in

Kinderen binnen fotograferen in de reportagestijl: tips en techniek

Binnenshuis variëren de lichtomstandigheden. Het licht is sterk afhankelijk van de plek die je uitkiest, het tijdstip op de dag en het seizoen. Om optimaal van het daglicht te profiteren, kun je het beste zoveel mogelijk de gordijnen, shutters of luxaflex openen. Hoe groter de ramen zijn en hoe dichter je in de buurt van een raam fotografeert, hoe sterker het licht is en hoe meer mogelijkheden je vanuit fotografisch oogpunt hebt.

Binnen heb je al snel met uitdagende lichtsituaties te maken.Claudia de GraafNikon D850 · ISO 640 · F 3,5 · 1/200 SEC · 52 MM

Schijnt de zon pal op een raam, dan kan het licht ook te fel zijn. In dat geval is een raam met vitrage beter, omdat het net als een diffuser het licht zachter maakt. Het zonnescherm een stukje uitdraaien is ook een optie, mits het een neutrale kleur heeft. Stel dat het om een oranje zonnescherm gaat, dan kleurt het licht in je kamer ook oranje en zo’n sterke kleurzweem is ongewenst.

Ga je vlakbij het raam zitten en richt je het toestel de kamer in, dan worden kinderen behoorlijk gelijkmatig verlicht. Daardoor zie je weinig schaduw in het gezicht en in het interieur. Dat zorgt voor zachte, gelijkmatig belichte foto’s.

Richt je de camera juist richting het raam, dan bevindt die sterke lichtbron zich pal achter het kind. Daarom moet je onderbelichting voorkomen met bijvoorbeeld belichtingscompensatie. Wat ook kan is inflitsen, zoals we daarnet bij de buitenreportages hebben laten zien.

Zit je meer naast het kind, waardoor je de camera zijwaarts de kamer in richt, dan vangt de ene zijde van het kind veel licht op, terwijl de andere zijde in de schaduw zit. Hierdoor krijg je contrastrijkere foto’s die meestal wat spannender ogen. Door jouw positie te variëren terwijl je goed op je model let, kun je precies de gewenste balans tussen licht en schaduw opzoeken.

Met het licht van één kant af is er lekker veel contrast in het beeld. Dit versterkt de emotie.Ward KeijzerNikon D7200 · Exif onbekend

Contrast

Onze ogen zijn in staat om tegelijkertijd felverlichte en donkere gebieden te zien. Daardoor kan het lastig zijn om in te schatten welk contrast je op de foto te zien krijgt. Je kunt daarom het best een paar testfoto’s maken, dan zie je meteen hoe de camera een bepaalde lichtsituatie vastlegt. Wat ook helpt is je ogen samenknijpen. Wat je dan ziet komt vrij aardig overeen met hoe een camera een bepaalde scène vastlegt wat betreft lichtcontrast.

Hoewel je de kinderen bij reportagefotografie niet laat poseren en ook niet probeert bij te sturen, heb je nog steeds aardig wat mogelijkheden om invloed uit te oefenen op jouw foto’s. Vooral als het om jouw eigen kinderen gaat, maar ook bij andermans kinderen die je al langer kent, weet je vast wel zo’n beetje hoe ze zich in bepaalde situaties gedragen, wat ze gedurende de dag doen en ook waar ze meestal zitten of rondhangen. Daardoor weet je op voorhand waar je moet zijn en kun je die plek eventueel ook alvast een beetje prepareren.

We noemden al het openen van de gordijnen. Daarnaast kun je op bewolkte dagen of ’s avonds alvast een paar lampen aanzetten of naar een gunstigere plek verplaatsen, zodat je straks voldoende licht hebt. Je ruimt overmatige troep op of haalt voorwerpen weg die je liever niet in beeld ziet. Gaat het om kleine kinderen? Dan leg je misschien wat speelgoed op een strategische plek neer. Of je verplaatst vlak voor de maaltijd de kinderstoel naar een plek met goed licht en draait hem zo dat je de gewenste achtergrond mooi in beeld krijgt.

Daarmee grijp je dus wel op voorhand in, maar op het moment zelf laat je de kinderen vrij om te doen en laten wat ze willen. Daardoor leg je nog steeds kinderen in hun gewone doen vast. Het kan dus best gebeuren dat jouw plannetje compleet mislukt. Want misschien gaat een kind ineens heel ergens anders zitten dan ‘normaal’. Of schakelt iemand die binnenkomt de lamp die jij hebt neergezet meteen weer uit. Of is het favoriete speelgoed dat jij hebt neergelegd vandaag nou net uit de gratie. Dan is het een kwestie van je hierop aanpassen, net zoals je in buitensituaties meestal niet van tevoren weet welke momenten zich zullen voordoen. En natuurlijk kun je dezelfde truc de dag erna nogmaals proberen.

Op bepaalde momenten weet je dat er mooie fotomomenten kunnen zijn.Canipel JelleCanon 5D IV · ISO 250 · F 1,6 · 1/125 SEC · 50 MM

Bewegingsonscherpte voorkomen

Omdat je vastlegt wat je ziet en niet vraagt om op een bepaalde plek te gaan zitten, kan het gerust een keer gebeuren dat kinderen verder van het raam zitten. Omdat je daar minder licht hebt, moet je een beetje met de instellingen spelen om de juiste belichting te krijgen én scherpe foto’s te maken. Zo kun je een hogere iso-waarde kiezen als je de door jou gekozen diafragmawaarde en sluitertijd niet wilt veranderen.

Wat ook kan is een grotere lensopening kiezen (een kleinere diafragmawaarde dus), waardoor de camera hier meer licht opvangt. De scherptediepte neemt in dat geval wel af.

Of je stelt een langzamere sluitertijd in, maar dan is het wel zaak om erop te letten dat de foto nog steeds haarscherp wordt. Want bij langzamere sluitertijden vervagen bewegingen en kan het ook zijn dat de foto waziger wordt door lichte trillingen van de camera. Zit een kind volledig stil, dan kun je waarschijnlijk wel tot 1/60 gaan en mocht je een gestabiliseerde lens of camera gebruiken dan kan 1/30 vast ook nog wel. Maar slaat hij of zij bijvoorbeeld de bladzijde van een boek om, neemt een slok of een hap, of kijkt ineens een andere richting op, dan zal die beweging in een bepaalde mate vervaagd op de foto komen. Dat voorkom je door een snellere sluitertijd zoals 1/125 of 1/250 in te stellen.

Welke instellingen je kiest, hangt daarom altijd af van de specifieke situatie en hoe je iets op de foto wilt vastleggen.

Kies een voldoende snelle sluitertijd om vervaging te voorkomen. 1/60 kan net als het kindje niet snel beweegt.Lisette MoetewielCanon RP · ISO 1600 · F 4 · 1/60 SEC · 24 MM

Lichtsterke lens

Bij het binnen fotograferen kun je ook een extra lichtsterke lens gebruiken. Dan kun je dankzij een diafragmawaarde van F 1,4 of F 2 nog beter gebruikmaken van het bestaande licht. Alleen neemt de scherptediepte dan wel sterk af. Bij de reportagestijl mag de omgeving gerust iets vager worden, maar liefst houd je het nog wel voldoende herkenbaar. Meestal moet je daarvoor minimaal F 2,8 kiezen of liever nog wat hoger zoals F 4. Tenzij het jou echt alleen maar om het kind gaat en de omgeving gerust volledig onscherp mag worden. Als de achtergrond toch egaal van kleur is of er niets bijzonders is te zien., maakt een kleine scherptediepte natuurlijk niet uit.

Een lichtsterke lens is ideaal bij schaars licht en voor mooie wazige achtergronden.Anouk DaalNikon D810 · ISO 1000 · F 1,8 · 1/80 SEC · 50 MM

Brandpuntsafstand

Wil je voornamelijk het kind in beeld brengen? Dan kun je een brandpuntsafstand van rond de 50 of 85 millimeter gebruiken. Bj een camera met aps-c-sensor komt dat neer op ongeveer 35 en 55 millimeter. Wil je kinderen in de huiselijke omgeving fotograferen, dan is 28 of 35 millimeter geschikter (18 en 23 millimeter bij aps-c), omdat je hiermee dichterbij kunt komen en tegelijkertijd meer van de omgeving laat zien.

Scherpstellen

Om op de juiste plek scherp te stellen, kun je beter zelf een scherpstelpunt uitkiezen in plaats van de camera te laten kiezen uit de vele tientallen of honderden mogelijkheden. Door een punt zo dicht mogelijk bij het gezicht te kiezen, kun je vrijwel meteen afdrukken zodra je een moment ziet dat je wilt vastleggen en loop je dat niet zo snel mis.

Verandert een kind steeds van plek of beweegt iemand snel of veel, dan is het handig als jouw camera een aanraakscherm heeft. Je tikt dan gewoon de plek die scherp moet worden aan en kunt meteen daarna een foto maken. Dat gaat veel sneller dan de hele tijd met knopjes of een joystick het scherpstelpunt verplaatsen.

Weet je uit ervaring dat gezichtsherkenning goed werkt op jouw camera? Dan is dat nog handiger, want dan hoef je helemaal geen scherpstelpunt aan te wijzen of te verplaatsen. Een kind wordt dan hoe dan ook scherp, waar je hem of haar ook in het beeld plaatst. Zolang het gezicht maar wel voldoende te zien is.

Stille sluiter

Heeft jouw camera een stille sluiter? Zet die dan aan, want dan valt het minder op dat je fotografeert en blijven kinderen langer hun gang gaan. Veel systeemcamera’s hebben een digitale sluiter die zelfs helemaal geen geluid maakt. Pas wel op bij lamplicht, want dan kunnen er ineens lelijke donkere strepen door het beeld lopen.

Zorg dat je je camera paraat hebt, voor die onverwachte prachtige momenten.Joenne FotografieSony A7 III · ISO 2000 · F 2 · 1/25 SEC · 50 MM

Pak wat vaker je smartphone

Met een smartphone is het bijzonder makkelijk om snel en discreet een paar leuke plaatjes te schieten. Die telefoon heb je toch altijd in de buurt en valt totaal niet op omdat iedereen gewend is dat je hem vaak in je handen hebt. Daardoor onderbreek je de bezigheden van kinderen niet en ogen de foto’s lekker spontaan en natuurlijk. Daarnaast ligt de grote camera misschien in een andere kamer, dus dan moet je hem eerst ophalen of bewust van tevoren klaarleggen. Daarmee loop je het risico dat je onverwachte momenten misloopt, terwijl je met de telefoon in hooguit een paar tellen al volop in actie bent. Smartphones hebben ook nog eens een flink grote lensopening waardoor ze lekker lichtsterk zijn, terwijl je in tegenstelling tot bij grote camera’s nog steeds meer dan voldoende scherptediepte overhoudt.

Op pad in Nederland: het Waddengebied fotograferen

Fotograferen in de stad: zo ga je ’s avonds om met licht en verlichting