in

Dynamisch bereik in de praktijk: essentiële tips voor elke fotograaf

Elk nieuw cameramodel presteert weer beter dan zijn voorganger. Een van de toverwoorden bij de vergelijking tussen de modellen is het dynamisch bereik. Maar wat is dat nu eigenlijk, hoe moet je het interpreteren en wat kun je er in de praktijk mee?

De wereld om ons heen is contrastrijk: plekken met veel licht worden afgewisseld met donkere plekken. Het dynamisch bereik is het verschil in helderheid tussen de donkerste en lichtste delen in een bepaalde scène op een bepaald moment. Op een mistige dag is het dynamisch bereik heel beperkt. Op een zonnige dag, als de schaduwen diepzwart zijn, een stuk groter. Zeker in het bos waar de zon op sommige plekken door het bladerdek weet te priemen, terwijl grote delen van de bosbodem de hele dag in de diepe schaduw blijven.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Bosfotografie in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het maken van de beste bosfoto’s en nog veel meer.

Een groot dynamisch bereik is niet altijd een must, laat staan een doel op zich. Hier hangt de sprookjesachtige sfeer juist samen met het lage contrast.

Vincent Croce (vincentcroce)
Fujifilm X-H1 · ISO 400 · F 14 · 1/125 SEC · 18 MM

Sensor versus ogen

Als de overgang van donker naar licht of andersom geleidelijk gaat, merken wij mensen daar maar weinig van, bijvoorbeeld bij de overgang van dag naar nacht. Onze ogen passen zich aan de langzaam afnemende hoeveelheid licht aan en kunnen zelfs in het bijna-donker nog heel wat details onderscheiden. Als heel licht en heel donker vlak achter elkaar komen, wordt het al spannender. Loop maar eens vanuit een verduisterde woonkamer via je voordeur naar buiten midden op een zomerse dag. Die overgang is fors, en wellicht moet je een paar keer knipperen of even met je ogen knijpen. Maar het menselijk oog is een wonder van techniek en kan die grote verschillen in helderheid uiteindelijk goed opvangen. Onze ogen kunnen in diepe schaduwen nog details ontwaren, en nagenoeg tegelijk nog een meeuw tegen een heldere lucht zien vliegen.

De sensor van je camera kan dat niet. Die heeft dus veel meer moeite met grote verschillen in helderheid. Alles wat buiten het dynamisch bereik van de sensor valt, wordt volledig zwart of volledig wit op de foto weergegeven. Maar in tegenstelling tot bij het menselijk oog kun je als fotograaf wél zelf bepalen waar het (beperkte) dynamisch bereik van de sensor komt te liggen. Door de belichting aan te passen met de instellingen voor diafragma, sluitertijd en iso-waarde, kies je als het ware op welk deel van het (te) grote dynamisch bereik in de scène die je wilt fotograferen de camera zich moet richten, en welke delen je bereid bent op te offeren.

Contrast uitdrukken in stops

We kunnen het verschil in dynamisch bereik tussen menselijk oog en camera het best kwantificeren in stops. In de fotografie is een verschil van één stop een verdubbeling of halvering van de hoeveelheid licht. Het menselijk oog kan ongeveer 20 stops aan contrast verwerken en heeft dus een dynamisch bereik van 20 stops. Als één stop een verdubbeling is, is 20 stops verschil liefst één miljoen keer zoveel licht – moeilijk voor te stellen. Een gemiddelde camera kan ongeveer 12 stops aan contrast overbruggen; de betere modellen van tegenwoordig halen bijna 15 stops. Dat is tussen de 4000 en 32.000 keer zoveel licht. Dat lijkt veel, maar het verschil met je ogen is nog steeds enorm!

Dynamisch bereik in de praktijk

Wat heb je nu aan deze informatie in de praktijk? Een camera met een groot dynamisch bereik kan bij een veel groter contrast nog details weergeven in zowel schaduwen als hoge lichten. Bij een camera met een kleiner dynamisch bereik krijg je veel sneller te maken met dichtgelopen schaduwen en/of uitgebeten hoge lichten. Je zult in zo’n situatie als fotograaf moeten kiezen. Belicht je zodat de hoge lichten niet uitbijten, dan lopen de schaduwen volledig dicht. En belicht je de foto voor de schaduwen, dan bleken de hoge lichten volledig uit.

En dat wil je niet: schaduwen oplichten in de nabewerking is maar beperkt mogelijk en gaat sowieso gepaard met een flinke toename van de ruis in die delen van je foto. Uitgebeten hoge lichten bevatten al helemaal geen detaillering meer en zijn in de nabewerking niet meer te redden. Werk je veel in moeilijke, contrastrijke situaties, dan is een camera met een groot dynamisch bereik dus een betere keuze.

Op de website dxomark.com kun je voor elke camera het dynamisch bereik vinden. Je zult zien dat fullframe-camera’s meestal een groter dynamisch bereik hebben dan camera’s met een kleinere sensor. Dat komt doordat de lichtgevoelige receptoren (de ‘pixels’) op een grote sensor groter zijn en verder uit elkaar liggen. Een dergelijke sensor kan meer en betere informatie verzamelen bij een gelijke hoeveelheid licht dan een sensor waarop de pixels maar klein zijn en dicht op elkaar geplaatst.

Een foto met een laag contrast en een mysterieuze sfeer, waarbij het veel grotere dynamisch bereik van de camera niet of nauwelijks is ingezet.

Fons Bitter (fonsbitter)
Nikon D90 · ISO 500 · F 6,7 · 1/125 SEC · 21 MM

Dynamisch bereik in het histogram

De enige objectieve manier om de belichting van je foto te controleren, is het histogram. Deze grafiek geeft aan hoe de verdeling van de pixels in je foto is over de verschillende tonaliteiten. Links vind je diepzwart, rechts helderwit. Meestal is het histogram opgedeeld in vijf even grote vakken. Links de diepe schaduwen, daarnaast de donkere middentonen, in het midden de middentonen, vervolgens de heldere middentonen en ten slotte helemaal rechts de hoge lichten. Binnen de kaders tref je dus het dynamisch bereik van je camera aan.

Valt een pixel buiten de kaders (en dus buiten het dynamisch bereik), dan is deze óf diepzwart (links) óf spierwit (rechts) zonder detail. Ook al weet je niet hoeveel stops dynamisch bereik je camera precies heeft, het histogram helpt je wel degelijk om te bepalen of alle tonen in de scène die je fotografeert in het dynamisch bereik van de camera passen.

Het histogram van een identieke scène kan er daarom op twee verschillende camera’s ook behoorlijk anders uitzien. Waar op een eenvoudigere camera de schaduwen misschien tegen de linkerkant van het histogram duwen en dreigen dicht te lopen, kan het goed zijn dat een professioneel model nog heel wat ruimte heeft tussen de donkerste pixels en de linker buitenrand van het histogram. Die laatste camera heeft dus een groter dynamisch bereik.

In deze foto is het dynamisch bereik klein. De fotograaf heeft ingezoomd om de bomen ‘samen te drukken’ en het tunneleffect in de foto te versterken.

Jeroen Schouten (yeroon86)
Sony A7 III · ISO 100 · F 14 · 1/10 SEC · 111 MM

Dit histogram hoort bij de foto van Jeroen Schouten. Je ziet dat er geen echt lichte en echt donkere delen zijn.

Contrast verminderen

Het dynamisch bereik van de sensor van je camera is een vast gegeven, dat je niet kunt veranderen. Je zult de oplossing dan aan de andere kant moeten zoeken. En dat is de hoeveelheid contrast die je probeert vast te leggen: het dynamisch bereik van de scène die je wilt fotograferen dus. Feitelijk heb je daarin twee mogelijkheden. Of je zorgt ervoor dat de heldere delen minder helder worden, of je zorgt ervoor dat de donkere delen minder donker worden. Hieronder bespreken we diverse mogelijkheden. In het hoofdstuk over macrofotografie zijn we op sommige technieken al dieper ingegaan.

Verloopfilter

De heldere delen in een landschap kun je minder helder maken door een grijsverloopfilter te gebruiken. De helderheid van de lucht verandert daar weliswaar niet door, maar het filter zorgt er wel voor dat niet al die helderheid de sensor bereikt. De lucht wordt iets donkerder gemaakt, waardoor deze ineens wél binnen het dynamisch bereik van je sensor past. In de praktijk zul je zien dat bij sommige camera’s het dynamisch bereik al zo groot is (de eerdergenoemde 15 stops tegenover 12 stops) dat filters in steeds minder gevallen echt nodig zijn.

In een boslandschap zonder duidelijke horizon gaat een grijsverloopfilter je niet redden. Het best ga je op zoek naar een plek waar de lucht niet door de bladeren zichtbaar is, of zoom je voldoende in om de lucht buiten beeld te houden. Lukt dat niet, dan zit er niets anders op dan op een wolkje te wachten.

Rond bosvennetjes zou je een grijsverloopfilter kunnen gebruiken om te grote contrasten tegen te gaan; ín het bos is dat haast onmogelijk.

Mirrian Kramer (mirkramer)
Canon 6D II · ISO 100 · F 14 · HDR, gem 1/25 SEC · 24 MM

Flitser

De donkere delen in je foto kun je oplichten met een flitser. In een groots en uitgestrekt boslandschap is dat natuurlijk niet mogelijk, maar in een kleinere setting zoals bij portret-, macro- of wildlifefotografie is dit een veelvuldig toegepaste strategie. Door de schaduwen in te flitsen, maak je die helderder. Zo passen ze ineens wél binnen het dynamisch bereik van je sensor. 

Of je in de knel komt met het contrast, hangt mede af van de weersomstandigheden. Maar ook de belichtingstechniek speelt een rol.

Ron de Jong (dutchcityhopper)
Canon 6D II · ISO 400 · F 10 · 1/6 SEC · 24 MM

HDR

Een andere oplossing is het samenvoegen van meerdere belichtingen in de nabewerking. Maak een foto waarin de helderste delen net niet uitbijten, en maak vervolgens een foto waarin de diepste schaduwen net niet dichtlopen. Let bij het maken van die foto’s op je histogram! Bij erg grote verschillen maak je liefst nog een derde foto ergens halverwege qua belichting. Die zorgt bij het samenvoegen voor een wat natuurlijker ogend verloop. In bijvoorbeeld Lightroom is het vervolgens een koud kunstje om de foto’s automatisch samen te voegen tot een natuurlijk ogend geheel. Je kunt ze ook handmatig samenvoegen met lagen en maskers in Photoshop voor een vaak nog wat natuurlijker ogend resultaat en meer controle, maar dat vergt behoorlijk wat kennis en oefening.

Welke manier je ook gebruikt, je drukt altijd een groot dynamisch bereik samen tot een kleiner dynamisch bereik. Dat betekent dat de diepste schaduwen en helderste hoge lichten dichter bij elkaar komen te liggen dan in werkelijkheid het geval was. Het gevolg is dat het contrast in je foto een stuk kleiner is dan je in werkelijkheid hebt ervaren. Je zult dat moeten compenseren door het contrast in de middentonen te verhogen. Je geeft de foto er wat meer van zijn oorspronkelijke ‘pit’ mee terug, terwijl de schaduwen en hoge lichten er niet door worden beïnvloed en netjes binnen de grenzen van het histogram blijven.

Let bij het maken van een HDR in het bos goed op de wind. Bewegende takken en bladeren tussen de verschillende opnamen (zogenaamde ‘spookbeelden’) kunnen een naadloze samenvoeging achteraf lastig maken. Uiteraard is een statief bij deze techniek bijna onontbeerlijk: alleen de sluitertijd mag variëren tussen de verschillende opnamen.

Met een HDR-opname vang je toch alle tonen in een opnamesituatie met een erg groot dynamisch bereik.

Carlijn van Dijk (carlijnvandijk)
Fujifilm X-T200 · ISO 200 · F 20 · HDR, gem 1/160 SEC · 15 MM

Op rechts belichten

Heeft je camera een te beperkt dynamisch bereik voor de situatie die je wilt fotograferen, en heb je geen filters of flitser bij je, dan moet je als fotograaf een keuze maken. Wil je de hoge lichten redden, dan geef je de schaduwen prijs. Wil je detaillering in de schaduwen, zeg dan maar dag tegen de hoge lichten.

Wil je het maximale uit de situatie halen, pas dan het principe van ‘op rechts belichten’ toe (Engels: ‘Expose to the right’). Wat je doet, is zo belichten dat de lichtste delen in je foto nét niet uitbranden. Ze raken dan net de rechterkant van je histogram. Iets eroverheen is niet zo erg: het histogram is immers gebaseerd op een jpeg-omzetting van je raw-bestand. Je zult zien dat in Lightroom het raw-bestand nog wel wat speelruimte heeft, variërend van een halve stop tot wel twee stops bij sommige camera’s. Het is aan te bevelen je camera in dat opzicht goed te kennen!

Door op rechts te belichten, bijten de hoge lichten niet uit en vang je zoveel mogelijk donkere partijen nog binnen je dynamisch bereik. Zou je namelijk iets donkerder (meer naar links) belichten, dan laat je ruimte aan de rechterkant (de lichte kant) van je dynamisch bereik onbenut, terwijl aan de donkere kant meer tonen buiten het dynamisch bereik vallen dan nodig is. Dat is zonde.

Lage iso-waarde

Het dynamisch bereik van de sensor van je camera is het grootst bij gebruik van lage iso-waarden. Zodra de iso-waarde omhooggaat, wordt het inkomend signaal op de sensor digitaal versterkt. Dat levert kwalitatief mindere informatie op, en dat gaat ten koste van het dynamisch bereik. Dat is de reden dat je bij foto’s die met een lage iso-waarde zijn gemaakt de schaduwen verder kunt oplichten dan bij foto’s die met een hoge iso-waarde zijn gemaakt, zonder dat de kwaliteit van de foto daar te erg onder gaat lijden.

Tegen zonsopkomst of -ondergang in het contrast al gauw te groot voor de sensor van de camera. Een silhouet is dan de logische oplossing. Deze foto is in Madagascar gemaakt.

Kim Paffen (kimpaffen)
Canon 7D · ISO 320 · F 22 · 1/500 SEC · 70 MM

Omarm de beperking

Uit het voorgaande zou je kunnen opmaken dat een groot dynamisch bereik beter is dan een klein dynamisch bereik, en dat je er alles aan moet doen alle delen van je foto binnen de grenzen van het dynamisch bereik (het kader van je histogram) te houden. Meestal is dat ook het geval, maar er zijn ook situaties waarin een klein dynamisch bereik van je camera (of een te groot dynamisch bereik in de scène die je fotografeert) juist van pas kan komen.

Als je bijvoorbeeld een silhouet wilt fotograferen, is het juist de bedoeling dat de schaduwen volledig dichtlopen. Met een camera met een groot dynamisch bereik zul je details blijven zien in de donkere delen van het onderwerp en moet je in de nabewerking die donkere delen nog donkerder maken. De omgekeerde wereld! Ook bij contrastrijke film-noir-fotografie zorgen de grote en harde contrasten en dichtlopende schaduwen voor de typische sfeer.

Aan de andere kant van het spectrum kan een uitgebeten witte achtergrond of lucht juist zorgen voor een fris high-key-effect. Met een camera met een groot dynamisch bereik zul je flink moeten overbelichten om die lucht echt wit te krijgen. Je onderwerp zal er te licht van worden en de sluitertijd misschien zó lang dat bewegingsonscherpte een probleem kan worden. Ook dan zul je in de nabewerking de lichte delen écht wit moeten maken.

Hier streefde de maker bewust naar een overbelichte lucht voor een high-key-effect.

Peter van Wieringen (pvanwieringen)
Nikon D750 · ISO 1100 · F 9,5 · 1/250 SEC · 200 MM

Dynamisch bereik motor

Ook de monitor van je computer waarop je de foto’s bekijkt, heeft een dynamisch bereik. Op de betere modellen zie je een contrastverhouding staan van ongeveer 1000:1. Omgerekend is dat slechts 10 stops. En dat is in een ideale situatie: zodra er ook maar enig omgevingslicht op je scherm valt, neemt dat contrast nog een beetje af. De meeste monitoren hebben een dynamisch bereik dat nog lager is.

Heeft het dan nog wel zin een camera met een groot dynamisch bereik te kopen als je monitor uiteindelijk een groot deel van die helderheden niet kan weergeven? Jazeker! Als je de details eenmaal hebt gevangen, dan kun je ze ook gebruiken. De diepste schaduw die je camera heeft gevangen, verschijnt op je scherm als het diepste zwart dat dit scherm kan weergeven. En de helderste hoge lichten die je camera kon vastleggen, worden op je scherm als nét niet wit weergegeven. Het verschil in dynamisch bereik tussen camera en monitor komt tot uiting in het gebied daartussenin. Je verliest enkele stops, waardoor het contrast in de foto daalt: de tonen komen immers dichter op elkaar te liggen. Je kunt dat compenseren door het contrast in de middentonen wat op te krikken, bijvoorbeeld door de hoge lichten helderder te maken en de schaduwen wat donkerder. Een aanpassing van de Helderheid in Lightroom heeft een soortgelijk effect. Bij een camera met een beperkt dynamisch bereik zijn al die details in de hoge lichten en in de diepe schaduwen überhaupt niet vastgelegd. Dan zijn ze op je monitor ook niet zichtbaar of terug te halen.

Dynamisch bereik afdruk

Een print heeft een nóg kleiner dynamisch (contrast)bereik dan je monitor: ergens tussen de 6 en 8 stops, afhankelijk van of je mat of glanzend papier gebruikt.

Glanzend papier kan de grootste contrasten weergeven. Welk papier je kiest, is daarom medeafhankelijk van hoe contrastrijk je foto is.

Hier geldt hetzelfde als bij de monitor. De helderste (bijna witte) pixels in je foto worden zo helder als het papier is; de donkerste pixels worden zo donker als de zwartste inkt. Glanzende papieren zijn vaak voorzien van een coating waardoor het wit helderder oogt. Tussen de helderheid van het papier en de zwarte inkt zitten minder stops dan je scherm kan weergeven. Daardoor krijg je opnieuw te maken met een daling van het contrast. Je ziet dat als je in Photoshop of Lightroom een ‘soft proof’ van je foto laat weergeven. Ook nu kun je dat compenseren door de af te drukken foto te voorzien van een subtiele contrastverhoging in de middentonen, hetzij via een Curve, hetzij via een aanpassing van de Hooglichten, Schaduwen en/of de schuifjes Helderheid en Contrast.

Bij een afdruk van een dergelijk beeld is het oppassen dat de donkere partijen niet helemaal dichtlopen.

Rik van den Hurk (rikvandenhurkphotography)
Nikon D610 · ISO 200 · F 3,5 · 1/500 SEC · 62 MM

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Bosfotografie in Zoom Academy. Hierin leer je de technieken te beheersen die beweging in je foto’s brengen en nog veel meer.

Zo leer je onder andere:

  • Alles over de vier seizoenen in het bos
  • Het dynamisch bereik kennen van je camera
  • De beste locaties voor de mooiste bossen
  • Alle mooie details die in het bos te vinden zijn

Bekijk hier de volledige Cursus Bosfotografie.


Nikkor Z 28-75mm f/2.8

Snelheid vastleggen: tips voor het fotograferen van autosport