in

Maak nooit meer fouten met te hoge ISO en ruis

Je kunt de iso-gevoeligheid van je camera niet straffeloos blijven opvoeren: hoe hoger de waarde die je kiest, hoe meer ruisvorming er ontstaat in de foto.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Beweging en Actie in Zoom Academy. Hierin leer je de technieken te beheersen die beweging in je foto’s brengen en nog veel meer.

Je kunt het aanpassen van de lichtgevoeligheid zien als een vorm van versterking. Bij de laagste iso-waarde is er geen versterking van de lichtgevoeligheid en bij de hoogste iso-waarde is die versterking substantieel. Wellicht valt het je bij het luisteren naar de radio ook weleens op: bij een laag volume hoor je geen ruis, en bij een hoog volume wel. Om in fotografietermen te blijven: bij een lage iso-waarde zie je de ruis niet. Bij een hogere waarde wel. Dus hoe hoger de iso-waarde, hoe meer ruis.

Bij het vastleggen van actie gebruik je een korte sluitertijd. Vaak moet je dan ook overdag je iso-waarde verhogen om de gewenste korte sluitertijd te realiseren.

Nieske Siepel (bnn)
Olympus E-M1X · ISO 1600 · F 2,8 · 1/2000 SEC · 43 MM

Gelukkig hebben camerafabrikanten in de afgelopen decennia flinke stappen gezet op dit vlak, onder meer door de ontwikkeling van betere beeldsensoren. Je kunt op een hedendaagse camera mooiere (ruislozere) foto’s maken op iso 6400 dan pakweg tien jaar geleden, maar het blijft opletten geblazen.

Grenswaarde

Zoals we eerder beschreven, kun je jouw camera ook automatisch een geschikte iso- waarde laten uitkiezen, vaak zelfs in de M-stand: dan kiest het toestel een lichtgevoeligheid die past bij de omstandigheden waaronder je fotografeert.

Om te voorkomen dat je camera te snel of juist te traag de iso-waarde verhoogt, kun je bij veel camera’s ook een bepaalde sluitertijd als grenswaarde instellen. Zodra de sluitertijd langer dreigt te worden dan die grenswaarde, past de camera de iso-waarde aan. Een korte sluitertijd laat minder licht door, dus dan moet de iso-waarde eerder omhoog dan bij een lange sluitertijd. Stel je sluitertijd in de Auto ISO-functie dus zo in dat je enerzijds je beelden nog voldoende ‘bevriest’ en scherp houdt, terwijl anderzijds de iso-waarde – en dus de ruis – zoveel mogelijk binnen de perken blijft.

Bij gebruik van lange sluitertijden kun je ‘ruisonderdrukking lange sluitertijden’ aanzetten in je camera.

Sjoerd Tullenaar
Canon 6D · ISO 100 · F 11 · 13 SEC · 28 MM

Hoe dan ook ontdekt iedereen vroeg of laat ruis in zijn of haar foto’s, met name in foto’s met hoge iso-waarden of foto’s waarbij in de nabewerking flink aan de schuiven is getrokken.

Ook de temperatuur van je beeldsensor is erop van invloed. Naarmate de sensor warmer wordt, zal de ruis zichtbaarder zijn. En dat opwarmen gebeurt met name bij opnames met erg lange sluitertijden. Opnames met sluitertijden langer dan 4 seconden zullen al de eerste ruis laten zien.

Groter is beter

Ruis is van alle tijden. En al sinds ruis bestaat, proberen we die te onderdrukken. De camerafabrikanten hebben daar zelfs handige functies voor bedacht. Toch zijn er grote verschillen in ruisprestaties tussen verschillende camera’s.

Bij indoorsport is vaak een hoge iso-waarde nodig. Dit kan flink wat ruis veroorzaken, maar dat hoeft niet meteen storend te zijn.

Tim Buijvoets (onzindichter)
Canon 60D · ISO 1600 · F 4 · 1/90 SEC · 70 MM

Dat heeft twee redenen.

  • De eerste is dat iedere fabrikant de ruis probeert te onderdrukken met zijn beeldprocessor. En die onderdrukking probeert men redelijk gebalanceerd te houden. Het kunstmatig onderdrukken van ruis gaat namelijk enigszins ten koste van de scherpte. Fabrikanten trachten uiteraard de juiste balans te vinden tussen scherpte en ruisonderdrukking, met name bij hoge iso-waarden.
  • De tweede en voornaamste reden van het onderscheid tussen verschillende camera’s is de grootte van de sensor gerelateerd aan het aantal pixels dat die sensor bevat. Alles draait om licht. Hoe meer licht, hoe beter dat is voor de ruisprestaties. Een aps-c-sensor is een stuk kleiner dan een fullframe-sensor. Mochten beide sensoren in deze vergelijking over bijvoorbeeld 24 megapixels beschikken, dan zal de fullframe-sensor beter presteren.

Wil je de ruis in je foto’s tot een minimum beperken? Dan heeft je camera vermoedelijk een aantal instellingen die je al een heel eind op weg helpen. Deze instellingen kunnen erg goed verstopt zitten in de menu’s waardoor je misschien zelfs je gebruiksaanwijzing nodig hebt om ze te kunnen vinden.

Bij macrofotografie en close-ups is ruis vaak ‘not done’. Deze zou ten koste kunnen gaan van de detaillering, die juist vaak de schoonheid vormt van zulke foto’s.

Ingrid Klerks (ingrid57)
Nikon D750 · ISO 125 · F 4 · 1/15 SEC · 90 MM

Ruisonderdrukking lange sluitertijden

Foto’s met wat extremere sluitertijden geven meer ruis op de foto’s. Met de instelling ‘ruisonderdrukking lange sluitertijden’ zal de camera de ruis uit je foto ‘toveren’. Nadat je je foto hebt gemaakt met bijvoorbeeld een sluitertijd van 30 seconden, maakt de camera een fictieve zwarte foto van nog eens 30 seconden. Het sluitergordijn blijft bij deze tweede opname potdicht. De camera ‘kijkt’ in de laatste, zwarte foto waar allemaal ruis is ontstaan en verwijdert alleen die ruis uit de daadwerkelijk geschoten foto. En dat werkt super. Enig nadeel is wel dat je camera nu nog eens 30 seconden extra nodig heeft voor die ene foto. Een andere manier om ruis te voorkomen bij bijvoorbeeld lanschapsfoto’s is het stacken van meerdere foto’s.

Bij een langere sluitertijd ontkom je niet aan het gebruik van een statief.

Daniel Laan (laanscapes)
Nikon D750 · ISO 100 · F 10 · Focus stack van 6 opnames · 14 MM

Ruisonderdrukking hoge iso-waarde

Ook de instelling ‘Ruisonderdrukking hoge iso-waarde’ helpt je om alvast de nodige ruis te onderdrukken. Met deze functie ingeschakeld zal je camera bij een hoge iso-waarde een regiment aan algoritmes in stelling brengen om de ontstane ruis zo goed mogelijk te verwijderen, zonder dat dit ten koste gaat van de scherpte en detailweergave.

Hoewel je camera beschikt over technische hoogstandjes om ruis te beperken, blijven dit lapmiddelen. En voor een camera mag dit dan wel steeds meer appeltje-eitje worden; ruis verwijderen blijft een vorm van beeldinformatie verwijderen. Dat we ruis met camera-instellingen kunnen repareren, is natuurlijk fantastisch. Maar voorkomen is altijd beter dan genezen. En als fotograaf heb je hiervoor talloze mogelijkheden. We kunnen zelf het nodige doen om de iso-waarde zo laag mogelijk te houden en zodoende de ruis tot een minimum te beperken.

Een fraaie plaat waarin de ruis mooi is onderdrukt. Er is een iso van 400 gebruikt om niet te veel ruis te krijgen en toch een sluitertijd die kort genoeg was om geen beweging in de bladeren te krijgen.

Rob Visser (robvisser_zoom)
Nikon D5100 · ISO 400 · F 7,1 · 1 SEC · 10 MM

Een beetje meer

Het klinkt als vanzelfsprekend: een foto moet juist belicht zijn. Maar met name als we ruis willen beperken, is de belichting van essentieel belang. Ruis ontstaat vooral in schaduwpartijen en is daar ook het meest zichtbaar. Blijkt de gemaakte foto achteraf ietwat aan de donkere kant, dan hebben we weleens de neiging deze in de nabewerking ‘op te trekken’. En met name het oplichten van de schaduwen leidt ertoe dat de ruis nog erger wordt. Het is dus beter om je belichting in één keer goed te hebben, zodat een belichtingscorrectie achteraf niet nodig is.

Je kunt zelfs beter een iets te hoge iso-waarde hebben in combinatie met een juiste belichting dan een foto met een lagere iso-waarde die in de nabewerking opgetrokken wordt.

Ook een à anderhalve stop overbelichten is vaak prima. Het gevolg hiervan is dat schaduwen goed belicht zijn en niet verder gecorrigeerd hoeven te worden, dus onnodige ruis blijft uit. Door de foto in de nabewerking weer wat donkerder te maken, haal je zelfs nog ruis weg, waarbij de details in hun volle glorie overblijven.

Ruis voegt soms ook sfeer toe, zoals hier.
Model: Djamila Ploeg.

Mirjam Rosa Fotografie (mirjamrosa)
Sony A7 III · ISO 1000 · F 1,4 · 1/160 SEC · 50 MM

De juiste lens

Objectieven zijn er in allerlei soorten en maten. En lichtsterktes! Ben jij een fotograaf die voornamelijk bij moeilijk licht fotografeert? Dan doe je er goed aan een lichtsterk objectief te kiezen, zodat je je iso-waarde zo laag mogelijk kunt houden.

Niet voor niets werken sportfotografen en concertfotografen het liefst met objectieven met lichtsterkte F 2,8 of nog lichtsterker. Omdat ze vaak met korte sluitertijden werken om hun onderwerpen te kunnen ‘bevriezen’, moet hun iso-waarde vaak al snel omhoog. Door een lichtsterk objectief te gebruiken, blijft de iso-waarde toch binnen de perken.

Ruis is niet altijd vervelend. In deze foto is de ruis juist omarmd door de fotograaf.

Ward Keijzer (wardkeijzer)
Nikon D7200 · ISO 800 · F 4,5 · 1/400 SEC · 200 MM

Houd ‘m stil

Met name ’s avonds als het schemert moet je iso-waarde flink omhoog. Schakel dan in ieder geval je beeldstabilisatie in. Door beeldstabilisatie compenseert je camera ongewenste camerabewegingen, waardoor je langer uit de hand kunt blijven fotograferen. Beeldstabilisatie voorkomt dus zogenaamde trillingsonscherpte, waardoor je sluitertijd niet onnodig korter hoeft. En als er langer licht binnenkomt, hoeft je iso-waarde niet omhoog. Wordt het echt donker, dan ontkom je niet aan een statief. Maar vergeet bij statiefgebruik niet om je beeldstabilisatie juist uit te zetten.

Nabewerking

Is het kwaad al geschied? Dan is nabewerken nog steeds een prima optie om de resterende ruis weg te werken.

Was je sowieso al van plan om na te bewerken? Fotografeer dan in raw in plaats van in jpeg en schakel functies als ruisonderdrukking et cetera gewoon uit. Dat ruis onderdrukken doe je immers toch zelf in je favoriete bewerkingsprogramma. Meestal is dit een kwestie van trekken aan de schuifjes. Maar overdrijf dit niet, anders kan je foto wat plastic-achtig eruit komen te zien. Voor een gedegen aanpak zoom je eerst in tot ware grootte (100%). Zo zie je veel beter wat er daadwerkelijk gebeurt.

In de nabewerkingprogramma’s kun je meestal twee soorten ruis onder handen nemen: luminantieruis en kleurruis. Luminantieruis is de ruis die lichtere en donkerdere stipjes in je foto’s geeft. Kleurruis geeft gekleurde stipjes die afwijken van hun omgeving. Kijk ook uit met wat je verder nog doet met je foto als je die bewerkt. Het onnodig optrekken van je schaduwen veroorzaakt nieuwe ruis. Te veel verscherping vaak ook.

Welke methode je ook gebruikt voor het reduceren van de ruis in je beelden: het is altijd goed om je eigen camera goed te kennen. Zo is het verstandig om te weten bij welke iso­-waarde je camera (te) veel ruis veroorzaakt. Als je onder die drempelwaarde blijft, zul je altijd goed in staat zijn om de aanwezige ruis voor een groot gedeelte weg te halen.

Bij dit portret is een beetje ruis toegevoegd in Photoshop om extra op te vallen.
Model: Riona Neve.

Paige Addams (paige-addams)
Canon 6D · ISO 100 · F 8 · 1/100 SEC · 62 MM

Beelden analyseren

Om te weten bij welke iso­waarde jouw alarmbellen af moeten gaan, is het goed om je bestaande beelden uitgebreid te analyseren. Zet ze eens naast elkaar en zoom in op de donkere en egale gedeelten. Is er ruis te zien? Waar precies, en hoeveel? En de belangrijkste vraag: bij welke iso­waarde is het ruisniveau nog aanvaardbaar én goed te behandelen in de nabewerking?

Natuurlijk kun je ook een grondige nieuwe test uitvoeren. Dat doe je als volgt:

  • Selecteer een geschikte en gevarieerde achtergrond met donkere en lichte gedeelten en voldoende verschillende materialen en texturen.
  • Zet je camera op een statief, zodat je iedere keer exact hetzelfde beeld maakt. Dit hoeft niet per se, maar draagt wel bij aan de consistentie in de reeks.
  • Maak vervolgens een aantal beelden waarbij je tussen het maken van ieder beeld de iso­waarde bijstelt naar boven. Begin bij de laagst mogelijke waarde, bijvoorbeeld 100. Ga stapsgewijs richting de 3200 of zelfs hoger. Pas wel de sluitertijd aan om telkens dezelfde belichting te krijgen.
  • Bekijk de beelden op een groot scherm en vergelijk ze met elkaar. Bekijk per categorie – donker, licht, structuur, egaal – hoe het is gesteld met de ruis in je beelden. Waarschijnlijk is nu goed te zien bij welke iso­waarde de ruis (te) sterk aanwezig is.
  • Ga eventueel met elk beeld afzonderlijk aan de slag in de nabewerking. Zo kun je zien bij welke waarde de ruis nog goed is te corrigeren zonder nadelige effecten voor de scherpte.
  • Kies vervolgens een iso­waarde uit die voor jou de drempelwaarde wordt. De stelregel is voortaan: nooit meer hoger gaan dan die waarde tenzij écht noodzakelijk, zodat de optimale kwaliteit in je beelden gewaarborgd is.

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Beweging en Actie in Zoom Academy. Hierin leer je de technieken te beheersen die beweging in je foto’s brengen en nog veel meer.

Zo leer je onder andere:

Alles over sluitertijd

Het fotograferen van dieren en hun beweging

Hoe je verschillende sporten fotografeert

Creatief omgaan met bewegingselementen

Bekijk hier de volledige Cursus Beweging en Actie.

Benro Roadtrip Pro en TablePod Kit

Composities in de praktijk: zo fotografeer je stations