in ,

Fotograferen in het donker – de beste instellingen

Fotograferen in het donker is vaak niet de gemakkelijkste opgave. Het weinig licht zorgt ervoor dat je moeite kunt hebben met het maken van een mooi plaatje en een goede belichting. Welke instellingen kun je nu het beste gebruiken tijdens je foto-avonturen in het donker?

Een goede foto heeft licht nodig om überhaupt gemaakt te kunnen worden. Fotograferen is daarom het meest gemakkelijk op plekken waar dat licht het meeste aanwezig is. In dat geval kun je als fotograaf volledig focussen op de compositie en je onderwerp en hoef je geen rekening te houden met moeilijkheden rondom de belichting. Als het donker is of als er om een andere reden maar weinig licht aanwezig is, dan heb je als fotograaf een extra kluif. Welke rol spelen je instellingen en hoe maak je in het donker de beste beelden? 

Sluitertijd

Hoe korter de sluitertijd is, hoe minder licht er op de sensor van je camera zal vallen. Voor een goed belicht beeld heb je vaak een flinke portie licht nodig, waardoor het logisch klinkt om met een langere sluitertijd te werken. Dat klinkt logisch en dat is het ook. Hoe langer de sluiter open is, hoe meer licht er naar binnen kan vallen om je belichting kloppend te krijgen. Er is echter een groot gevaar: een langere sluitertijd zorgt – uit de hand – al snel voor onscherpte. Hoewel je tegenwoordig vaak beeldstabilisatie in je camera en of lens ingebouwd hebt zitten, blijft het gebruiken van een (te) lange sluitertijd altijd een risico. 

Diafragma

Hoe verder je diafragma open staat, hoe meer licht er naar binnen kan vallen. Gebruik daarom bij voorkeur een groot diafragma (een klein f-getal). f/2.8 is bijvoorbeeld een prima te gebruiken diafragma in de avond. Wees wel voorbereid op snel weglopende scherpte als je een groot diafragma gebruikt. Een klein diafragma zorgt voor meer scherpte. bijvoorbeeld van voor tot achter, maar vereist veel meer licht en zorgt daarom voor (veel) te lange sluitertijden.  

Iso-waarde

Door het verhogen van de iso-waarde maak je de sensor lichtgevoeliger en kun je beter belichte beelden maken. Doen, zou je dus zeggen. Toch is er ook een groot nadeel: een hoge iso-waarde is niet goed voor je beeldkwaliteit. Scherpte gaat achteruit en je krijgt ruis in je beelden. Dit kun je deels achteraf corrigeren in de nabewerking, maar is vaak toch een negatieve invloed op je foto’s. Kies – als het gaat – dus altijd voor de laagst mogelijke iso-waarde. 

Statief

Een statief gebruiken zorgt er tijdens donkere momenten voor dat je toch goed belicht scherp beeld kunt maken. Daarmee lost het gebruik van een statief tegelijk een aantal problemen tegelijk op. Lange sluitertijden, kleine diafragma’s en lage iso-waardes zijn opeens geen enkel probleem meer. Hoewel het niet altijd handig is en soms ronduit vervelend, is het meenemen van een statief daarmee wel een heel aantrekkelijk idee. Gelukkig zijn er ook kleine en of lichte statieven te vinden, die gemakkelijk mee te nemen zijn tijdens al je foto-avonturen in de avond. 

Stop met het maken van deze belichtingsfouten

Creatieve bewerkingen: zo maak je een samengesteld familieportret in Photoshop