in

Goud en blauw: benut het mooiste licht van de dag

Licht bepaalt in belangrijke mate hoe mooi je foto’s worden. Twee belangrijke tijdstippen waarop je geheid fraaie foto’s maakt, zijn het gouden en het blauwe uur. Wat zijn dat en hoe benut je ze maximaal?

Het gouden uur en het blauwe uur zijn geliefd bij fotografen. De reden is simpel. Op die tijdstippen maak je de mooiste foto’s vanwege het prachtige licht. Het gouden uur speelt zich af vlak voor de zon ondergaat. Eenmaal onder de horizon verdwenen, breekt meteen het blauwe uur aan. In de ochtend is de volgorde precies andersom. Vlak voor zonsopkomst is er het blauwe uur en zodra de zon boven de horizon uitkruipt, gaat het gouden uur van start. Wil je optimaal van mooi licht profiteren, dan heb je per dag dus twee kansen. Mits het weer meezit.

Gouden uur

Het gouden uur speelt zich af als de zon laag aan de horizon staat. De lage stand heeft als voordeel dat het zonlicht warmer van kleur is dan tijdens de rest van de dag, waardoor alles er mooier en kleurrijker uitziet. Daarnaast ontstaan er prachtige lange schaduwen. Dat is wel anders tijdens de rest van de dag. Midden op de dag bijvoorbeeld, met de zon hoog aan de hemel, is het licht fel en koeler van kleur. Omdat het licht nagenoeg recht omlaag valt, zijn er amper schaduwen. De schaduwen die er zijn, zijn intens donker en vormen een groot contrast met het felle zonlicht. Dat is behoorlijk lastig om te fotograferen. Foto’s die midden op de dag zijn genomen, zijn daarom niet altijd even fraai. Tijdens het gouden uur is alles beter in balans en maak je betere foto’s.

Foto: Gercow

Richting van het licht

Licht en schaduw geven contrast. Daar kun je van profiteren om je foto’s spannender te maken. Fotograferen met de zon in je rug is het makkelijkst. Alles wat je ziet wordt in een mooie gouden gloed gezet en vraagt erom vastgelegd te worden. Van de zon zelf heb je geen last: die staat immers achter je. Alleen zijn schaduwen nu minder goed te zien. Die ontstaan immers tegenover de zon en blijven nu grotendeels verborgen. Plaats je de zon meer naar de zijkant, dan zie je direct veel schaduwen ontstaan. Je kunt zo perfect spelen met licht en donker en indrukwekkende foto’s schieten. Zoals schaduwen van bomen die zich als tentakels over een grasveld uitstrekken. Pas wel op met objecten die zich in de schaduw van andere objecten bevinden. Die blijven erg donker, omdat er geen zonlicht op valt. Zo komt een pittoresk huisje naast een kerk minder goed uit de verf.

Tegenlicht

Richt je de camera meer richting de zon, dan ontstaat er een tegenlichtsituatie. Dat levert vaak schitterende foto’s op, al is de belichting iets lastiger. De lichtmeter in je camera raakt namelijk in de war door die felle lichtbron boven het relatief donkere landschap. Door te spelen met belichtingscompensatie, bepaal je hoe licht het landschap en de lucht worden. De lucht is altijd feller dan alles wat zich eronder bevindt, dus beide goed op de foto krijgen, lukt niet snel. Een trucje dat je kunt gebruiken, is de zon ergens achter plaatsen. Daarmee raak je in ieder geval die felle lichtvlek kwijt. Neem een groepje bomen in een weids landschap. De zonnestralen die door dat bosje vallen, veroorzaken schitterende schaduwpatronen op de grond, met schaduwen die over de grond jouw richting op kruipen en steeds verder uitwaaieren. Door het contrast ontstaat er een beeld met een mooie dieptewerking. Het felle, maar warme licht verlicht de stammen en takken vanaf de achterzijde. Bomen veranderen in silhouetten met nog net voldoende doortekening, Is het een beetje nevelig, dan krijg het landschap een dromerig tintje.

Foto: Sander34

Reliëf
Profiteren van het gouden uur is lastiger bij veel reliëf in het landschap. Om het licht te vangen, moet de horizon vrij zijn. Je hebt zicht op de zon nodig. In een stad staat er al snel bebouwing in de weg, zodat huizen en gebouwen (deels) in schaduwen gehuld zijn. Zoek dan een straat of steeg op die in de richting van de ondergaande zon loopt. Dan profiteer je alsnog van de lage zonnestand. Ook een heuvel of bergtop staat al snel in de weg. Hoe het landschap er uitziet is dus essentieel als je het mooiste licht wilt gebruiken. Ook de luchtsamenstelling is van belang. Hoe helderder de lucht, hoe zuiverder het licht en de kleuren. Trouwens, vergeet niet dat er vaak een kleurrijke zonsondergang (of zonsopkomst) tussen de twee perioden te zien is!

Blauwe uur

Zodra de zon is ondergegaan, breekt het blauwe uur aan. Dat is daarmee, net als in de ochtend, de periode die de dag van de nacht scheidt. Zodra de zon onder de horizon verdwijnt, is het niet meteen donker. Vergelijk het met een lichtdimmer waaraan steeds sneller wordt gedraaid. Eerst wordt het langzaam minder licht en plotseling merk je dat het wel heel erg snel donker wordt. Tijdens het blauwe uur wordt de lucht steeds minder fel verlicht, omdat de zon dieper onder de horizon wegzakt. Behalve dat de lucht donker wordt, kleurt deze ook steeds dieper blauwer. Ergens tijdens het blauwe uur gebeurt nog iets belangrijks: de verlichting springt overal aan. In huizen en gebouwen, maar ook de gevelverlichting en straatlantaarns.

Blauw met oranje

In de tweede helft van het blauwe uur ontstaat er op een bepaald moment een perfecte balans tussen de diepblauwe lucht en al het kunstlicht van de bewoonde wereld. Dit is het ideale moment om sfeervolle foto’s te maken. De lucht is niet meer te fel en de omgeving is nu voldoende verlicht. Er is evenwicht. Beide kunnen zodoende mooi op de foto worden gezet. Het blauw van de lucht contrasteert mooi met het oranjegeel van de stedelijke verlichting. Extra voordeel is dat objecten nu nog mooi afsteken tegen de lucht. Een zwarte lucht oogt anders dan een diepblauwe lucht. Beide zijn mooi, ze hebben een andere uitstraling. Aan het einde van het blauwe uur lijkt de lucht voor het menselijke oog zwart, maar dat jouw camera weet er dan nog steeds een flinke dosis diepblauw uit tevoorschijn te toveren. Pak je camera dus niet te snel in.

Foto: Gentiaan

Lichtbalans

Het optimale moment tijdens het blauwe uur, wanneer lucht en landschap perfect in balans zijn, duurt erg kort. Eerst is de lucht nog te licht, het volgende moment lijkt het te donker. Snel handelen dus. Dat begint met op tijd aanwezig zijn en je camera op de beste plek opstellen. Je zult langer moeten belichten dan overdag, dus kun je het beste een statief gebruiken. In principe kun je met elke programmastand werken en de belichting eenvoudig bijregelen met belichtingscompensatie. Bekijk het histogram om te bepalen of de foto niet te licht of te donker is. Overdag zie je vaak een enorme berg in het midden van de grafiek. In het blauwe uur kunnen twee bergen verschijnen: eentje aan beide uiteinden. Want er zijn zowel extreem donkere als lichte gebieden. Ook heb je altijd lichtbronnen op de foto staan. Overdag kun je de zon buiten beeld houden, maar ’s avonds is dat met al dat kunstlicht niet te voorkomen. Maak een foto liever iets te donker dan te licht. In de nabewerking kun je hem altijd nog wat lichter maken. Eigenlijk mogen alleen lichtbronnen overbelicht raken. Glimmende straatstenen, een riviertje, of de gevels van huizen niet.

Lange sluitertijden

Maak je elke paar minuten een foto, dan ontdekt je vanzelf wanneer het optimale moment is aangebroken. Een mooie diepblauwe lucht boven een schitterend verlichte omgeving. Blijf goed opletten, want in de tweede helft van het blauwe uur verandert het licht razendsnel. Stel de iso-waarde liefst zo laag mogelijk in, bijvoorbeeld iso 100 of 200. Je werkt toch vanaf statief. Kies een diafragma waarmee je voldoende scherptediepte krijgt, zoals F 8 of F 11. De sluitertijd kan door de camera bepaald worden. Doorgaans gaan camera’s niet verder dan dertig seconden. Loop je tegen die grens aan, verhoog dan de iso-waarde een stapje. Voordeel van lange belichtingstijden, is dat stromend water, plukjes bewolking en rook uit schoorstenen in een mooie waas kunnen veranderen. Verlichte voertuigen trekken spannende lichtstrepen door het beeld en onverlichte voetgangers worden zelfs onzichtbaar.

Wanneer en hoe lang?

Het tijdstip waarop het gouden uur of het blauwe uur begint en eindigt, varieert gedurende het jaar. Per dag kan het al een aantal minuten schelen. Ook de duur verschilt: die kan korter, maar ook langer dan een uur zijn. Om op het juiste moment op de beste plek te staan, heb je slimme apps. Deze laten je voor een willekeurige plek op aarde zien wanneer en waar de zon staat. Je kunt zelfs langere tijd vooruit plannen. Een uitermate handige app is Sun Surveyor (iOS en Android). Met de tijden van het gouden uur en het blauwe uur, maar ook de stand van zon en maan op een plattegrond, in Streetview en geprojecteerd op het live camerabeeld. Wat wil je nog meer?


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Het bos in: de basis voor goede bosfoto’s

Nachtfotografie: de voorbereiding in de winter en zomer