in

Een vaak onderschat element bij portretfotografie: de omgeving


30 maart 2021, 06:20

Als je een portret maakt, speelt je model natuurlijk de hoofdrol. Maar onderschat ook de rol van de omgeving niet, die speelt een belangrijke bijrol. Ook hebben de instellingen van je camera en objectief effect op de weergave van die omgeving. Hoe kun je het beste omgaan met de omgeving in een portretfoto gemaakt bij natuurlijk licht?

Als je natuurlijk licht gebruikt voor een portret, zal dat vaak binnenshuis bij een raam of deuropening zijn. Als je een dergelijk portret maakt is het fraai om met een groot diafragma te werken, bijvoorbeeld F 1.8. De scherpte loopt dan mooi weg en je hebt een fijne focus op je model. De achtergrond is onscherp en waarschijnlijk ook relatief donker.

Dat is helemaal niet erg en het kan overigens vaak ook eigenlijk niet anders. Een ruimte binnenshuis is vaak donkerder dan de buitenlucht en als je invallend licht gebruikt voor een portret, zorgt dat licht voor een behoorlijk contrast met de ‘donkere’ binnenruimte. Logisch is dat je het licht gebruikt voor het juist belichten van je model. Wat overblijft – de achtergrond – wordt donker. Dat gebeurt automatisch bij scherpstelling en lichtmeting op je model dat bij het raam staat of zit.

Professioneel

Vaak is het bovendien erg fraai en maakt het een zeer professionele indruk als je in staat bent met enkel het licht van een raam een studio-achting portret te maken. De donkerte in de achtergrond maakt bovendien dat je daar ook geen scherpte nodig hebt: er zijn immers geen elementen die scherp op de foto zouden kunnen komen in beeld.

Dat wordt anders als je verder van het raam af gaat staan met je model. Het licht dat naar binnen valt door het raam heeft binnen immers een korte ‘houdbaarheid’. Na een paar meter is het niet meer heel krachtig.

Staat je model verder naar binnen in de kamer, dan staat hij of zij meer in het algemene licht dat zich in de kamer bevindt. Het contrast is nu veel minder groot en daarom is het ingewikkelder om via instellingen de achtergrond uit je beeld ‘weg te halen’. Daarbij speelt de achtergrond wellicht een rol in je beeld en wil je deze ook een plek geven in je foto. Zorg er dan voor dat je een wat kleiner diafragma gebruikt, want op die manier blijft er wat scherpte over voor die achtergrond. Zo kan de kijker zien wat zich achter je model afspeelt. Soms is dat namelijk belangrijk voor het portret.

Omgeving en context

De omgeving van je model heeft namelijk niet alleen een visuele functie, maar er kan ook een grote inhoudelijke rol voor zijn weggelegd. Dat betekent dat je de omgeving op meerdere niveaus moet beschouwen en bij ieder portret moet kijken of dat de omgeving ook daadwerkelijk laat zien wat je wilt zeggen. Als je een portret maakt van een bakker, is het interessant om ook in de omgeving een hint naar zijn of haar beroep in te bouwen. Op die manier vertelt de foto een eigen verhaal, zonder dat je moet uitleggen wat de kijker ziet. Het is dus goed om stil te staan bij hoe de kijker van je beelden denkt en je foto’s ervaart.

De kleuren en sfeer van de omgeving passen uitstekend bij dit portret.

Jacqueline Uiterloo, jacquelineuiterloo.zoom.nl
Canon 5D III · ISO 320 · F 2,8 · 1/500 SEC · 200 MM

Onscherpte en sfeer

Portretten waarin onscherpte een grote rol speelt, zijn vaak sferisch en hebben de kracht je meteen te ‘pakken’ vanaf het eerste moment dat je ze ziet. De onscherpte in een portret is daarmee ook een belangrijke factor en bevindt zich voor het grootste gedeelte in de omgeving van je model. De voorgrond, achtergrond en – afhankelijk van je instellingen – misschien ook wel een gedeelte van je model zelf zijn onscherp. Hoewel de onscherpte vaak vanzelf fraai is, kun je er als fotograaf natuurlijk wel kritisch naar kijken tijdens het fotograferen.

De achtergrond bevindt zich voor een deel op een flinke afstand van je model en daarmee kun je die achtergrond snel ‘veranderen’. De positie van je model of je eigen standpunt een paar centimeter opschuiven geeft je dus al snel een compleet nieuwe achtergrond. Zo kun je precies de achtergrond uitkiezen die je zelf wilt. Positioneer je model bijvoorbeeld een stukje naar rechts om ervoor te zorgen dat zijn of haar hoofd net ‘in’ het bladerdek van een boom in de achtergrond valt. Dat geeft je beeld een heel ander karakter.

Gebruik je een objectief met een fraaie weergave van lichten en schitteringen in de onscherpte (we spreken dan over een mooi bokeh), dan kun je de compositie aanpassen en een paar lichtjes, reflecties of schitteringen in de achtergrond meenemen.

Denk ook eens out-of-the-box: een bad met bloemen is óók een omgeving!

Mirjam Smit, mirjammel.zoom.nl
Nikon D750 · ISO 1250 · F 3,2 · 1/250 SEC · 42 MM

Hét fundament van Photoshop: werken in lagen en maskers

Werken in Lightroom: Color Grading (1)