in

Focus op vogels: scherpstellen op vogels en wildlife

Misschien heb je al ontdekt dat onze camera beschikt over meerdere autofocus-instellingen. Zo heb je de S-AF- of AF-S-instelling, die geschikt is voor alle stilstaande onderwerpen. Met stilstaande onderwerpen bedoelen we onderwerpen die qua afstand niet veranderen. Een vogel op een paaltje, die enkel met zijn kopje beweegt, is dus een stilstaand onderwerp, evenals een damhert dat ligt uit te rusten in de schaduw onder een boom of rustig loopt te grazen.

Bij vogels en wildlife zal je meer te maken hebben met actie. Dan is de C-AF- of AF-C-instelling de beste methode om te gebruiken. Heb je een Canon-camera, zet dan je camera op Ai Servo.

Zolang je je ontspanknop half ingedrukt houdt en je scherpstelgebied op je actieve onderwerp blijft richten, blijft de camera voortdurend scherpstellen op je onderwerp. Heb je je onderwerp vervolgens op een gegeven ogenblik perfect in je frame, druk dan door om de foto te maken. De C-AF-instelling in combinatie met de juiste sluitertijd levert gegarandeerd scherpe platen op!

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Beweging en Actie in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het vastleggen van beweging, snelheid en nog veel meer.

Een rennende hond vraagt om een andere instelling: continue autofocus, oftewel: C-AF.

Rene van Zon (rezon)
Nikon D750 · ISO 1000 · F 4 · 1/1250 SEC · 300 MM

De moeilijkheid

Er zijn verschillende scherpstelgebieden die instelbaar zijn in je camera. Hier kun je een keuze maken uit een volledig vlak, een deelgebied met minder scherpstelpunten of een enkelvoudig scherpstelpunt. De meeste precisie haal je door gebruik te maken van een enkelvoudig scherpstelpunt. De camera kan dan immers alleen nog scherpstellen op die plek waar jij je scherpstelpunt op richt.

De moeilijkheid bij actiefotografie is om het enkelvoudige scherpstelpunt voortdurend op je bewegende onderwerp te houden, met name als je niet weet hoe je onderwerp zich beweegt. Een rennende hond wil nog weleens wat onverwachte wendingen maken. Juist dan is het lastig om dat scherpstelpunt op die wendbare hond te houden. En toch is dat wel een vereiste. Werk je in de C-AF-stand en houd je je AF-punt niet op de betreffende hond, dan kan het zomaar zijn dat je camera plots op de grond erachter focust, omdat je daar per ongeluk je focuspunt hebt. Het volgen van en het meebewegen met je onderwerp is dus belangrijk.

Gelukkig hebben sommige camera’s een zeer geavanceerd autofocussysteem. Ze kennen naast de AF-S en AF-C vaak ook een AF-trackingsysteem. Dit systeem zorgt ervoor dat het onderwerp in de zoeker gevolgd wordt. Ook al beweegt je hond plots van links naar rechts en kun jij als fotograaf daar niet snel genoeg op anticiperen, dan zal de AF-tracking deze wending vanzelf door hebben en je focuspunt(en) mee verplaatsen met de wendbare hond. AF-tracking is fantastisch voor onderwerpen die een onvoorspelbare actie-richting kennen. En dat zijn er veel.

AF-tracking

AF Tracking is dus zeker een welkome instelling voor iedereen die actie wil fotograferen. Niet alle camera’s beschikken hierover, maar de recente camera van de afgelopen jaren zeker. De benaming van de AF-Tracking functie heet bij iedere merk anders. Enkele voorbeelden:

  • Olympus: AF Tracking
  • Panasonic: AF Tracking
  • Sony: Tracking of Lock-ON AF
  • Nikon: 3D Focus Tracking
  • Fujifilm: Tracking
  • Canon: Ai Servo AF Tracking

AF Tracking werkt perfect bij beelden van snel bewegende objecten, zoals deze uil.

Frank Jacobs (frankjacobs)
Nikon D5 · ISO 500 · F 4 · 1/1600 SEC · 260 MM

Burstmodus

Afijn! Sluitertijd: check! AF-C met eventueel AF-tracking: check! De basisingrediënten voor de perfecte dierenfoto in actie hebben we. We moeten nu in staat kunnen zijn om een perfect scherpe foto te maken.

Daar komt ie dan … de beruchte vogel in vlucht. De spanning stijgt. Je krijgt de vogel perfect in het vizier en alle seinen springen op groen: de sluitertijd is perfect, de belichting subliem en de AF-C instelling met eventueel AF tracking lijkt uitmuntend te werken. Klik! Scherpe foto! Blij? Jazeker, scherper kon niet en de belichting is helemaal goed. En toch kijk je misschien nog wat beteuterd. Alles klopt, maar de vogel staat er toch raar op. Reden? De timing!

De vogel is haarscherp, maar heeft ingeklapte vleugels: foute timing.

De timing bij snel bewegende onderwerpen is lastig. En blijft lastig. Door nu te gaan werken met het maken van meerdere foto’s per seconde, kunnen we dit ‘timings-probleem’ oplossen. Als we meerdere foto’s van hetzelfde actiemoment hebben, kunnen we achteraf de perfecte foto kiezen. In het geval van een vogel in vlucht hebben we dan zowel foto’s waarbij de vleugels ingeklapt zijn, als waarbij de vleugels mooi gespreid staan.

Dankzij de zogenaamde burstmodus hebben we de juiste foto achteraf voor het uitkiezen. Normaal maakt je camera slechts één foto als je je ontspanknop doordrukt. De camera staat dan ingesteld op de Single Mode of Enkel Beeld. Je vindt de instelling bij de transportstand in je snelmenu. Op de burstmodus blijft camera net zolang foto’s schieten totdat je de ontspanknop weer loslaat.

Met de burstmodus kun je snel foto’s achter elkaar maken, en uiteindelijk de beste houding van de vogels kiezen.

Aantal beelden per seconde

Je kunt je camera dus in twee verschillende modi zetten. In de single-modus neemt de camera maar één foto per keer als je op de ontspantoets drukt. Zet je je camera op de burst-modus, dan maakt je camera een hele reeks foto’s achter elkaar bij het inhouden van de sluiterknop. Je kunt dan dus razendsnel meerdere foto’s achter elkaar maken. Met de burst-modus vergroot je daarmee de kans dat je de actie op het juiste moment vastlegt.

De meeste camera’s kunnen ongeveer zes tot tien beelden per seconde maken en daar zit meestal wel iets moois tussen. Sommige camera’s gaan zelfs al naar zestig beelden per seconde. Per camera is het verschillend hoe je deze modus moet aanpassen of instellen.

Snel of nog sneller

In de burstmodus heb je in veel camera’s nog de mogelijkheid om een verfijndere keuze te maken.

  • Burstmodus L – Lage snelheid
  • Burstmodus H – Hoge snelheid

De twee opties die geboden worden, verschillen dus puur in de snelheid. Zo kan het zijn dat in de L-stand er drie beelden per seconden geregistreerd worden en in de H-stand zes beelden per seconde. Dit verschilt echter per camera en is terug te vinden in de technische specificaties. In de H-stand is dan de kans op de perfecte actie groter dan in de L-stand, maar doordat er snel heel veel foto’s gemaakt worden, is het ook een grotere aanslag op je opslaggeheugen: je geheugenkaart is wat sneller vol.

Bij snelle actie is de H-stand ideaal. Bij minder snelle actie volstaat de L-stand in de meeste gevallen ook.

Dankzij meerdere foto’s per seconde kan je achteraf de mooiste uitkiezen.

Buffer

Wat misschien opvalt dat als je in de burstmodus fotografeert, is dat de snelheid de eerste seconden hoger is dan daarna. Dat heeft te maken met het vollopen van je buffergeheugen van de camera. Iedere foto die je schiet, wordt eerst opgeslagen in een buffergeheugen – een soort tussenstation – waarna hij op de schrijfsnelheid van de geplaatste geheugenkaart wordt weggeschreven naar die kaart. Als het buffergeheugen door de snelheid in de burstmodus volloopt, is de burtsmodus daarna afhankelijk van de snelheid van je geheugenkaart. Dat de burstmodus na enkele seconden langzamer wordt, is dus volstrekt normaal.

Ook duurt het na het schieten van een flinke reeks foto’s een tijdje voordat alles weggeschreven is naar je geheugenkaart. Met name als je met grote raw-bestanden werkt of tegelijkertijd met raw én jpeg. Soms kun je je camera dan ook niet uitschakelen, ondanks dat je klaar bent met fotograferen. De camera is dan nog druk met het wegschrijven van alle informatie. Even geduld is de enige oplossing.

Let op: autofocus en burstmodus H

De werking en snelheid van de L- en H-stand verschilt per camera. In sommige camera’s is het ook zo dat als de burstmodus op snelheid H staat, dat de trackingsmogelijkheden dan niet meer werken. Of dat zelfs de AF-C- of C-AF-modus niet meer werkt. Dit heeft te maken met je autofocusmodule of je beeldprocessor.

Check dus even in de gebruiksaanwijzing van je camera of dat het geval is. Is dat zo? Dan is het beter om bij actie, waarbij je C-AF en eventueel AF-tracking wilt gebruiken, te werken op de burstmodus L-stand. Heeft jouw camera de genoemde beperkingen niet? Dan kun je uiteraard zelf kiezen of de L- of H-stand het beste bij jouw wensen of te fotograferen onderwerp past.

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Beweging en Actie in Zoom Academy. Hierin leer je de technieken te beheersen die beweging in je foto’s brengen en nog veel meer.

Zo leer je onder andere:

  • Alles over sluitertijd
  • Het fotograferen van dieren en hun beweging
  • Hoe je verschillende sporten fotografeert
  • Creatief omgaan met bewegingselementen

Bekijk hier de volledige Cursus Beweging en Actie.


Beginnen als trouwfotograaf: zo ga je van start

Black Friday deals 2021 : Zo koop je de beste compactcamera