in

Foto’s importeren in Lightroom: dit zijn een aantal slimme instellingen om te gebruiken

Er zijn tijdens het importeren van je foto’s in Adobe Lightroom een aantal keuzemogelijkheden in de panelen aan de rechterzijde van je scherm. Daar gaan we in dit artikel verder op in.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Beheren en bewerken in Lightroom 2022 in Zoom Academy. Hierin leer je alles over de nieuwe functies van het fotobewerkingsprogramma.

Bestandsafhandeling

 Allereerst kies je in het paneel Bestandsafhandeling het type voorvertoningen dat Lightroom voor je moet aanmaken.

Het paneel Bestandsafhandeling, dat je vindt aan de rechterkant van het import-venster.

Voorvertoningen

De voorvertoningen maken het mogelijk om je foto’s in de Bibliotheek-module te kunnen zien, zonder dat je de originele bestanden nodig hebt. Kies achter Voorvertoningen maken voor Standaard als je gewone, normale voorvertoningen wilt. Deze voldoen normaal gesproken als ruim voldoende.

Eventueel kan je hier ook kiezen voor de andere opties. We zetten ze voor je op een rijtje.

Je hebt verschillende keuzes voor het maken van de voorvertoningen.

Minimaal

Met de optie Minimaal worden foto’s onmiddellijk weergegeven, waarbij de kleinst mogelijke voorvertoningen worden gebruikt die in de foto’s zijn ingesloten. Lightroom Classic rendert voorvertoningen op standaardgrootte als dat nodig is. Deze manier van voorvertoningen maken is de allersnelste manier, maar levert niet de meeste details op.

Ingesloten en secundair

Kies je voor Ingesloten en secundair, dan worden de grootst mogelijke voorvertoningen weergegeven die via de camera beschikbaar zijn. Van ieder raw-bestand slaat een camera ook een soort van afgeleide, ingesloten jpeg op, zodat je in ieder geval beeld kunt zien. Een raw-bestand is immers nog onbewerkt. Met deze optie verloopt het genereren van de voorvertoning wat trager dan met de optie Minimaal. De kwaliteit van deze voorvertoningen is iets hoger, maar nog zeker niet optimaal.

Standaard

Hiermee worden voorvertoningen weergegeven terwijl ze door Lightroom Classic worden gerenderd. Voor voorvertoningen van standaardgrootte wordt de Adobe RGB-kleurruimte gebruikt. De instelling Standaard is de meest gebruikte en voor de meeste gebruikers meer dan goed.

1:1

Voor voorvertoningen met een weergave van de feitelijke pixels van 100%, gebruik je de modus 1:1. Deze voorvertoningen zorgen ervoor dat je in de Bibilotheekweergave je foto’s op volledige grootte kunt zien, zonder dat het originele bestand nodig is. Hoewel deze weergave de hoogste kwaliteit garandeert, duurt het renderen over het algemeen lang en neemt het tevens een hoop opslagruimte in beslag.

Slimme voorvertoningen

Het maken van Voorvertoningen zorgt er dus voor dat je je foto’s in de Bibliotheek altijd kunt zien. Ook als de originele foto’s op een externe harde schijf of op een NAS staan, en dus niet altijd voorhanden zijn. De voorvertoningen zijn dus in feite kleine kopieën van de originele bestanden. Als we later onze foto’s willen bewerken, dan hebben we de originele foto’s altijd nodig. Staan deze extern opgeslagen, dan moet je daar dus bij kunnen.

Wil je toch kunnen werken aan foto’s zonder dat je de originele foto’s bij de hand hebt, kies dan voor Slimme voorvertoningen maken. In dat geval kun je al je bewerkingen doen op de slimme voorvertoningen. Zodra Lightroom de originele bestanden ziet, wanneer bijvoorbeeld de betreffende externe harde schijf aangekoppeld wordt, worden alle bewerkingen gesynchroniseerd met de originele bestanden. Slimme voorvertoningen kunnen dus enorm handig zijn, vooral als je veel bestanden op externe locaties hebt staan. Maar let wel op: ze nemen erg veel ruimte in!

Geen dubbele bestanden

Zet eventueel ook in dit paneel een vinkje bij Mogelijke dubb. foto’s niet importeren. Dit zorgt ervoor dat Lightroom een foto die je in een vorige sessie al hebt ingebracht, nu niet nog eens importeert. Zo voorkom je een hoop vervuiling als gevolg van dubbele foto’s.

Bestandsnamen

Het volgende paneel dat je tegenkomt, genaamd Wijzigen van de bestandsnaam, geeft de mogelijkheid om de bestandsnamen van de foto’s en video’s aan te passen. De bestandsnaam zoals die uit de camera komt is nogal nietszeggend, en bovendien begint de camera na 9999 foto’s opnieuw met tellen. Het is dus beter om de bestandsnaam te veranderen, zodat die uniek wordt. Een eenvoudige manier die prima werkt is om bijvoorbeeld de opnamedatum voor de originele bestandsnaam te plaatsen. Lightroom kan dat automatisch voor je doen door die datum uit de exif-gegevens van het bestand te lezen.

Uiteraard is het ook mogelijk om de naam helemaal te veranderen. Of te werken met een eigen genummerde reeks. Er zijn talloze mogelijkheden om de bestandsnaam naar je hand te zetten.

Je kunt de bestandsnamen automatisch laten aanpassen bij het importeren.

Toepassen tijdens importeren

Het derde paneel aan de rechterzijde van je scherm is Toepassen tijdens importeren. Hierin kun je aangeven dat er meteen al een bepaalde basisbewerking op de foto’s moet worden toegepast en dat er bepaalde metagegevens moeten worden toegevoegd. Zo ook kan je alvast trefwoorden toevoegen die voor álle te importeren foto’s gelden.

Ben je naar Sicilië op vakantie geweest, dan kun je dus de trefwoorden ‘Italië’ en ‘Sicilië’ meteen hier al toevoegen, want die gelden voor alle foto’s. Specifiekere trefwoorden voeg je later toe. Trefwoorden maken het eenvoudig om later foto’s terug te kunnen vinden.

Het toevoegen van algemene trefwoorden kan tijdens de import in één keer voor alle foto’s.

Bestemming

Als laatste moet je de bestemming voor de foto’s aangeven. Dit had je wellicht al rechtsboven in je scherm gedaan, maar in dit onderste paneel aan de rechterzijde van je scherm met de naam Bestemming geeft wat extra opties. Je kiest hier de map waarin de foto’s moeten worden opgeslagen. Je kunt daarbij nog twee extra dingen doen:

Allereerst kun je Lightroom een submap laten maken. Zo kun je in bijvoorbeeld je geselecteerde hoofdmap een nieuwe map aan laten maken.

Als tweede mogelijkheid kun je Lightroom vragen om automatisch een submappenstructuur aan te maken op basis van de opnamedatum. Zo ontstaat per datum dat je gefotografeerd hebt een submap, met daarin de foto’s die je op die betreffende datum geschoten hebt. Je kunt submappen per dag maken, of alleen per maand. Er zijn daarbij verschillende datumnotaties mogelijk.

In het paneel ‘Bestemming’ kun je specificeren waar de foto’s precies opgeslagen moeten worden.

Het daadwerkelijke importeren

Je hebt nu de keuze gemaakt waarvandaan je de foto’s wil importeren (bij Bron). Vervolgens heb je in het midden bovenaan je scherm gekozen wat er met de betreffende foto’s moet gebeuren. En als laatste heb je een Bestemming gekozen en ingesteld wat er met bestandnamen, submappen enzovoort moet gebeuren.

Het enige dat nu nog uiteindelijk moet gebeuren, is het selecteren van de foto’s die je daadwerkelijk wilt importeren.

In het midden van je scherm zie je alle foto’s die op de gekozen bron aanwezig zijn. Door eenvoudigweg vinkjes aan of uit te zetten, kun je snel aangeven welke foto’s je wel en welke foto’s je niet wilt importeren.

Nu de selectie gemaakt is, is het tijd om daadwerkelijk te importeren. Klik rechts onderin je scherm op Importeren. De foto’s worden nu daadwerkelijk opgenomen in de catalogus. Na het importeren keer je automatisch terug naar de Bibliotheekmodule.

Het selecteren van de foto’s die je wilt importeren doe je met ‘vinkjes’.

Zoom Academy

Wil je nog meer leren over bewerken in Lightroom? Volg dan onze Zoom Academy Cursus Beheren en bewerken in Lightroom 2022, of bekijk onze livestream waarin we de nieuwe functies uitleggen en laten zien.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Werken met lichtvormers: de smaakmakers van het licht

Fotografie Dilemma: wel of geen UV-filter gebruiken?