel het op de juiste positie in. Heb je een filter met een harde of zachte overgang nodig, en hoeveel stops? Een testopname kan helpen, maar uiteindelijk zul je uit ervaring al snel het juiste filter pakken. Zo zul je bij reflecties altijd een 2-stops verloopfilter gebruiken. Bij gebruik van een zwaarder filter wordt de lucht donkerder dan de reflectie in het water. Dat is natuurkundig niet mogelijk en oogt daarom al snel fake.

Door in live view de DOF-previewknop in te drukken, sluit het diafragma alvast. Je ziet dan live het uiteindelijke effect van het filter en kunt zo beter beoordelen of de overgangslijn op de juiste plek ligt. Vooral bij grijsverloopfilters met een harde overgang is een correcte positionering erg belangrijk.

Controleer tussen de opnamen door of je lens en filter niet vies of beslagen zijn. Een poetsdoekje in je filtertas is echt een must. Een druppel of vetvlek op lens of filter heb je zo te pakken en dat geeft onscherpe vlekken in je foto en bovendien lelijke flare als je tegen het licht in fotografeert. Als de zon opkomt op een koude ochtend beslaan lens en filter gegarandeerd. Als je daar niet op let, staat je kaartje aan het eind van de ochtend vol met prachtige jaren-80 softfocusfoto’s.

Het voorgaande geldt natuurlijk ook voor een polarisatiefilter als je dat zou gebruiken. Met meer filters groeit de kans dat een van die lagen glas een vuiltje bevat dat je foto zou kunnen verpesten.

Foto: JanvanderveenPhotography

Stap 5 Ontspannen

Als alle instellingen goed staan en de filters schoon zijn en op de juiste plek zitten, is het tijd om een foto te maken. Druk niet simpelweg met je vinger de ontspanknop in, want de trilling die dat veroorzaakt, kan voor onscherpte zorgen. Gebruik liever een draadontspanner of draadloze afstandsbediening, zodat je de camera niet fysiek aanraakt bij het maken van een opname. Die heb je sowieso nodig als je in de Bulb (B) stand fotografeert voor sluitertijden langer dan 30 seconden.

Wil je helemaal safe zijn en alle trilling voorkomen, gebruik dan ook de (2-seconden) timer op je camera en klap bovendien (als je tenminste een spiegelreflexcamera gebruikt) de spiegel op. Als je in live view fotografeert, staat de spiegel al omhoog en hoef je dat dus niet nog eens apart in te stellen. Door de spiegel vast op te klappen, hoeft deze bij het maken van de foto alleen nog maar naar beneden. Je haalt zo 50% van de trilling van het op- en neerklappen van de spiegel weg.

Conclusie

Het voorgaande lijkt een heleboel informatie, maar eigenlijk zijn het maar enkele eenvoudige stappen die je voor het maken van elke foto doorloopt. In het begin zul je waarschijnlijk nog veel van deze ‘fouten’ maken. Geef echter niet te snel op. Als je veel oefent wordt het een tweede natuur en zul je merken dat er nog maar heel soms iets mis gaat. Meestal is dat als je haast hebt of nog niet helemaal wakker bent. Daar is helaas nog geen oplossing voor!

Checklist voor de natuurfotograaf

  • controleer de randen
  • zet de camera waterpas
  • kies een klein diafragma
  • stel manueel scherp op de hyperfocale afstand
  • stel een lage iso-waarde in
  • kies een sluitertijd die tot een juiste belichting leidt
  • beoordeel die belichting aan de hand van het histogram
  • monteer filterhouder en filter(s)
  • positioneer het filter op de juiste plek
  • zorg dat lens en filter(s) schoon zijn
  • klap de spiegel op
  • gebruik een draadontspanner

Bekijk ook deze video over de workflow van een landschapsfotograaf en de nabewerking van een landschapsfoto

Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Fotografietechniek: alles over autofocus

Fotograferen in de storm: wij geven je 4 tips