in

Fotograferen met je telefoon: dit zijn de voor- en nadelen

Zo ongeveer iedereen heeft een smartphone met een camera bij zich. Ook fotografen. Vaak wordt een beetje meewarig neergekeken op deze smartphonecamera, maar dat is helemaal niet nodig. Vaak kun je er prima mee uit de voeten. We zetten de voor- en de nadelen voor je op een rijtje.Voordelen

Je hebt hem altijd bij je

Een bekend gezegde luidt: de beste camera is de camera die je bij je hebt. In dat geval is je telefoon dus vaak de beste camera, want die heb je altijd – of in de meeste gevallen – bij je. Daardoor kun je in principe op elk moment en van ieder onderwerp een foto nemen, ook als je de ‘serieuze’ apparatuur thuis hebt gelaten.

Compact en licht

Je telefoon is heerlijk klein en licht, waardoor je hem dus altijd in je zak of tas mee kunt nemen. Dit zorgt er dus ook voor dat je hem nooit thuislaat omdat hij te groot of te zwaar is. Ideaal dus als je een lange wandeling maakt, of naar het strand gaat. Je hebt hem zo gepakt en een foto is er heel snel mee gemaakt, ook omdat je jezelf meestal niet al te veel bezig hoeft te houden met de instellingen. Bij een dslr of systeemcamera is dat natuurlijk heel anders.

Je telefoon valt niet erg op

Iedereen fotografeert met zijn of haar telefoon. Het valt dus helemaal niet meer op in het straatbeeld. Als je met een dslr of systeemcamera gaat staan fotograferen dan is dat toch een heel stuk opvallender. Dan trek je meer aandacht, bijvoorbeeld van omstanders of van je onderwerp. Je kunt lekker onopvallend aan het werk met je telefoon, waardoor je op sommige momenten beter in staat bent om juist die ene foto te maken.

Je foto’s altijd bij de hand

Het leuke aan een smartphone is natuurlijk ook dat je foto’s altijd op het toestel aanwezig zijn, naast dat ze – meestal – ook in een cloud-dienst zijn opgeslagen. Op die manier heb je alle beelden snel bij de hand en kun je ze ook altijd laten zien.

AI

Telefoons moeten het niet van hun grote sensor hebben, of van de prachtigste optische constructies in het objectief. Waar ze het juist wél van moeten hebben is het intellect dat in het toestel schuilgaat. Een moderne smartphone is hartstikke slim en maakt bijvoorbeeld verregaand gebruik van artificiële intelligentie om je foto’s te ordenen, te maken en te bewerken. Op dat vlak zijn ze meestal een stukje slimmer dan je dslr of systeemcamera.

Nadelen

Kleine sensor

Een smartphone-camera heeft een piepkleine sensor, vaak nog kleiner dan de sensoren uit compactcamera’s. Je kunt je voorstellen dat je het daarmee niet gaat winnen van je aps-c of fullframe-camera. Qua beeldkwaliteit, scherpte, maar vooral op het gebied van dynamisch bereik en de controle van beeldfouten is er nog een hele weg te gaan. Je smartphonebeelden zijn daarom prima geschikt voor kleine beeldschermen en prints, maar als je écht kritisch gaat kijken of op groter formaat af gaat drukken vallen ze vaak door de mand. Al gaan de ontwikkelingen heel erg hard en zijn de huidige smartphonecamera’s al niet meer te vergelijken met die van bijvoorbeeld drie jaar geleden.

Weinig tot geen keuze aan brandpuntsafstand

Een smartphone heeft vaak een groothoeklens aan boord en bij de duurdere modellen vind je soms nog een ‘standaard’ lens als extra (die ze dan vaak als tele aanduiden). Je hebt dus geen gigantisch grote keuze op het gebied van je perspectief en brandpuntsafstand.

Niet optisch zoomen

Zoomen is een moeilijk punt bij smartphones. Digitaal kun je soms wel flink inzoomen, maar dat gaat natuurlijk ten koste van de kwaliteit van je beelden. Optisch zoomen gaat eigenlijk niet, waardoor je in dat opzicht beperkt bent. Al zou je het wisselen tussen groothoek en standaardlens natuurlijk wel als een nogal basale vorm van zoomen kunnen betitelen.

Panasonic Lumix S 24mm F1.8

De basis van Photoshop: dit zijn aanpassingslagen