in

Het onbekende genre: Astrofotografie

Niet alleen sterren

Bij astrofotografie denken mensen vaak aan foto’s van sterren, maar volgens astrofotograaf Petra van der Meijs is er veel meer te ontdekken. “Planeten, nevels, clusters en de maan, maar ook een aards landschap met daarboven een mooie sterrenhemel valt onder de astrofotografie. Astrofotografie is eigenlijk een samentrekking van astronomie, wat sterrenkunde betekent, en fotografie. Het is dus het fotograferen van alles wat te maken heeft met sterrenkunde.”

Jong begonnen

“Ik ben al heel lang bezig met sterrenkunde. Toen ik acht jaar was, werd ik lid van de vereniging Jongerenwerkgroep voor Sterrenkunde (JWG). Toen ik tien was bouwde ik zelf mijn eerste telescoop. In de jaren daarna is het altijd mijn hobby gebleven. Een paar jaar geleden was ik op zoek naar een nieuwe uitdaging in de hobby en ben ik gaan experimenteren met de digitale spiegelreflexcamera van mijn vader op een fotostatief. Al snel wilde ik meer en kocht ik een kleine telescoop met een stevige montering speciaal voor astrofotografie. Mijn eerste astrofoto maakte ik in maart 2011. Ik vond het toen wel erg moeilijk om met de telescoop te werken en heb daarom een telelens op de camera gezet en het geheel bovenop de telescoop gemonteerd. Zo kon ik de telescoop als fancy zoeker gebruiken.”

Eén van de eerste geslaagde foto’s van Petra, de M36 en M38. De M staat voor messierobjecten: nevels, sterrenstelsels en andere interessante objecten

Veelzijdigheid en tijd

Wat Petra het meest aanspreekt aan astrofotografie is de veelzijdigheid van het genre. “Veel mensen denken dat je een heel dure telescoop nodig hebt of heel veel moet vergroten om mooie plaatjes te maken. Dat kan natuurlijk wel, want veel van de beroemdste astrofoto’s worden op die manier gemaakt. Maar het hoeft niet. Met een digitale spiegelreflex, een wide-field lens en een stevig statief zijn ook al prachtige platen te maken.”

“Aan de andere kant is het wel een hobby die heel veel tijd kost. Tegenwoordig zijn de meeste foto’s die ik maak enkele uren belicht, soms zelfs gedurende meerdere nachten, en ook de nabewerking kost meestal uren voor één foto. Daarnaast kan er een heleboel fout gaan bij astrofotografie, waardoor het wel eens frustrerend kan zijn. Bijvoorbeeld als je een hele avond gefotografeerd hebt en thuis tot de ontdekking komt dat er een instelling verkeerd stond. Dan kun je alle foto’s weggooien.”

Uitsnede van een foto van de M81 en M82.

 

Apparatuur

“Er zijn heel veel verschillende vormen van astrofotografie en al die verschillende vormen kennen hun eigen apparatuur. Wat wel overeen komt is dat je in alle gevallen een goede camera nodig hebt. Er zijn speciaal voor astrofotografie ontwikkelde CCD-camera’s, maar de meeste mensen beginnen met een gewone spiegelreflexcamera. Ik ben zelf begonnen met een Canon 450D en voorlopig doe ik hem nog niet weg. Sinds kort heb ik daar een tweede camera bij, een Canon 5D Mark II.”

“Verder moet er natuurlijk iets bij wat de functie heeft van een lens, maar dit kan heel goed een gewone fotolens zijn. Zelf maak ik heel vaak gebruik van twee Canon lenzen: de EF 17-40mm F/4.0 L en de EF 50mm F/1.4. Daarmee kan ik bijvoorbeeld een heel sterrenbeeld of een landschap met daarboven een sterrenhemel in zijn geheel op de foto zetten. Maar het meeste werk ik met mijn kleine lenzentelescoop, een 80mm ED F/7. Telescopen worden aangeduid met de opening in plaats van het brandpunt. Mijn telescoop is dus vergelijkbaar met een 7 x 80 = 560 mm telelens.”

“Dit geheel moet op een statief. Want met de lange belichtingstijden die nodig zijn, kan je niet uit de hand fotograferen. Een statief voor astrofotografie moet niet alleen stevig zijn, maar ook meebewegen met de sterrenhemel. Dit omdat de sterren, net als de zon en de maan van oost naar west, langs de hemel bewegen. Hoe groter de brandpuntsafstand, hoe belangrijker dit is. Met mijn 17-40mm lens gebruik ik vaak een gewoon fotostatief, maar onder de telescoop heb ik altijd mijn zwaarste montering.”

Petra in de weer met een HEQ5Pro, zwaar statief, haar Canon 450D en de kleine lenzentelescoop.

Nabewerking

“Het bewerken van astrofoto’s is ook een vak apart en meestal zeker de helft van het werk. Om te beginnen maken astrofotografen nooit één foto van een paar uur belichtingstijd, maar meerdere korter belichte foto’s. Deels omdat anders de kans groot is dat er iets mis gaat. Nu is er als iemand bijvoorbeeld met een zaklamp per ongeluk in de telescoop schijnt, maar één foto van vijf minuten geruïneerd. Een andere reden om veel losse foto’s te nemen is de ruis die vanzelf optreedt bij lang belichte opnames. Door veel opnames te combineren zal de ruis in mindere mate aanwezig zijn en komen de sterren of nevels beter tot hun recht. Naast het samenvoegen van foto’s doe ik ook nog veel nabewerking in Photoshop, met name om de contrasten goed te krijgen.”

Het westelijke deel van sluiernevel.

De nacht in

“In mijn flatje in hartje Utrecht is het onmogelijk om aan astrofotografie te doen. Ik trek er daarom zo vaak als mogelijk is met mijn spullen op uit. Helaas is dat maar enkele tientallen nachten per jaar, want ik heb gewoon een full-time baan. Daarnaast kan ik tijdens volle maan niet fotografen, dan is er zoveel licht dat van de maan afkomt dat sterren en nevels niet goed meer te zien zijn. En het is in Nederland natuurlijk ook heel vaak bewolkt, ook dan heeft fotograferen geen zin.”

“Als ik eenmaal een avond op pad kan, moet ik wel eerst zo’n 45 tot 60 minuten rijden voor een rustige en donkere plek. Ik probeer het zo te timen dat ik aankom als de zon ondergaat. Op die manier kan ik bij het laatste beetje daglicht mijn opstelling klaarzetten. Voor het opstellen neem ik altijd heel goed de tijd: alles goed uitbalanceren, zorgen dat de telescoop de sterren goed volgt gedurende de nacht en het netjes wegwerken van de stroom- en USB-kabels van de montering en de camera’s. Als alles klaar staat voor de opnames is het inmiddels stikdonker, dan wil je natuurlijk niet struikelen over spullen of kabels. Als alles stevig staat begin ik met scherpstellen. Dat kan soms heel lastig zijn, want de autofocus werkt niet bij zo weinig licht en in het donker zijn de sterren ook niet goed te zien op het schermpje van de camera. Maar het is wel één van de belangrijkste stappen, want een onscherpe opname wordt zelfs met heel veel Photoshoppen nooit een scherpe foto. Ik ben soms wel bijna een uur bezig met scherpstellen, proeffoto’s nemen en nog beter scherpstellen totdat het naar mijn zin is. Maar als dat eenmaal gedaan is, is het maken van astrofoto’s vooral een kwestie van ‘niets meer aan doen’. Ik gebruik een timer of een computer om de hele serie opnames te laten maken, bijvoorbeeld 60 foto’s van 5 minuten. Zelf blijf ik zo ver mogelijk uit de buurt van de camera, dan is de kans op bewogen foto’s het kleinst. Het liefst pak ik een verrekijker en een tuinstoel en bekijk ik zo de sterrenhemel, terwijl de camera draait.”

Andromedanevel (M31)

“Omdat ook het opruimen en terugrijden nog tijd kost, ben ik regelmatig pas thuis als het alweer licht begint te worden. Vandaar dat het niet zo’n goed idee is als ik de dag erna nog moet werken! In Nederland heb ik een aantal favoriete plekjes, bijvoorbeeld in de Flevopolder, de Achterhoek of de duinen. Ik voel mij als vrouw alleen in het donker soms wel een beetje angstig en bovendien is het veel gezelliger om met een groep te zijn. Meestal zoek ik dus een plek uit waarvan ik weet dat er ook anderen gaan sterrenkijken of fotograferen. Wel ga ik regelmatig op astro-vakantie, dan zoek ik met een paar collega-sterrenkijkers een mooie locatie uit in bijvoorbeeld de Ardennen of Zuid-Frankrijk om een week lang elke nacht te fotograferen. En omdat we allemaal dezelfde hobby hebben, passen we ons hele dag-nacht ritme hierop aan. Om 14:00 opstaan, de waarnemingen voorbereiden, om 18:00 ‘lunch’, de hele nacht fotograferen of sterrenkijken en om 6:00 naar bed.”

“Eén keer stond ik met collega’s op een plek waar we nog nooit eerder waren geweest en die heel rustig leek. Toen het eenmaal donker was, kwamen er regelmatig auto’s de parkeerplaats op rijden, om vervolgens snel om te keren als ze onze telescopen zagen. We vonden het nogal vreemd allemaal totdat een patrouillewagen van de politie het terrein op kwam rijden. De agenten vertelden ons dat we op een illegale homo-ontmoetingsplaats waren gaan staan… Daar zijn we dus nooit meer naar terug gegaan!”

J. der Kinderenprijs

“Ik krijg eigenlijk altijd hele leuke reacties op mijn foto’s. Ik heb zelfs in het voorjaar van 2013 de J. der Kinderenprijs gewonnen. Dat is een prijs voor de Nederlandse astrofotograaf die het meeste vooruitgang heeft laten zien in het afgelopen jaar. Daar ben ik heel trots op, zeker omdat ik toen pas twee jaar met mijn hobby bezig was! Ook krijg ik vaak vragen van mensen die ook willen beginnen met astrofotografie, bijvoorbeeld over spullen of nabewerking. Ik vind het elke keer weer hartstikke leuk om iemand met het ‘astrofotografie’-virus te kunnen besmetten!”

Ook de maan staat op de foto.

“En ik ben nog lang niet klaar met astrofotografie. In het gedeelte van de hemel waar de Melkweg het mooiste is, rond de sterrenbeelden Schorpioen en Boogschutter, staan een heleboel objecten die ik graag nog eens zou willen fotograferen. Ook wil ik graag nog eens vanaf een hele donkere, mooie locatie op aarde fotograferen. Het eiland La Palma bijvoorbeeld, of de woestijn van Namibië. Helaas wegen alle onderdelen van mijn opstelling bij elkaar meer dan 50 kg, dus kan ik ze niet meenemen in het vliegtuig. Maar wie weet verzin ik daar nog wel wat op!”

Zelf aan de slag

“Met een digitale spiegelreflexcamera, een medium- tot groothoeklens en een statief kan je al beginnen met astrofotografie. Zoek een mooie donkere plaats uit, waarbij je het liefst ook een mooie voorgrond hebt. Zorg dat de camera goed stevig staat, en stel heel goed scherp. Het liefst handmatig, want bij zo weinig licht gaat de autofocus nog weleens de mist in. Gebruik niet de hoogste iso-waarde, liefst rond 1600 of 3200 (bij oudere camera’s nog iets lager). Hogere iso-waarden geven vaak meer ruis. Het diafragma zet je bijna helemaal open: bij mijn 50mm F/1.4 gebruik ik meestal F/2.8. De meeste lenzen zijn net niet perfect scherp als je ze helemaal open zet. Voor de belichtingstijd moet je misschien een beetje uitproberen, hoe lang je kan belichten zonder dat de sterren streepjes worden. Op 17 mm kan ik ongeveer 30 seconden belichten per foto. Gebruik een afstandsbediening of de zelfontspannerfunctie, zodat de camera helemaal stabiel staat. Als je meerdere opnames combineert kan je vaak de contrasten nog verder optrekken, bijvoorbeeld in Photoshop met Levels en Curves.”

Orionnevel

“Veel mensen die willen beginnen met deze hobby kopen grote dure telescopen met een berg accessoires, en een slap statief. Ik kan niet anders zeggen dan dat dat geldverspilling is. Als je goed wilt beginnen, zoek dan een ervaren astrofotograaf op. Of bezoek een sterrenwacht, en laat je voorlichten. Er is helaas een heleboel ongeschikt materiaal te koop, waardoor een miskoop gauw gemaakt is.”

Onbekende genre

De vorige blog uit de serie het onbekende genre gaat over militaire fotografie. Houd Zoom.nl volgende maand in de gaten voor een nieuwe blog over een ander onbekende genre.

Bekijk ook deze video over astrofotografie:

Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Fotodokter: Hard licht

Review: Canon PowerShot D30