in

Krachtige composities: zo krijg je meer diepte in je foto’s

Een foto is een tweedimensionale weergave van de driedimensionale wereld zoals wij die met onze ogen zien. Door je compositie slim op te bouwen, is het mogelijk om alsnog een mooie dieptewerking aan deze ‘platte weergave’ toe te voegen. Hierdoor komt het beeld meer tot leven, en word je als kijker de foto ingetrokken.

Laat jouw foto’s opvallen tussen al die andere platen door een krachtige compositie. Je leert hier alles over in de Cursus Krachtige Composities.

Bij de compositie van een foto plaats je belangrijke elementen op specifieke plekken in het beeld. Hoe zorgvuldig je dit ook doet, dat wil niet zeggen dat je hiermee automatisch de dieptewerking verbetert! Een en ander hangt wel met elkaar samen. Dus besteed je aandacht aan de compositie, dan ben je bewust of onbewust vast al een beetje met dieptewerking in de weer en versterk je dat met onderstaande technieken. We behandelen een aantal dingen die je in je foto kunt proberen op te nemen om de dieptewerking te bevorderen.

Inleidende lijnen

Een prima manier om met diepte te werken, is het gebruik van inleidende lijnen. Zolang je een stukje ver kunt kijken, zijn er vaak lijnen die van je af lopen naar een punt in de verte. Dat kunnen echte lijnen zijn, zoals een weg, sloot, oever, wolkenstrepen of belijning op een parkeerterrein. Daarnaast vormen repeterende beeldelementen al snel een virtuele of denkbeeldige lijn. Denk aan een rijtje lantaarnpalen of bomen. Zolang de (denkbeeldige) lijn van je afloopt, zal die op de voorgrond groot en breed zijn en verder bij je vandaan alsmaar smaller en kleiner lijken. Dat zorgt voor diepte in je foto.

Je kunt inleidende lijnen vanaf de onderzijde recht het beeld in laten lopen voor een min of meer symmetrisch beeld. Je kunt ze ook schuin of vanuit een hoekpunt laten lopen, waarna ze via een bepaald traject ergens bij een onderwerp of de horizon eindigen. Fotografeer je bijvoorbeeld de lichtsporen van het verkeer, dan kun je dat op beide manieren vastleggen en dat geeft totaal verschillende beelden.

Sta je op een viaduct en richt je de camera schuin omlaag, dan loopt de weg vanaf de onderzijde van het beeld omhoog. De weg loopt dan, net als de kleurige lichtsporen, van breed naar smal. Mocht er verderop een bocht zijn, dan wordt de blik van de kijker als vanzelf in die richting meegenomen.

Op grondniveau richt je de camera vanaf een hoek op de weg, waardoor de lichtstrepen aan de ene zijde breed het beeld inlopen en steeds smaller worden naarmate ze zich verder het beeld in bewegen. Beide foto’s zorgen zo op een net iets andere manier voor veel diepte.

De lijnen van weg en hekwerken leiden je via een mooie bocht naar de witte huisjes.

Cor van der Waal (fotografiecor)
Sony A7 III · ISO 100 · F 11 · 1 SEC · 15 MM

Van groot naar klein

Een variatie op de inleidende lijn is dat je bewust enkele objecten in beeld neemt die zich op verschillende afstanden van jou bevinden. Wat dichtbij is, zal automatisch extra groot op de foto komen. En hoe verder weg de andere elementen zich bevinden, hoe kleiner ze zullen zijn. Denk aan een autocoureur of motorcoureur die op de voorgrond poseert, terwijl wat verderop op de achtergrond een (race)auto of motor is te zien. Die laatste toont een stuk kleiner, en omdat die zich verder weg bevindt.

Net zo kan dit met een paar rotsblokken, bomen of boerderijen die verspreid zijn over een landschap. Behalve in het groot (bij bijvoorbeeld landschappen), werkt dit ook prima in het klein. Zoals met twee planten, bloemen, ringen, objectieven of andere voorwerpen die je op verschillende afstanden plaatst.

Contrastverloop

Fotografeer je landschappen, dan zul je merken dat het ver in de verte vaak wat dampig of heiig is. Dit merk je vooral in de bergen, tussen heuvels, zomaar ergens vanaf een hoger standpunt zoals een panoramadek en (in wat mindere mate) ook gewoon vanaf grondniveau.

Door ‘de verte’ met een telelens wat meer naar je toe te trekken (waardoor de achtergrond zich een stuk dichter bij de voorgrond lijkt te bevinden) valt dit contrastverschil extra goed op. Dichtbij is alles goed herkenbaar, zie je veel details en is de wereld kleurrijk, terwijl dit meer naar achteren toe alsmaar afneemt. Dit contrastverloop is daarmee een extra hulpmiddel om diepte in je foto te benadrukken.

Vooral in de bergen of tussen heuvels waar je lekker ver van je af kunt kijken, is dit verschijnsel overduidelijk waar te nemen. Bijvoorbeeld waar je uitkijkt over zoiets als een meer of dal, waardoor je extra goed zicht hebt op de bergketens van een regio. Bij elke volgende piek verlies je iets aan kleur, scherpte en detaillering, waardoor je een prachtige gelaagdheid krijgt. Waar de voorste bergketen nog uitermate helder en kleurrijk oogt, is van de achterste en dus verste misschien nog maar een vage schim overgebleven. Meer naar achteren toe wordt alles vaak ook nog eens alsmaar koeler en blauwer van kleur, wat het diepte-effect opnieuw versterkt.

Ook als je je in vlakke(re) gebieden bevindt, kun je gebruikmaken van contrastverloop. Denk alleen al aan de (lichte) nevel die ’s morgens vroeg voorkomt, met name in landelijke en waterrijke gebieden. Langs een kustlijn heb je ook zo’n contrastverloop op dagen met relatief veel zand of vocht in de lucht. Of wat te denken van een storm waarbij het zicht drastisch afneemt door al dat rondvliegende zand en de druppeltjes zeewater.

Een groot verschil in contrast en detaillering tussen de voorste berg en de achterste.

Cor Pot (corali4)
SONY RX10 IV · ISO 100 · F 4 · 1/125 SEC · 43,5 MM

Sta je op een hoog uitkijkpunt en kun je ver kijken, dan zie je duidelijk dat de kleur, detaillering en daarmee het contrast afnemen.

Steve Watteeuw (steveomercarlos)
SONY A7R III · ISO 100 · F 14 · 1/400 SEC · 212 MM

Beperkt zicht

Op mistige dagen is alles wat dichtbij is vaak prima herkenbaar, terwijl verderop (bijna) alles aan het zicht is onttrokken. In het gebied daartussenin verloopt de zichtbaarheid snel of geleidelijk van goed zicht naar geen of slecht zicht. Juist dat stuk van de omgeving kun je daarom opnieuw perfect gebruiken om dieptewerking aan foto’s toe te voegen.

Stel je pakt een telelens en isoleert een bomengroep of boerderij ergens een eindje van je af, die als enige in deze witte, wazige wereld is te onderscheiden. Dan krijg je zeker weten een sfeervolle plaat, maar er zal weinig tot geen diepte in zitten. Zoom dan eens een beetje uit of pak er een groothoek of standaardlens bij. Ditmaal neem je een stuk voorgrond mee waar de mist minder dicht is, waardoor je daar aanzienlijk meer details en kleur ziet. Terwijl erachter de mist steeds dichter wordt en details, scherpte en kleur afnemen. Juist door deze beide aspecten in beeld te nemen, zorg je voor een sterk contrast tussen voorgrond, middengebied en achtergrond. En hierdoor ontstaat veel diepte.

Isoleer op mistige dagen dus niet altijd de ‘eilandjes’ in de witte wereld, pak juist vaker expres een stuk omgeving mee waar de mist minder dicht is of grotendeels ontbreekt. Ook nu weer kun je een extra portie dieptewerking toevoegen door met inleidende lijnen of repeterende objecten te werken. Een weggetje, sloot, of bomenrij zal dichtbij immers relatief helder en kleurrijk op de foto komen en verderop steeds meer opgaan in de mist.

Het verloop van de mist zorgt voor extra diepte in het beeld.

Peter Korevaar (supercanon)
SONY A7R IV · ISO 100 · F 8 · 1/25 SEC · 26 MM

Kader

Objecten in je omgeving als fotokader gebruiken, is een andere manier om diepte te creëren en de aandacht van de kijker te sturen. Er zijn talloze manieren om jouw foto ergens mee te omlijsten. In principe kun je alles gebruiken waar je langs, tussendoor of doorheen kunt kijken. Daarmee is het vooral een kwestie van goed rondkijken in de omgeving om de leukste mogelijkheden te ontdekken. Je kunt hiermee experimenteren met iets eenvoudigs als een deur of raam, of een stel bomen of een paar planten. Met als voordeel dat zo’n omlijsting overal wel te vinden is.

Om een mooi (vakantie)uitzicht vast te leggen, ben je misschien geneigd om een open plek op te zoeken, zodat je een vrij uitzicht hebt. Zo kun je de prachtige omgeving via de compositieregels omtoveren tot een spannend beeld. Toch? Dat is natuurlijk prima en moet je vooral ook doen. Maar kijk daarnaast ook eens of je de randen van het beeld op een natuurlijke wijze ergens mee kunt blokkeren, waardoor de aandacht naar het middengedeelte wordt gestuurd.

Zoek bijvoorbeeld een raam of deuropening op van waaruit je een mooi uitzicht hebt. Vul ditmaal niet het volledige beeld met dat uitzicht, maar stap iets naar achteren of zoom een beetje uit, zodat je ook een randje van het kozijn meeneemt. Dit kan een mooi kader vormen rondom dat prachtige landschap.

Ook hekken, muurtjes en brugrelingen hebben vaak fraai gevormde openingen die voor spannende doorkijkjes zorgen. Een opening heeft echt niet altijd groot te zijn. Door je camera er dichtbij te brengen, lijkt de opening automatisch een stuk groter en zie je prima wat er zich allemaal achter bevindt. Door rustig naar voren of naar achteren te bewegen, bepaal je hoe prominent het kader in beeld komt te staan; van heel breed tot een smalle reep.

Nagenoeg elke opening kan als kader dienstdoen. Hier is het contrast tussen het hoekige kader en de ronde toren mooi.

Jan Korebrits (jan-korebrits)
SONY RX100 · ISO 125 · F 5,6 · 1/500 SEC · 10,4 MM

Doorkijkje

Net als inleidende lijnen, mag ook een kader gerust uit een reeks losse objecten bestaan. Zo kunnen twee bomen een heel mooi kader vormen als je ze links en rechts langs de beeldranden plaatst. Grijpen de boomkruinen in elkaar, dan dekken ze netjes de bovenrand van de foto af, waardoor eronder en dus in het midden van het beeld een mooie opening overblijft voor je onderwerp of dat prachtige uitzicht.

Het maakt hierbij niet eens zoveel uit of de bomen, struiken of planten naast een drukke weg staan of in een sprookjesachtig landschap. Zolang er binnen je kader maar iets moois op de achtergrond te zien is. Zodra je op een fotogenieke plek bent, loont het daarom altijd om even rond te kijken en een beetje heen en weer te lopen of te rijden om te onderzoeken of er iets is dat je als een omlijsting kunt inzetten. Essentieel is wel dat je binnen dat kader net als altijd compositietechnieken gebruikt voor de beeldopbouw. Met alleen een kader opzoeken ben je er dus niet.

Een kader hoeft zeker niet altijd alle zijden van het beeld te bedekken. Een boom aan de linkerzijde van het beeld waarvan de kruin langs (een gedeelte van) de bovenzijde loopt werkt ook prima. Hiermee kun je heel goed de weidsheid van een landschap benadrukken. De linkerzijde van het beeld is ditmaal gesloten door het silhouet van de boom, terwijl de tegenoverliggende zijde open blijft. Hierdoor volgt je oog eerst een door de compositie bepaalde route door het beeld, en ga je er daarna als kijker onbewust vanuit dat het prachtige uitzicht rechts alsmaar doorloopt … ook al zie je dat verder niet op de foto. Andersom kun je de foto links open laten en alleen aan de rechterzijde afbakenen waardoor dit als een soort eindpunt wordt ervaren van wat we op de foto zien.

Het gebladerde zorgt voor een natuurlijk kader.

Bianca Schmidt (bianca-schmidt)
NIKON Z 6 II · ISO 1600 · F 5,6 · 1/1600 SEC · 220 MM

Scherptediepte

Scherptediepte is allereerst een middel om de aandacht op het hoofdonderwerp te richten. Het wordt vaak gebruikt om te voorkomen dat de achtergrond te veel afleidt van waar het in de foto om draait. Verder spelen de scherpe en onscherpe delen een grote rol in de dieptebeleving. Wat bijvoorbeeld heel goed werkt om een gevoel van diepte op te roepen, is de onderzijde of een zijkant van de foto expres zeer onscherp maken. Hoe dichter je met de camera op de voorgrond kruipt, hoe onscherper die zal worden. Door dan te focussen op een onderwerp dat zich verderop bevindt, komt daar de maximale scherpte te liggen en wordt de voorgrond nog onscherper gemaakt.

Je kunt bijvoorbeeld vlak over de bodem fotograferen. Hierdoor komt een bospad, heideveld of wateroppervlak vooraan sterk vervaagd op de foto, terwijl de geportretteerde, een karakteristieke boom, of een dobberend zeilbootje haarscherp wordt doordat je hierop scherpstelt. Ga gerust extreem laag en varieer vervolgens met de hoogte van je camera om naar de beste dieptewerking te zoeken.

Met je camera vlak langs een muur of heg fotograferen, geeft hetzelfde effect. Hiermee leid je opnieuw de aandacht naar je model of een object.

Laat in dit soort situaties de camera vooral niet automatisch het scherpstelpunt uitkiezen, omdat de kans dan groot is dat de voorgrond scherp wordt en jouw onderwerp juist wazig of in ieder geval onvoldoende scherp op de foto komt. Selecteer bij voorkeur zelf het scherpstelpunt dat op het onderwerp valt of daar het dichtst bij zit. Stel je een grote lensopening in, dus een lager diafragmagetal, dan is de vervaging sterker dan bij een kleine lensopening (een groot F-getal dus). Daardoor wordt het scherpe hoofdonderwerp nog meer losgeweekt uit de omgeving, en neemt de dieptebeleving verder toe.

De scherpe paddenstoel in combinatie met het vervaagde bos geeft een sterk gevoel van diepte.

Niels Blees (roden_zoom)
Canon R6 · ISO 400 · F 9 · 1/4 SEC · 100 MM

Beeld bedekken

Wat ook nog kan, is je lens tussen gebladerte, bloemen of een bundeltje andere voorwerpjes steken. Ook nu weer zal je voorgrond sterk vervagen, zolang je er maar dicht genoeg op kruipt en je daarnaast goed op je hoofdonderwerp focust. Vaak is handmatig scherpstellen hier een uitkomst, vooral als het beeld rijkelijk gevuld is met allemaal bladeren of bloemetjes. Het is dan namelijk lastig om het autofocuspunt er precies tussendoor te mikken, en de automatische scherpstelling gaat snel de mist in. Zet focus peaking even aan als dit op jouw camera zit, zodat je beter ziet wat je scherp in beeld hebt.

De voorgrond op deze manier opvullen, lijkt wel wat op het gebruik van een kader. Het verschil is dat de objecten nu overal over het beeld verspreid kunnen zitten, en niet alleen langs de randen. Beweeg en draai je camera gerust in allerlei richtingen om de mooiste voorgrondonscherpte op precies de juiste plek te plaatsen. Je mag zo weinig of zo veel van het beeld bedekken als jij mooi vindt. Kijk vooral wat goed werkt om de aandacht op een natuurlijke of speelse manier naar het onderwerp te leiden.

Ergens vlak langs fotograferen, geeft een mooie voorgrondvervaging plus een spannend doorkijkje.

Rick Endstra (endstraphoto)
NIKON D750 · ISO 200 · F 5,6 · 1/125 SEC · 100 MM

Vlakverdeling

Op veel plekken kun je het beeld in een aantal vlakken verdelen, wat ook weer helpt om diepte te creëren. Aan de kust krijg je bijvoorbeeld drie vlakken door een reep strand, zee en lucht in beeld te nemen. Via een wat hoger of lager standpunt beïnvloed je de breedte van de onderste twee lagen: het zandstrand en de zee. De lucht is te ver weg. Om deze strook breder of smaller te maken, kantel je de camera wat meer omhoog of omlaag, of je zoomt een stukje uit of in.

Op die manier krijg je drie stroken waarvan je de breedte en onderlinge verhouding enigszins kunt beïnvloeden en die samen de nodige diepte geven. Zet vooral de hulplijnen (het raster) van je camera aan om de vlakverdeling helemaal naar je zin te krijgen. Die komen sowieso goed van pas bij het toepassen van compositietechnieken om het beeld op te bouwen.

Vaak kun je met een aantal lagen of vlakken werken, zoals hier drie stuks.

Nadine Gijzen (nadine-fotografie)
Canon 6D II · ISO 100 · F 10 · 1/125 SEC · 76 MM

Licht en schaduw

Licht en schaduw zorgen ook voor de nodige diepte. Denk aan de zonneharpen op een vroege ochtend in het bos. Die schuine lichtstrepen maken het beeld extra driedimensionaal en dynamisch. Dat geldt ook voor de lange schaduwen bij een laagstaande zon, waar je zowel ’s morgens als ’s avonds gebruik van kunt maken. Met de zon ongeveer recht voor je ontstaan imponerende schaduwen die naar jou toe lopen en alsmaar breder en dus imposanter worden.

Of neem de zon meer van opzij in beeld om schaduwen schuin door het beeld te laten vallen. Met de zon achter jou lukt het niet goed, omdat de schaduwen zich dan (grotendeels) onzichtbaar aan de achterzijde bevinden van alles waar jij op uitkijkt. Ook binnen bij kunstverlichting kun je op exact dezelfde wijze met de dieptewerking van licht en schaduw spelen.

Staat de zon al hoger? Dan kan een prachtig patroon van licht- en schaduwvlekken ontstaan als er hier en daar een opening in de dikke bewolking zit. Er ontstaan dan gerichte lichtbundels die fragmenten van een landschap, de zee, of een meer in het licht zetten. Het contrast met de donkerdere omgeving zorgt voor veel dieptewerking. Je hebt hierbij wel een wat hoger standpunt nodig, zodat je er goed zicht op hebt. Een heuvel, uitkijktoren of een hoog gebouw bijvoorbeeld.

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Krachtige Composities in Zoom Academy. Hierin leer je allerlei technieken die je kunnen helpen om een krachtige foto te schieten.

Zo leer je onder andere:

  • Alles over het gebruiken van een goede voorgrond
  • De lijnen die je in je compositie kunt gebruiken
  • Hoe je alle klassieke compositieregels toepast
  • Stap voor stap meer zicht krijgen op het samenstellen van composities onder verschillende omstandigheden

Bekijk hier de volledige Cursus Krachtige Composities.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Werken met filters in het donker: deze zijn verrassend handig!

Zo fotografeer je in het donker!