in

Optimale scherpte: welke diafragmawaarden moet je aanhouden voor verschillende situaties

De diafragmawaarde die je gebruikt bij het fotograferen is een belangrijk onderdeel van de belichting én van de scherpte in je beeld. Hoe zorg je voor een optimale scherpte in verschillende situaties?

Samen met de sluitertijd en de iso-waarde bepaalt het diafragma hoe donker of hoe licht je beeld is. Maar er is meer: ook bepaalt je gebruikte diafragma hoeveel er van je onderwerp scherp is en hoe scherp of onscherp de voor- en achtergrond van je beeld zijn. Je begrijpt dat ook de afstand waarop je fotografeert daarbij een grote rol speelt. Daardoor is het niet honderd procent accuraat te zeggen welk diafragma je het beste kunt gebruiken. Dat kan wel bij benadering, dat zul je verderop gaan zien.

Foto: ErikEsterFotografie

Wat zijn een groot en een klein diafragma?

Belangrijk is om te weten hoe je diafragma precies werkt. Dan snap je namelijk beter wat er gebeurt als je een foto maakt. Het diafragma laat een bepaalde hoeveelheid licht door die op je sensor valt. Het diafragma kan door beweegbare lamellen groter of kleiner worden en dat is in feite wat je regelt als je handmatig aan de slag gaat met het kiezen van een f-waarde. Vaak komen vervolgens de termen groot en klein voorbij in relatie tot het diafragma. Bij een groot diafragma is het gaat groot en bij een klein diafragma juist klein. Je zult begrijpen dat een groot diafragma meer licht doorlaat. Verwarrend wordt het pas als de f-getallen in beeld komen, want die werken ogenschijnlijk precies andersom. Een klein diafragma heeft een groot f-getal (bijvoorbeeld f/8) en een groot juist een klein f-getal (bijvoorbeeld f/2).

Groot en klein

We schreven al dat je niet voor elke situatie één-op-één kunt voorspellen welk diafragma het beste is omdat ook de afstand tussen jou als fotograaf en het onderwerp en tussen het onderwerp en de achtergrond een rol spelen. Toch kun je wel zeggen dat een groot diafragma veel licht binnenlaat en zorgt voor heldere lichte beelden waardoor je ook in uitdagende omstandigheden uit de voeten kunt. De scherpte is beperkt en gaat snel over in voor- en achtergrondonscherpte bij het gebruik van een groot diafragma. Ideaal dus voor liefhebbers van een fraaie onscherpe achtergrond. Een klein diafragma laat juist weinig licht door en wordt voornamelijk gebruikt voor momenten dat je meer scherpte nodig hebt. Dat wil zeggen: als je onderwerp van voor tot achteren scherp moet zijn of in ieder geval een groter gedeelte van dat onderwerp.

Foto: Laravangelderen

Afstand

Maar let op: afstand speelt een cruciale rol. Fotografeer je op korte afstand van je onderwerp, dan heb je een kleiner diafragma nodig om het onderwerp helemaal scherp op de foto te zetten dan als dat onderwerp verder weg staat. Maak je een portret van je hond als hij op één meter afstand staat, dan heb je misschien wel diafragma f/8 nodig om zijn hele kop scherp te fotograferen. Staat hij op vier meter afstand, dan lukt dat misschien al met f/2.8.

Grofweg kunnen je de volgende instellingen gebruiken. Pin ons echter niet vast op deze voorbeelden, want er zijn veel variabelen in het spel:

Situatie: portret met onscherpe achtergrond, model op twee meter afstand

Diafragma: f/2.8

Situatie: portret waar je model helemaal scherp op moet staan, op drie meter afstand

Diafragma: f/5.6

Situatie: groepsportret met drie rijen mensen op enkele meters afstand – waarin iedereen er scherp op moet staan

Diafragma: f/8 tot f/11 (in feite: hoe kleiner, hoe beter)

Situatie: een klein onderwerp op één meter afstand helemaal scherp

Diafragma: f/8 tot f/11 (in feite: hoe kleiner hoe beter)

Situatie: een klein onderwerp op één meter afstand deels scherp

Diafragma: f/1.4 tot f/4 (in feite: hoe groter, hoe onscherper)

Fotograferen als een pro: in 10 stappen beter leren kijken

5 fotolocaties om eekhoorns te fotograferen