in

Perspectief tot in de puntjes: aan de slag met een panorama

Een panoramafoto is bij uitstek geschikt om omgevingen vast te leggen die niet volledig in beeld passen. Denk aan een weids landschap, maar ook aan architectuur of een interieur.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Lijnen en Perspectief in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het fotograferen van architectuur en nog veel meer.

Breeduit in beeld

Met een (super)groothoeklens krijg je ook veel in beeld, maar lang niet zoveel als met een panoramafoto mogelijk is. Daarnaast krijg je zodra je met supergroothoek werkt aan alle vier de zijden meer in beeld te zien. Dus links en rechts, maar ook bovenin en onderin. En dat is vaak niet de bedoeling. Want soms is de lucht helemaal niet interessant, of ziet de voorgrond er saai uit. Zonde om daar dan extra veel van in beeld te nemen, toch? Maak je een panorama, dan kun je heel precies dat prachtig berglandschap, kleurrijke bos, of schitterende gebouw vastleggen. Terwijl alles wat niet de moeite waard is, netjes buiten beeld blijft.

Met een panoramafoto laat je alleen het mooiste deel van de omgeving zien.

Harmen Piekema
L1D-20c (Hasselblad) · ISO 100 · F 3,5 · 1/50 SEC · 10 MM (drie drone-foto’s samengevoegd)

Een enorm voordeel is dat je met nagenoeg elke lens een panorama kunt maken. Het kan bijvoorbeeld met een groothoek, maar ook met een telelens. Dat geeft je veel vrijheid. Je zoomt simpelweg in of uit totdat je de gewenste uitsnede van de omgeving krijgt. Per situatie bepaal je op deze manier helemaal zelf hoe groot het hoofdonderwerp in beeld komt. Terwijl bij een supergroothoeklens iets wat dichtbij is er altijd extra groot uitziet en alles wat verder weg is juist heel klein op de foto komt. Je ontkomt dan niet aan dat kenmerkende groothoekperspectief.

Een panoramafoto kan met nagenoeg elke lens gemaakt worden.

Wim Denijs
Canon 5 II · ISO 50 · F 14 · 98 SEC · 17 MM

Liggend of staand

Panorama’s kun je zowel met de camera in liggende als in staande stand maken. Liggend (ook wel landschapsstand genoemd) is vooral geschikt als je een wat smallere (plattere) reep van de omgeving wilt vastleggen. Je krijgt automatisch minder van de lucht en de voorgrond op de foto. Ideaal als de lucht minder belangrijk is, of er zich een kale vlakte voor je voeten bevindt.

Maak je liggende foto’s, dan krijg je een langer maar minder hoog panorama.

Iris Popkema
Fujifilm X-T1 · ISO 200 · F 1,0 · 30 SEC · 10 MM

Staand (oftewel de portretstand) is het beeld ineens een stuk hoger. Dit komt dan ook vooral van pas als je een bredere reep wilt fotograferen. Bij een hoog onderwerp, maar ook als de lucht en de voorgrond dit keer wel op de foto moeten.

Via je lenskeuze, door in en uit te zoomen, en door bewust je camera-oriëntatie te kiezen, heb je enorm veel grip op welk stuk van de omgeving je vastlegt en wat je uit beeld weert. In de portretstand moet je wel iets meer opnamen maken dan in de landschapsstand om een panorama van dezelfde lengte te krijgen. Dit komt doordat het beeld niet alleen hoger maar ook smaller is zodra je de camera verticaal houdt.

In plaats van een horizontaal panorama (in de breedte), kun je in beide gevallen ook een verticaal panorama maken als het om een hoog onderwerp gaat.

Zet je de camera rechtop, dan krijg je automatisch meer lucht en voorgrond te zien.

John Trap
Olympus E-M1 II · ISO 200 · F 8,0 · 1/50 SEC · 12 MM

Het mooist in beeld

Omdat je niet het complete panorama in de zoeker of op het scherm ziet, is het iets lastiger om in te schatten wat de mooiste compositie oplevert. Kijk allereerst op welk punt jouw panorama het beste kan beginnen en waar je hem weer laat eindigen. Het is zeker niet nodig om alles wat je ziet in één panorama vast te leggen.

In plaats van één enorm lang panorama, mag je gerust één of meerdere kortere maken. Misschien meandert er een rivier of weggetje door het landschap richting een bergketen met een gletsjer. Of een bomenrij of netwerk van slootjes eindigt in de verte bij een pittoresk dorp of een boerderij. Net als bij een gewone foto, kun je het perfect als inleidende lijnen gebruiken. Ze leiden de aandacht van de kijker bijvoorbeeld vanaf links- of rechtsonder in het beeld langzaam maar zeker naar het midden of naar de tegenoverliggende hoek, waar zich het hoofdonderwerp bevindt. In dit geval de gletsjer of het dorp.

Via de regel van derden en inleidende lijnen zorg je voor een sterkere compositie.

Johan Dijkstra
Canon 5D III · ISO 100 · F 8,0 · 1/125 SEC · 105 MM

Vooral als je weinig inzoomt kun je perfect gebruikmaken van de voorgrond en de achtergrond om een mooie dieptewerking in je panorama te krijgen. Maar stel dat je enorm moet inzoomen omdat het spektakel zich nu eenmaal in de verte bevindt, dan is dat nog steeds mogelijk. Want een eenzame boom of een kudde wilde dieren waar een immense heuvel of bergrug bovenuit torent, laat heel goed de onderlinge verhoudingen zien, vooral omdat alles enorm op elkaar wordt gedrukt zodra je een telelens gebruikt.

Ruime marge

Bij dit alles is de regel van derden (en elke andere compositieregel) gewoon van toepassing. Dus deel het uiteindelijke panorama in gedachten alvast op in negen gelijke vlakken en zorg dat de belangrijkste beeldelementen zich ongeveer in de buurt van een horizontale of een verticale lijn, of bij het kruispunt ervan bevinden.

Neem tijdens het maken van de fotoreeks niet exact dat in beeld wat je uiteindelijk op de eindfoto wilt hebben. Want tijdens het samenvoegen heeft een fotobewerker altijd wat speelruimte nodig om correcties aan te brengen. Daarnaast kun je het eindresultaat dan altijd nog een stukje bijsnijden om de compositie te versterken.

Start daarom een stukje eerder met je eerste foto van het panorama. En eindig met de laatste foto ook weer wat verderop. Zorg daarnaast voor voldoende ruimte aan de bovenzijde en de onderzijde. Kader dus niet te krap. Bijsnijden kan altijd. Erbij-snijden is onmogelijk.

Panorama samenstellen

Zodra je de fotoreeks hebt, hoef je het panorama alleen nog maar samen te stellen. Dat kan zowel in Lightroom als in Photoshop.

Een panorama samenstellen kan in zowel Lightroom als Photoshop.

Karin de Bruin
Canon 5D IV · ISO 50 · F 11,0 · 45 SEC · 30 MM

In Lightroom selecteer je de volledige reeks, klik je met rechts en kies je Foto samenvoegen / Panorama. Na een tijdje zie je een voorvertoning. Afhankelijk van de gebruikte lens en de breedte van het panorama is een perspectiefcorrectie van het beeld nodig. Het beste kun je de drie opties Bolvormig, Cilindrisch en Perspectief ombeurten even aanklikken om te zien welke van de drie het beste resultaat geeft. Vink Automatisch uitsnijden alleen aan als je wilt dat Lightroom loze ruimte langs de randen voor je wegsnijdt. Laat je dit uit, dan kun je het altijd nog zelf doen met het gereedschap Uitsnijdbedekking. De derde optie Stapel maken laat je uitstaan, omdat je een panoramafoto maakt en de foto’s niet over maar naast elkaar moeten komen.

Kijk per foto welke perspectiefcorrectie het beste resultaat geeft in Lightroom.

In Photoshop kies je Bestand / Automatisch / Photomerge. Ook hier kies je een methode voor de perspectiefcorrectie en door te klikken op Bladeren wijs je de fotoreeks aan.

Ook Photoshop kent meerdere methoden om het perspectief te corrigeren.

Zoom.nl Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Lijnen en Perspectief in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het fotograferen van architectuur en nog veel meer.

Zo leer je onder andere:

Alles over lijnenspel en verdwijnpunten

De beste composities voor gebouwen

Welke camera’s en objectieven je kunt gebruiken

Een aantal extra creatieve trucs

Bekijk hier de volledige cursus Lijnen en Perspectief.

Creatieve beeldbewerking: werken met penselen in Photoshop

Vogels fotograferen: high-key en low-key