in

Fraai fotoweertje: de invloed van het seizoen en weer op landschapsfotografie

Het weer heeft een grote invloed op licht en bij fotografie is licht. Bepaalde tijdstippen zijn populair bij fotografen, omdat het licht dan meestal op z’n best is. Weersomstandigheden hebben een grote invloed op het aanwezige licht. Daarmee is het weer bepalend voor hoe je foto’s eruit komen te zien.

Je bent misschien geneigd er vooral op zonnige dagen op uit te trekken. Mooi weer, met veel zon nodigt uit om naar buiten te gaan, leuke dingen doen en lekker veel foto’s te maken. Toch levert zo’n zonnige dag niet automatisch het beste fotoweer op. Met mooi weer kan er veel vocht en stof in de lucht rondzweven: heerlijk zonnig, maar ook een stuk minder helder. De lucht is dan troebeler. Alles wat ver weg is, lijkt in nevelen gehuld. Niet zo geschikt dus om alles van voor tot achter kraakhelder op de foto te zetten. Maar wel heel geschikt wel als je op zoek bent naar een mooi sfeerbeeld van een uitgestrekt landschap. Alle voorste bomen van een bomenrij zijn kristalhelder en kleurrijk, terwijl alles naar achteren toe vervaagt en verbleekt; een prachtig sfeerbeeld. 

Vale kleuren

Op dat soort dagen lijkt het in de verte niet alleen dampig, al die deeltjes in de lucht zijn ook van invloed op de kleurweergave. Dit effect kun je goed zien als je de bergen of een heuvellandschap fotografeert. Je kent ze vast wel, telelensfoto’s waarop je een aantal bergruggen of heuveltoppen ziet. Vooraan is alles helder en zie je sappig groene bergweiden en frisse naaldbomen op glooiende hellingen. Verder naar achteren wordt alles steeds minder sprankelend. De bergen in de verte zien er zelfs vaalblauw uit. Met een telelens kun je de gelaagdheid van de bergen en het verloop van kleur en helderheid goed benadrukken, omdat hiermee de bergen op elkaar gedrukt worden en afstanden schijnbaar afnemen.

De verminderde helderheid en het vervagen van kleuren in de verte is dus wel iets om rekening mee te houden. Want gaat het jou juist om de achterste bergen, omdat er mooie besneeuwde toppen en sierlijke gletsjers te zien zijn? Dan is dit niet het ideale weer om dat vast te gaan leggen. Je kunt dan beter op een andere dag terugkomen. Want daarvoor heb je juist een heldere atmosfeer nodig. Zodat wat zich verder weg bevindt extra goed te zien is en ook de kleuren intact blijven. Dat is niet midden in een hittegolf, maar vaak bij een weersomslag en op koude dagen met een lage luchtvochtigheid. Ook in het vlakke Hollandse landschap heb je hier trouwens mee te maken, niet alleen in de bergen.

Foto: Yvonne-1974

Groothoek of telelens

Zie je dat het in de verte heiig is? Met een groothoeklens of standaardlens breng je het contrast tussen de heldere kleurrijke voorgrond en de vlakkere achtergrond mooi in beeld. Dat werkt vooral mooi als een watertje, weggetje, bosrand, of bomenrij het beeld inloopt en ergens in de verte verdwijnt.

Een minder interessante voorgrond kun je vaak weglaten met een (milde) telelens. Naar zoom op zo’n heiige dag liever niet extreem in om een geïsoleerde bergtop of windmolen in de verre verte in beeld te nemen. Daar is de achtergrond te wazig en te kleurloos voor. Dat kun je beter op een heldere dag doen.

Op mistige dagen maakt het verloop van weinig naar veel mist een foto extra fraai en kun je beter niet te veel inzoomen. Zoek op zo’n dag eens een bos of park op en geniet als het de zon lukt om door de mistflarden heen te breken, zodat er schitterende lichtbundels tussen de bomen ontstaan.

Heel dichte mist maakt de wereld klein en overzichtelijk. Zelfs alledaagse taferelen worden dan ineens interessant, omdat allerlei storende of lelijke details op de achtergrond plotseling volledig verdwijnen.

Heldere lucht

Gaat het jou erom alles wat je ziet zo helder mogelijk in beeld te brengen? Van dichtbij tot desnoods de horizon aan toe? Dan heb je een dag nodig met weinig vocht en deeltjes in de lucht. Als je goed oplet, herken je na een tijdje vanzelf wanneer het zo’n kraakheldere dag is. Je kunt dat namelijk aan de intensiteit van de blauwe lucht zien. In plaats van een ietwat vale melkachtige lucht, zie je dan een heldere diepblauwe kleur. Heb je goed zicht vanuit bijvoorbeeld je huis of werkplek, dan kun je ook aan de hand van gebouwen, kerktorens en bomen die zich op een afstandje bevinden inschatten hoe het met de luchtsamenstelling zit. Houd sowieso de weersverwachting in de gaten. Hoor of lees je dat er lucht vanuit het noorden onderweg is, breng dan zo gelijk je fototas in gereedheid. Want helderder weer en drogere lucht kun jij je in onze omgeving amper wensen. Al moet je een beetje kou dan wel op de koop toe nemen.

Foto: Joris Brouwer

Na de regen

Regen nodigt niet echt uit tot fotograferen. We blijven dan liever binnen bij kachel, televisie en computer. Toch zijn er juist na een regenbui prachtige foto’s te maken. Natuurlijk wil je jouw dure fotospullen heel houden, dus is het geen goed idee om er in de stromende regen mee te gaan rondlopen. Een wisselvallige dag met enkele buien is het meest geschikt, omdat het tussendoor gewoon droog is. Een voordeel van al die nattigheid, is dat kleuren extra mooi uitkomen. Het jonge groen in het voorjaar ziet er ineens heerlijk fris en fruitig uit, maar ook in de herfst wordt de kleurenpracht flink versterkt. Extra voordeel is dat alle stof en viezigheid die zich over langere tijd heeft opgehoopt, nu in één keer wegspoelt. De wereld is weer schoon. Wegen, straten en pleinen zijn nat, waardoor alles een mooie glans krijgt. Als het donker wordt krijg je er ook nog eens prachtige reflecties op te zien, dankzij de kleurrijke verlichting van kantoorgebouwen, winkels, huizen, lantaarnpalen en niet te vergeten passerend verkeer.

Winterse buien

In de donkere maanden kun je te maken krijgen met de winterse buien. Relatief korte maar hevige buien die je op de buienradar gemakkelijk herkent, omdat het beeld bezaaid is met honderden vlekjes. Omdat het tussendoor meestal onbewolkt en vrij aardig weer is, zie je de grote paddenstoelwolken (cumulonimbus genaamd) al van verre naderen. Daaronder zie je vaak lange slierten regen, sneeuw of hagel. Het perfecte weer om mooie landschapsfoto’s te maken, vanwege de imponerende wolkencomplexen en omdat na elke bui alles weer eventjes nat is. Zorg wel dat je continu in de buurt van een schuilplek bent, want het weer slaat snel om. Ook gewone dreigende luchten zijn perfect voor foto’s. Een grijze lucht lijkt altijd extra donker en onheilspellend als deze zich vlak achter een zonverlicht landschap bevindt. Dat versterkt het contrast. Zodra het licht uitgaat (lees: de zon achter de wolken verdwijnt), is deze betovering meteen weer weg. 

Foto: Gertjanketel

Hoge en lage zonnestand

Het maakt nogal een verschil of de zon schijnt. Zonlicht vrolijkt de wereld op en laat kleuren beter uitkomen. Wel krijg je te maken met een hoog contrast als de zon hoog aan de hemel staat. Zowel de felverlichte plekken als diepe schaduwen goed vastleggen is lastig. Je kunt er wel wat aan doen door een paar opnamen met hdr-technieken te combineren, maar het blijft behelpen. In de schaduw zijn kleuren nu eenmaal minder uitbundig en ziet alles er platter en vlakker uit en dat blijf je op de uiteindelijke foto zien. Gelukkig staat de zon niet op een vaste plek en kun je ervoor kiezen om op een ander moment terug te keren. Vroeger of later op de dag dus, wanneer de hoogte en de stand van de zon gunstiger is. Zodat het zonlicht optimaal op het onderwerp valt en schaduwen voor een mooi contrast en dieptewerking zorgen.

Wat niet wil zeggen dat je overdag nooit goede foto’s kunt maken. Dat geldt zeker in de wintermaanden, het late najaar en in het vroege voorjaar, wanneer de zon een flink stuk lager staat dan in de zomer. Zelfs midden op de dag bereikt de zon maar een bescheiden hoogte. Je kunt dan gerust de hele dag door fotograferen, omdat het licht veel aangenamer, warmer en zachter is. Ook schaduwen zijn nu mooier. Daar kun je goed gebruik van maken. Bevindt er zich veel vocht in de lucht, dan kan het nevelig worden en kan er zelfs grondmist ontstaan, waardoor de foto een dromerige sfeer krijgt, met zacht licht en allerlei pasteltinten. Als er ook wat rijp, sneeuw of ijs is, staat dat garant voor unieke winterse platen. Omdat de zon niet zo hoog staat, kun je bijna de hele dag door heerlijk spelen met tegenlicht, om mooie sfeervolle foto’s te maken.

Schaduwkant

Fotografeer je een onderwerp dat op het noorden staat, dan zal er nooit direct zonlicht op vallen. Dat is de schaduwkant en de zon trekt immers aan de zuidkant voorbij. Nu kruist de zon in de zomer de horizon een stuk noordelijker dan in de winter, dus maak je in die periode nog de meeste kans op een sprankje zonlicht. Maar dan alleen in de vroege en late uurtjes. Omdat bijvoorbeeld de gevel van een gebouw overdag volledig in de schaduw zit, springt het er niet echt uit. Beter is het om dan terug te komen op een bewolkte dag. Het licht is dan gelijkmatiger verdeeld, zodat het gebouw samen met de omgeving beter op de foto komt. Ook als je de zon in de rug of aan de zijkant hebt, is het soms beter om met bewolking terug te komen. Denk aan gebouwen of kunstwerken waarin veel glimmende metalen verwerkt zijn. Die werken als felle spiegels als de zon schijnt.

Een egaal wolkendek is ideaal voor dit soort foto’s. Want het verandert de lucht in een grote softbox, zodat het licht overal vandaan lijkt te komen. Alles om je heen wordt als het ware omhuld door indirect zonlicht, zodat ook gevels en andere objecten op het noorden goed uitgelicht worden. Veel minder prettig is dunne sluierbewolking. Die veroorzaakt een intens felle lucht die je ogen doet samenknijpen. Het contrast met de omgeving is dan zo groot, dat de lucht één grote witte vlek wordt. Deze lucht kun je dan ook het beste zoveel mogelijk uit beeld houden.

Wat wel weer mooi kan zijn, is een eenzame boom, toren of gebouw vanaf een laag standpunt in beeld nemen. Doordat de overbelichte lucht krijg je een minimalistische foto met een volmaakt witte achtergrond. Dit soort foto’s is erg geschikt om naar zwart-wit om te zetten, zodat alle aandacht naar vorm, lijnen en structuur gaat.

Foto: Jantsjebron

Kleurrijke zonsondergang

Ben je verzot op mooie kleurrijke zonsondergangen? Misschien ben je geneigd bij strakblauwe hemel met je camera klaar te gaan staan, maar gek veel meer dan een vage oranje gloed boven de horizon krijg je op die dagen meestal niet te zien. Spectaculaire zonsondergangen en zonsopkomsten ontstaan juist tijdens bewolking. Wel is het cruciaal waar die bewolking zich bevindt en hoe hevig die is. De kleuren ontstaan namelijk doordat de laagstaande zon langs de wolken scheert. Lage bewolking in het westen bij een zonsondergang is daarmee ideaal. Er is wel een open plek bij de horizon nodig, zodat het zonlicht ongestoord langs de wolken kan strijken. Zit het er potdicht, dan lukt dat helaas niet.

Op een regenachtige dag lijkt de kans op een mooie zonsondergang verkeken. Toch kan het ’s avonds ineens opklaren en krijg je alsnog de prachtigste kleuren te zien, omdat het zonlicht door laaghangende wolkenflarden schijnt en de atmosfeer erg vochtig is. Ook hoge bewolking kan voor schitterende zonsondergangen zorgen. Ook nu weer moet er wel een strook lucht vrij blijven bij de horizon, zodat het zonlicht de wolken aan de onderkant kan aanlichten. Als wolken veel reliëf hebben en ze in een gunstige richting liggen, ontstaan vaak de meest spectaculaire kleuren en patronen, waarbij de hemel in vuur en vlam lijkt te staan.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Irix Variabele ND-filters

Dit waren de mooiste wildlife foto’s van 2021