in

Hét fundament van Photoshop: werken in lagen en maskers


29 maart 2021, 07:19

In Photoshop gebruik je lagen om je foto’s niet-destructief te bewerken. Dit houdt in dat je elke aanpassing op elk moment kunt bijwerken of ongedaan kunt maken. Daarnaast gebruik je lagen om een foto lokaal te bewerken, delen van foto’s te vervangen en fotomontages te maken. Mogelijkheden te over kortom, maar hoe werkt het allemaal?

Ongeacht of je een foto intensief bewerkt of slechts een beetje verfraait, je bent het meest flexibel als je elke aanpassing naderhand nog kunt veranderen of terugdraaien. In Photoshop regel je dit door met lagen te werken.

Hiermee houd je jouw bewerkingen netjes van elkaar gescheiden, zodat je ze op elk moment individueel kunt bijstellen. Zodra je een foto opent in Photoshop, heb je al meteen één laag te pakken. Je ziet dit in het lagenpaneel dat je opent via Venster, Lagen of met sneltoets F7. De ingeladen foto bevindt zich in een laag die Achtergrond heet. Dat is de basis van waaruit je werkt.


In het lagenpaneel zie je alle lagen in deze foto.

Kies je volgende stap in fotografie! Haal nu je ticket voor Zoom Academy Next en volg meer dan 32 workshops en lezingen en stel direct al je vragen aan de vakfotografen.

Wel of geen pixels

Stel dat je enkele bewerkingen wilt uitvoeren om de foto mooier te maken, zoals het optimaliseren van de belichting en het verbeteren van de kleurweergave. Het beste doe je dit door hier extra lagen voor aan te maken. De essentie is dat je ze hiermee van elkaar én van de originele foto gescheiden houdt. Zo blijven ze volledig onafhankelijk en kun je de ene laag aanpassen zonder dat je per se iets met de andere lagen hoeft te doen.

Het klinkt misschien ingewikkeld, maar het werkt heel eenvoudig. Onder in het lagenpaneel vind je de optie Nieuwe opvullaag of aanpassingslaag maken (pictogram van een zwart-wit bolletje). Klik je erop, dan krijg je in een uitklapmenu een rijtje bewerkingen te zien, zoals Helderheid/contrast, Belichting en Kleurtoon/verzadiging. Zodra je een bewerking uitkiest, wordt automatisch een nieuwe laag aan het lagenpaneel toegevoegd en opent een venster met een of meer schuifregelaars of andere opties waarmee je deze specifieke bewerking uitvoert.

Zo’n laag heet een aanpassingslaag. Hij bevat immers geen pixels, maar alleen een aanpassing op de foto eronder. Terwijl de Achtergrond-laag juist wél pixels bevat, want dat is jouw originele foto. Belangrijk om te weten is dat een aanpassingslaag alle onderliggende (foto)lagen aanpast, dus alle lagen waarin pixels zitten. In dit geval is dat maar één laag: de laag Achtergrond. Maar het mogen er ook meer zijn, zoals je straks zult zien. Door meerdere (soorten) aanpassingslagen aan te brengen, voer je alle bewerkingen uit die je nodig hebt. Daarnet heb je bijvoorbeeld de belichting aangepast, en vervolgens verander je het contrast en de verzadiging via (twee) extra aanpassingslagen.


Veel bewerkingen zijn beschikbaar als aanpassingslaag.

Wil jij meer leren over het bewerken in Photoshop van niemand minder dan Martijn van Weeghel? Volg dan zijn workshop over Photoshop tijdens Zoom Academy Next!

De diverse bewerkingen die je uitvoert, bevinden zich in aparte aanpassingslagen.

Aanpassingslagen

Stel dat je een eerdere bewerking wilt veranderen (bijvoorbeeld de belichting). Dan klik je in het lagenpaneel bij de betreffende aanpassingslaag op de laagminiatuur (links van de laagnaam en het witte vlakje). In dit geval is dat het pictogram van een plus/minteken. Zodra je dit doet, verschijnt opnieuw het venster met de schuifregelaars, zodat je de bewerking naar wens kunt bijstellen. Op dezelfde manier kun je elke bewerking onafhankelijk van alle andere bewerkingen aanpassen.

Wil je een bewerking weer weghalen? Klik met rechts op of achter de laagnaam en kies Laag verwijderen. Je mag de laag ook met ingedrukte muisknop naar de prullenbak onder in het lagenpaneel slepen. Elke laag krijgt een standaardnaam. Voeg je veel lagen toe, dan is op een gegeven moment onduidelijk wát welke laag doet. Het is daarom verstandig om lagen verduidelijkende namen te geven. Dat doe je door op een laagnaam te dubbelklikken en een beschrijvende naam in te typen.

Twee manieren

Veel bewerkingen die je met aanpassingslagen aanbrengt, vind je ook in het hoofdmenu terug onder Afbeelding, Aanpassingen. Maar pas op: als je via dit menu werkt, worden de pixels van de foto op de (achtergrond)laag aangepast. Doordat het nu geen losse lagen zijn, kun je niet achteraf een specifieke bewerking nog bijstellen of weghalen. Dat maakt je een stuk minder flexibel.

Prachtige landschappen om te fotograferen en altijd in de buurt: het stadspark

Een vaak onderschat element bij portretfotografie: de omgeving