in

Elektronische versus mechanische sluiters: wat is het verschil en is de een beter dan de andere?

Van oudsher hebben fotocamera’s een mechanische sluiter. Pas veel later is daar een elektronische variant bij gekomen. Is de mechanische versie hierdoor overbodig geworden? En wat is het verschil tussen beide sluitertypen? En wat kun je daarmee in de praktijk?

Voor optimaal belichte foto’s kun je de hoeveelheid licht die de beeldsensor bereikt, doseren via twee mechanismen. Het diafragma dat in een objectief zit, regelt de sterkte van de lichtbundel die op de sensor valt. Aanvullend bepaalt de camerasluiter hoelang dat lichtbundeltje op de beeldsensor mag schijnen. Vandaar dat je, in plaats van over belichtingstijd, ook wel over sluitertijd spreekt.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Camerabeheersing in Zoom Academy. Alles leren over je camera en wil je alle functies optimaal benutten? Bekijk de gehele cursus!

Met een elektronische sluiter wordt het beeld iets langzamer, lijn voor lijn, uitgelezen.

Bram Busink (bramphotography)
Fujifilm X-T3 · ISO 400 · F 6,4 · 1/250 SEC · 56 MM

Spleetsluiters

In bijna elke spiegelreflex en systeemcamera zit vlak voor de beeldsensor een mechanische sluiter. Deze bestaat uit smalle strookjes die lamellen worden genoemd. Uitgespreid bedekken ze als een soort gordijn de volledige sensor, zodat daar geen licht op kan vallen. Eigenlijk zijn het zelfs twee gordijnen: het ene stelt de sensor tijdelijk bloot aan licht, en het tweede sluit de boel weer af.

Zodra jij op de ontspanknop drukt, gaat de sluiter heel even open, zodat licht op de sensor kan vallen. Daarna gaat hij razendsnel weer dicht en is de belichting voltooid. Bij kortere sluitertijden opent de sluiter zich niet volledig, waardoor de belichting van het beeld gefaseerd plaatsvindt. Doordat het tweede gordijn al in beeld komt terwijl het eerste zich nog aan het openen is, verplaatst zich een strook van licht over de sensor, precies in de spleet tussen beide gordijnen in. Vandaar ook dat dit een spleetsluiter wordt genoemd.

Hoe sneller het tweede gordijn de achtervolging inzet, hoe smaller de spleet en hoe korter de sluitertijd. Voor de kortste sluitertijden zijn zeer nauwkeurige, en dus duurdere, sluiters nodig. Vandaar dat je een kortste tijd van 1/8000 seconde vooral op topmodellen tegenkomt, terwijl goedkopere modellen blijven steken bij 1/2000 of 1/4000 seconde.

Centraalsluiters

Er zijn ook mechanische sluiters die anders werken, zoals ‘leaf shutters’ oftewel centraalsluiters. Die kom je voornamelijk tegen in compactcamera’s en de objectieven van sommige middenformaatcamera’s.

Open of dicht

Bij een spiegelreflex is de sluiter standaard gesloten. Door de optische zoeker kun je prima zien wat je fotografeert. En omdat je de sensor hier niet bij nodig hebt, bespaar je ook nog stroom. Pas op het moment dat je de ontspanknop volledig indrukt, klapt eerst de spiegel omhoog. Daarna gaat de sluiter open en weer dicht, en tot slot klapt de spiegel weer omlaag. Het luide ‘ontspangeluid’ dat je bij een spiegelreflex hoort, is daarvan afkomstig.

Werk je in live-view of met een systeemcamera, dan staat de sensor continu aan en de sluiter open. Anders zie je niets op het scherm of in de elektronische zoeker. Zodra je op de ontspanknop drukt, gaat de sluiter eerst dicht. Daarna open en weer dicht om de opname te maken, en tot slot opnieuw open, zodat je weer zoeker- of schermbeeld hebt.

Een voorbeeld van het spleetsluitermechanisme van een systeemcamera. (beeld: Nikon)

Met een elektronische sluiter en een lange sluitertijd vindt er weinig tot geen beweging in de camera plaats, waardoor je nog minder snel onscherpte krijgt.

Cor van der Waal (fotografiecor)
Sony A7 III · ISO 100 · F 11 · 20 SEC · 16 MM

Mechanisch versus elektronisch

Op systeemcamera’s, en steeds vaker ook op spiegelreflexen, zit aanvullend een elektronische sluiter. Om deze te gebruiken, moet allereerst de mechanische sluiter open blijven staan. Daarom ben je bij een spiegelreflex dan aangewezen op live-view. Omdat zo’n sluiter geen mechanische onderdelen bevat, is die volledig geruisloos. Daarnaast zijn aanzienlijk kortere sluitertijden mogelijk (tot maar liefst 1/32.000 seconde) en hogere burstrates (vaak wel 20 of 30 opnamen per seconde). Bovendien veroorzaken dergelijke sluiters geen trillingen en slijten ze niet. Mechanische sluiters zijn vaak na 100.000 of 200.000 opnamen versleten.

Misschien vraag je je af waarom er nog mechanische sluiters bestaan. De reden is dat beide sluitertypen hun voor- en nadelen hebben. Op basis van het voorgaande zou je bijvoorbeeld denken dat een elektronische sluiter ideaal is voor actiefotografie. Je kunt echter te maken krijgen met het zogeheten ‘rolling-shutter-effect’. De sensor wordt namelijk niet in één keer belicht en uitgelezen, maar in stroken. Hierdoor treedt vertraging op die bij snel bewegende onderwerpen tot storende vervormingen kan leiden. Ook bij filmen, want dan wordt altijd de elektronische sluiter gebruikt.

Om dit effect te minimaliseren, gebruiken fabrikanten slimme technieken. Zoals extra grote geheugenbuffers op de beeldsensor zelf, waardoor het uitlezen sneller plaatsvindt. Of een zogeheten ‘global shutter’, waarbij de sensor in één keer volledig wordt uitgelezen. Dan is er helemaal geen vervorming. Helaas is deze technologie nogal duur en dus zeldzaam. Overigens treedt het rolling-shutter-effect ook op bij mechanische sluiters, maar minder, doordat een aanzienlijk breder sensorgebied gelijktijdig belicht wordt.

Bij kunstmatige lichtbronnen kan ‘banding’ optreden: afwisselende donkere en lichte strepen in beeld. Ook dit effect is vooral bij elektronische sluiters duidelijk zichtbaar.

Links: elektrische sluiter. Rechts: mechanische sluiter.
Het rolling-shutter-effect in de praktijk. Tijdens ‘panning’ met een elektronische sluiter vervormt de omgeving dramatisch (camera op statief én volledig waterpas!). Met de mechanische sluiter gebeurt dit niet of nauwelijks.

Kees Krick
Beide beelden: 1/1000 SEC

Flitsfotografie

Met een flitser moet je in één keer de volledige sensor verlichten. Dat kan alleen als het eerste gordijn volledig openstaat terwijl het tweede gordijn nog niet in beweging is gekomen. Vandaar dat de kortste flitssynchronisatietijd met een mechanische spleetsluiter rond de 1/250 seconde ligt. Tenzij je de optie ‘high-speed sync’ (kortetijdensynchronisatie) gebruikt, waarbij de flitser stroboscopisch licht geeft.

Dan maar de elektronische sluiter gebruiken …? Helaas, het gros van de camera’s kan dan helemaal niet flitsen. Want door het stapsgewijs uitlezen van de beeldsensor wordt slechts een smal streepje verlicht. Als het wél kan, is de flitssynchronisatietijd extreem lang (bijvoorbeeld 1/60 seconde). Een camera als de Sony A1 is een positieve uitzondering met een synchronisatietijd van 1/400 seconde bij de mechanische en 1/200 seconde bij de elektronische sluiter. Ook de elektronische sluiter van de gloednieuwe Nikon Z 9 haalt een synchronisatietijd van 1/200 tot 1/250 seconde, of nog korter wanneer kortetijdensynchronisatie is ingesteld.

Flitsen is doorgaans niet mogelijk met een elektronische sluiter.
(Model: Anousha, MUA: Esmiralda v.d. Wal)

José Lugtenberg (jlugtenberg)
Sony A7 III · ISO 250 · F 7,1 · 1/125 SEC · 85 MM

De toekomst?

Die Z 9 is trouwens een interessant geval. Deze professionele systeemcamera is de eerste in z’n soort met uitsluitend een elektronische sluiter. Flitsen kan wél, en het rolling-shutter-effect is volgens de maker tot het absolute minimum teruggebracht.

Wellicht worden mechanische sluiters dus toch overbodig in de nabije toekomst. In de tussentijd moeten we zelf bepalen welke sluiter in welke situatie de beste optie is. Helemaal geruisloos is bijvoorbeeld niet altijd een pluspunt. Bij een portretsessie is het voor je model prettig om de ‘klik’ te kunnen horen. Vaak kun je via het menu een hiervoor overigens een kunstmatig sluitergeluidje oproepen.

Handig is dat camera’s vaak zelf de knoop kunnen doorhakken, afhankelijk van de omstandigheden en instellingen. Ook bestaan ‘hybridesluiters’, waarbij de sensor elektronisch aangezet en aan het einde van de belichting mechanisch afgesloten wordt. Hierdoor heb je vrijwel geen last van het rolling-shutter-effect of banding.

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Camerabeheersing in Zoom Academy. Alles leren over je camera en alle functies optimaal benutten? Bekijk de gehele cursus!

Zo leer je onder andere:

  • Alles over de techniek van je toestel
  • Je kennis te vergroten en mooiere foto’s te maken
  • Het toepassen van de technieken in de praktijk

Bekijk hier de volledige Cursus Camerabeheersing.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Panasonic LUMIX GH6 Preview | Hybride MFT krachtpatser

Vogels fotograferen: zo ga je om met vogels en de natuur