in

Nachtfotografie in de stad: licht uit, spot aan

Veel fotografen stoppen hun camera in de tas als het donker wordt. Maar op sommige plekken, zoals in de stad, begint het dan pas interessant te worden. Gebouwen worden verlicht, mensen worden schimmen en voertuigen schilderen lichtstrepen op de wegen. We nemen je mee de donkere stad in waar op elke straathoek een prachtplaat ligt te wachten.

Overdag is de stad vaak een homogeen geheel door de eentonige verlichting van de zon. Zo tegen de avond daalt die snel naar de horizon en dan wordt het veel dynamischer voor de fotograaf. Kunstmatige lichtbronnen verlichten de stad en zorgen voor een kakafonie aan kleuren, contrasten en mogelijkheden. Als je bewust rondloopt in het donker, zie je hoe iedereen zijn best doet om de duisternis te doorbreken. Straatlantaarns, spotjes en autolichten maken dat je je als fotograaf geen moment hoeft te vervelen.

Skyline

De klassieker onder de nachtfoto’s is de skyline. Een horizon aan verlichte gebouwen geeft een spectaculair beeld. Vooral met water op de voorgrond heb je al snel een spectaculaire foto. Overigens maak je de beste skyline foto’s niet in het pikkedonker, maar tijdens het blauwe uurtje. Dit is het deel van de dag waar de zon al onder is, maar hij nog wel de lucht verlicht. Hierdoor ontstaat een donkerblauwe gloed, die langzaam overgaat in totaal donker. Het blauwe uurtje doet zijn naam geen eer aan, vaak is het na een half uur al volledig donker. Wees dus al ter plekke voor het blauwe uurtje intreedt en schiet dan de perfecte skyline. Het grote voordeel van het blauwe uurtje is de balans tussen lucht, gebouwen en lichtjes. In het donker zijn de contrasten veel te hoog en zie je nauwelijks nog contouren van gebouwen.

Bij het goed in beeld brengen van een skyline komen een paar uitdagingen om de hoek kijken. Zo kun je het best vanaf statief werken. De sluitertijden lopen al snel op tot meerdere seconden en uit de hand red je dat niet uit. De langste tijd die je uit de hand kunt schieten is 1/60 (kort door de bocht). In het blauwe uurtje zit je al snel op een seconde of langer. Je zou dit kunnen oplossen door de iso te verhogen, maar daarmee voeg je onnodig ruis toe aan je foto. Ook een meer open diafragma is meestal niet voldoende bij dermate weinig licht. Een statief wel, want daarmee blijft je camera perfect stil. Zo kun je sluitertijden tot wel enkele minuten laten oplopen zonder dat je beweging in beeld krijgt. Voor nog minder beweging in je beeld kun je de stand ‘mirror up’ gebruiken. Hierbij druk je twee keer op de ontspanknop. De eerste keer gaat alleen de spiegel omhoog. Pas de tweede keer druk je echt af, dus zonder de beweging van de spiegel. Je foto wordt daardoor scherper. Dat geldt helemaal wanneer je met een draadontspanner werkt en je de ontspanknop niet hoeft in te drukken.

Een skyline hoef je niet altijd vanaf ooghoogte te fotograferen. In grote steden zoals New York, Toronto en Hong Kong kun je mooi vanuit een hoog gebouw de skyline fotograferen. Je kijkt dan over de gebouwen heen, waardoor de lichten van de stad nog overweldigender lijken.

Foto: mdwaard

Straatfotografie

Een minder bekend fenomeen in de avond is straatfotografie. Toch kan het mooie resultaten opleveren. Fotografeer eens een eenzame fietser met een autolamp in tegenlicht. Een zwerver die doelloos rondloopt, een forens die de trein nog probeert te halen. Het hele sfeertje is ‘s avonds anders dan overdag. Maak hier gebruik van. Bij straatfotografie in de avonduren kun je op twee manieren werken. Logischerwijs zul je de iso flink verhogen om een lopende reiziger nog scherp in beeld te krijgen. Hierdoor loopt de hoeveelheid ruis in je beeld snel op. Vooral boven de 1000 iso zul je duidelijk een korrel in beeld krijgen, al wordt de kwaliteit van hoge iso’s wel steeds beter in de nieuwere camera’s. Tegelijkertijd past dit wel bij het sfeertje van zo’n avondopname.

Een andere insteek is de iso laag houden en de sluitertijd langer maken. Hierdoor vervagen de bewegende elementen, wat ook weer een spannende plaat kan opleveren.

Denk in alle gevallen wel aan je eigen veiligheid, ga nergens lopen waar je anders niet zou durven komen en ga niet pronken met je apparatuur in een donker steegje. Neem als het kan iemand mee die je kent, iemand die een paar goede judogrepen kan uitvoeren.

Architectuur

Bedrijven geven tonnen uit om een mooi gebouw in de avond goed uit te lichten. Soms gebeurt dat met gekleurde lampen, wat prachtige beelden kan opleveren. Een klassiek voorbeeld is de Eiffeltoren in Parijs. Zonder verlichting zou dit gebouw in totale duisternis gehuld zijn. Gelukkig zijn er 336 spots geïnstalleerd op het enorme kunstwerk. Hierdoor is het voor fotografen makkelijk om een goede nachtplaat van de toren te maken. Ieder uur springen er nog eens 20 duizend flitsende lampjes aan, die een enorme lichtshow geven. Ideaal voor de nachtfotograaf. Ook in Nederland zijn er voldoende gebouwen die mooi verlicht worden door de overheid of door de eigenaren. Zo is de Erasmusbrug in Rotterdam mooi verlicht, net als veel panden in de Amsterdamse grachtengordel. Hier kun je dan direct de peertjes aan de bruggen mee fotograferen. In Utrecht zijn de grachtbruggen zelfs uitgelicht. Monumentale gebouwen zoals de Koppelpoort in Amersfoort zijn ‘s avonds op hun mooist door de goed geplaatste verlichting. Maak daar gebruik van.

Een probleem bij het fotograferen van verlichte gebouwen is het contrastverschil tussen lichtbron en gebouw. Vaak zijn die zo groot dat de lampen overstralen of de muren dichtlopen. Dit kun je voorkomen door een hdr (high dynamic range) opname te maken. Bepaal eerst de goede belichting en maak daarna een paar belichtingen om de midden belichting heen, met -1, -2, +1 en +2 stops bijvoorbeeld. Hierdoor neem je alle contrasten op die in een onderwerp zitten. Varieer altijd in de sluitertijd en niet in diafragma, om verschillen in scherptediepte te voorkomen. Later in de computer kun je de ruwe hdr-opnames samenvoegen tot een beeld waarin alle nuances zichtbaar zijn.

Foto: Karin62

Voertuigen

Een extra leuke en onvoorspelbare uitdaging is het fotograferen van bewegende voertuigen in de nachtelijke stad. Ga bijvoorbeeld op een hoog standpunt staan boven op een brug, heuvel of stadsmuur. Zet je sluitertijd op een paar seconden en sluit je diafragma navenant. Wacht tot er voldoende auto’s langskomen en maak een foto. De koplampen zullen nu als witte strepen worden weergegeven. Tegelijkertijd zie je aan de andere kant van de weg rode strepen van alle achterlichten. Met een beetje geluk slaat er een auto af en zie je ook nog oranje strepen, meestal met een onderbreking van het knipperen. Als je het principe kent, kun je de techniek ook op andere onderwerpen loslaten. Een draaimolen met lichtjes werkt goed, botsauto’s bij nacht, spoorbomen die dichtgaan, noem maar op.

Een andere manier van beweging is het meetrekken met onderwerpen in de nacht. Een taxi in de stad ziet er ineens heel anders uit als je een beetje speelt met de sluitertijd en meebeweegt met de auto. Met een sluitertijd van 1/8 of 1/4 krijg je een mooi lijnenspel. Laat op de achtergrond wel iets gebeuren dat die lijnen kan veroorzaken. Geen saaie muur of zwarte lucht dus, maar lichtreclame of andersoortige verlichting.

Foto: Sven483

Bokeh

In de nachtelijke stad kun je ook prachtige effecten krijgen met bokeh: een onscherpe weergave van harde lichtpuntjes. Vooral rond de kerst hangen er overal sfeerlampjes en verlichte kerstbomen. Maar ook elders in het jaar zie je dergelijke puntlichtjes, bijvoorbeeld op de bruggen van de grachtengordel of de ramen van gebouwen. Ga voor een mooie bokeh als volgt te werk. Neem een onderwerp op de voorgrond. In de achtergrond moeten meerdere puntlichtjes zichtbaar zijn. Zet je diafragma open, bijvoorbeeld op F 4. Hoe verder open het diafragma, des te duidelijker is het bokeh-effect. Zorg dat je voorgrondonderwerp dicht bij de camera staat en stel daarop scherp. Naarmate je dichterbij scherpstelt, zal de bokeh in de achtergrond steeds duidelijker worden. Maak nu de opname en bekijk het resultaat. Het kan zijn dat je nog een beetje moet spelen met de positie van de onderwerp ten opzichte van de achtergrond, maar als het goed is, zie je direct het resultaat.

Mist en regen

In schimmige weersomstandigheden zit er nog meer sfeer in de nachtelijke stad. Als het regent, reflecteren alle lichtjes in de plassen op de straat. Gebruik een groothoeklens en plaats de camera bijna in de plas (let op, bijna, niet helemaal, want je wil geen waterschade). Maak vervolgens een opname en je zult zien dat alles dubbel reflecteert. Ook mist kan een mooie toevoeging zijn. Straatlantaarns zullen dan een soort oranje waas vormen, omdat ze half verdwenen zijn in de mist. Sowieso wordt alles een beetje wazig. Door de mist is het ook mogelijk een bepaald onderwerp te isoleren uit de achtergrond. In dit voorbeeld zie je een auto onder een hoes. De staatverlichting staat erachter, maar door de mist zie je daar helemaal niets meer van. 

Foto: kort.martijn

Koplampen

Soms is er een potentieel mooi onderwerp, maar mis je de goede verlichting ervan. Wat let je om – als je met de auto bent – je eigen koplampen er eens op te schijnen. Vaak lijkt het door deze lage verlichting een beetje spooky – plus je kunt het licht uit elke hoek laten komen. Niks dure lampen, in feite heb je altijd licht bij je op deze manier. Je kunt ook lampen van langsrijdende auto’s, treinen en fietsen gebruiken.

Objectieven

In het donker helpt het als je lichtsterke objectieven gebruikt. Zo kun je sluitertijd en iso zo laag mogelijk houden, wat de kwaliteit van je beeld altijd ten goede komt. Lichtsterke objectieven, zoals een 85 mm f1.4 of 24 mm f1.4, zijn vaak bijzonder prijzig. Voor een hobbyfotograaf is het meestal geen optie om meer dan tweeduizend euro aan een objectief uit te geven. Een 50 mm kan dan een oplossing zijn. De f1.4 50 mm objectieven zijn vaak relatief goedkoop, voor rond de tweehonderd euro heb je er al eentje.

Bij skylines kun je er ook voor kiezen om je diafragma juist helemaal te sluiten, bijvoorbeeld tot F 22. Hierdoor zullen alle puntlichtjes als sterretjes te zien zijn, omdat het licht door een kleine opening moet.

Respect

Sommige fotografen hebben de neiging om de nacht op dag te laten lijken. Dit is uiteraard mogelijk door gewoon langer te belichten, het wordt vanzelf dag. Maar de kunst is om de nacht de nacht te laten zijn. Dat betekent in sommige gevallen dat je iets moet onderbelichten ten opzichte van de meting. Doe dit een beetje op gevoel, je weet zelf het beste wanneer het nog nacht lijkt en wanneer het er niet meer natuurlijk uitziet. Vooral in hdr is de grens tussen natuurlijk en too much klein.


Op pad in de kou: tips voor bosfotografie in de winter

De beste straatfoto’s op Zoom.nl in 2021!