in ,

Portretfotografie voor beginners

Bij portretfotografie zet je iemands leven heel even stil. Wil je dat goed doen, dan komt er meer bij kijken dan alleen op het knopje drukken. We geven handige tips, zodat je de geportretteerde er zo voordelig mogelijk op zet.

Wil je alles leren over portretfotografie zoals belichting en werken in de studio? Bekijk dan onze Cursus Portretfotografie

Het is essentieel om bij portretfotografie de techniek onder de knie hebben. Niets zo irritant voor een model als wachten terwijl een fotograaf zit te stoeien met zijn instellingen. Vertrouw op je instellingen en richt je aandacht dan op je model en waar het uiteindelijk om draait: de blik van de geportretteerde.

foto: suske · ISO 200 · F 5.6 · 1/160 SEC

Meer leren?


Dit artikel is slechts een klein onderdeel van de uitgebreide fotografiecursussen die je kunt volgen op Zoom Academy. Bekijk het grote aanbod van online fotografiecursussen in de Zoom Academy en start direct met een Cursus Lightroom, Basiscursus Fotografie of een van de vele anderen!

Gemiddelde beoordeling: 8,5

“Erg tevreden. duidelijke uitleg en duidelijke video’s. Voordeel is ook dat je nog eens terug kan kijken. Ik kijk uit naar een volgende training.” – John R


Instellingen voor portretfotografie

We beginnen met het doornemen van de basisinstellingen. Het belangrijkste bij portretfotografie is je diafragma. Met een groot diafragma (kleine waarde, zo tussen F 2,8 en F 4) wordt de achtergrond vaag en komt je model mooi vrij van de achtergrond. Hierdoor stuur je het oog van de kijker naar wat echt belangrijk in de foto is: de persoon. Met een groot diafragma krijg je veel licht binnen en kun je de iso-waarde laag houden. Bij genoeg licht heb je een korte sluitertijd en dus geen last van bewegingsonscherpte. Wordt de sluitertijd te lang, dan kun je altijd flitsen. Daarover later meer. Wie liever met natuurlijk licht wil werken, schroeft z’n iso iets op. Pas op met te hoge waardes vanwege hinderlijke ruis. Vanaf 50 mm kun je prima portretten maken, al is een 80 mm meestal net iets fijner. Zo kun je wat meer afstand houden, wat vaak prettig is voor bijvoorbeeld een onervaren model. Teveel inzoomen (150-300 mm) kan ook weer averechts werken, dat druk het hele gezicht in elkaar. Bovendien sta je dan te ver van je model af om een natuurlijke connectie te maken.

foto: sg · ISO 800 · F 3.5 · 1/500 SEC

Licht

Een goed portret staat of valt met het juiste licht. Gebruik bij voorkeur zacht, diffuus licht. Zo voorkom je harde schaduwen die rimpels benadrukken en van de neus een slagschaduw maken. Zacht licht krijg je door je lichtbron groter of indirecter te maken. Als je met natuurlijk licht werkt is het slim om bijvoorbeeld naast een heel groot raam te werken of tijdens de gouden uren buiten. Als je binnen flitst, is een beproefde methode het licht van de lamp of flitser via een muur of plafond te laten weerkaatsen. Je model wordt dan verlicht door een lichtvlek op de muur die veel groter is dan de lichtbron zelf.

foto: ackuiper · ISO 100 · F 1.8 · 1/1250 SEC

Buiten

Als je buiten gaat fotograferen, heb je de lichtomstandigheden niet in de hand. Zonlicht is minder geschikt. Een diffuus wolkenluchtje flatteert je model meestal meer. Het licht is mooi zacht en accentueert niet alle oneffenheden in het gezicht. De zon gooit harde schaduwen en hoge contrasten over je beeld. Overigens kun je in de zon prima werken, zolang je een paar dingen in de gaten houdt. Zet allereerst je model nooit in de volle zon. De beste zonnige portretten maak je in tegenlicht. Aan de schaduwkant van de zon heb je relatief vlak licht en een mooi haarlichtje van de zon zelf. Probleem is wel vaak dat het gezicht te donker wordt. Dit kun je verhelpen door een reflectiescherm in te zetten. Houd dit scherm naast je camera en het zonlicht reflecteert diffuus terug in het gezicht van je model, dat er daardoor veel lichter en natuurlijker uitziet. Het scherm heft de hoge contrasten in het gezicht op. Beweeg het reflectiescherm een beetje heen en weer en je ziet wanneer hij zijn werk het beste doet. Pas op met een zilveren en gouden reflectiescherm, die geven bij direct zonlicht snel een overdreven, blikkerig effect. Meestal is diffuus wit de beste optie.

foto: punciegraphics · ISO 0 · · SEC

Flitsen

Wil je niet met studiolampen sjouwen, maar wel voor wat extra licht zorgen? Je kunt portretten ook prima belichten met je externe reportageflitser. Om het effect van je reportageflitser goed te zien, kun je het beste de rest van je beeld – het bestaande licht – een beetje onderbelichten. Dit is een simpel trucje dat algauw een professionele look aan je foto geeft. Je doet het in de volgende stappen:
• Zet je camera op Tv (S), sluitertijd 1/60.
• Richt de camera op je onderwerp en kijk welk diafragma de camera kiest en onthoud de waarde (bijvoorbeeld F 8).
• Zet je camera op modus manual (M).
• Stel de sluitertijd opnieuw in op 1/60 en neem de gevonden waarde uit de Tv modus over in de M (bijvoorbeeld 1/60, F 8).
• Zet je flitser aan op TTL, met de flitscorrectie uit (TTL0).
• Maak een foto van je onderwerp, inclusief achtergrond.
• De hoeveelheid flitslicht op je onderwerp kun je eenvoudig aanpassen door je diafragma groter of kleiner te maken.
• Met je sluitertijd maak je de achtergrond lichter of donkerder.
• De flitssterkte op je onderwerp kun je ook met de flitsbelichtingscompensatie variëren.

foto: royfroma · ISO 160 · F 1.8 · 1/80 SEC

Grijskaart

Een grijskaart geeft je goede controle over de belichting. Een grijskaart reflecteert 18% grijs, dat overeenkomt met precies middengrijs. En middengrijs is waarop de belichtingsmeter van je camera is ingesteld. Als je een heel donker model hebt, zal de belichtingsmeter hem standaard overbelichten. Maar als je een grijskaart voor het gezicht houdt, zal hij daarop belichten. Wel moet je dan de belichting vastzetten na de meting op de grijskaart.
Je kunt de grijskaart ook gebruiken voor de witbalans. Een van de manieren om die te gebruiken is als volgt: houd de grijskaart voor het gezicht van het model richting camera. Maak een foto. Ga nu – zonder grijskaart – verder met de shoot. In de nabewerking kies je alle bestanden van de shoot inclusief de foto met grijskaart. Ontwikkel ze allemaal tegelijk in Lightroom of Photoshop. Prik op de foto met de grijskaart de witbalans op het grijs. Vervolgens houd je die witbalans (bijvoorbeeld 5100k) aan voor alle beelden uit dezelfde serie met hetzelfde licht. Bij elke verandering van je lichtopstelling of sterkte maak je een nieuwe foto met de grijskaart ter referentie.

foto: visafoto · ISO 400 · F 3.2 · 1/320 SEC

Pose

Het belangrijkste deel van het maken van de foto moet nog komen. Niet de techniek of voorbereiding maar de omgang en sturing van je model bepaalt of een foto lukt of niet. Meestal doe je dat door goed uit te leggen wat je aan het doen bent en hoe je foto eruit moet komen te zien. Laat het model verschillende poses uitproberen. Je kunt iemand natuurlijk recht voor de camera plaatsen, maar je krijgt meer dynamiek in de foto door het model bijvoorbeeld om te laten kijken. Let er wel op dat het model een natuurlijke houding aanneemt. Als iemand er ongemakkelijk bij zit, zie je dat onmiddellijk terug in de foto. Maak de pose dus niet te ingewikkeld.

foto: floortje69 · ISO 500 · F 3.2 · 1/200 SECOLYMPUS DIGITAL CAMERA

Blik

Tot slot zul je de blik van het model moeten sturen. Een portret met een obligate tandpastaglimlach is meestal niet de bedoeling, behalve in de reclamefotografie. Je wilt iets van het karakter van de persoon laten zien. Probeer wat ‘psychologische prikkels’ af te geven. De eenvoudigste is natuurlijk ‘say cheese’. Maar als je iets dieper wilt, kun je zeggen: ‘denk eens aan je eerste vriendje’, ‘of denk eens aan het moment dat je rijexamen gehaald hebt’. Of je laat een stilte vallen, waardoor iemand een beetje ongemakkijk gaat kijken. Als dat de blik is die je wilt tenminste. Onderschat de blik niet. Veel beginnende fotografen slaan dit deel van de regie over en blijven naar technische zaken kijken. Stel eerst je techniek in en focus je daarna geheel op je model. Zo heb je alle aandacht bij de blik en pose.

foto: goodlookz · ISO 400 · F 4.5 · 1/320 SEC

Nabewerking

Heb je de perfecte blik te pakken? Dan ben je nog niet helemaal klaar. Belangrijk is om de foto nog door de nabewerking te halen. Punten die je zeker nog even wil nalopen in bijvoorbeeld Photoshop:
• In de raw converter ga je allereerst kijken of je het contrast wat kunt verhogen voor extra pit.
• Vervolgens kun je in de raw converter nog een beetje spelen met Lokaal Contrast.
• Als de foto vervolgens in Photoshop is geopend, ga je ‘m eerst eens globaal bekijken. De oneffenheden in de huid pak je aan met Snel retoucheerpenseel.
• De ogen zijn een van de belangrijkste onderdelen van een portret. Die vragen dus wat extra aandacht. Selecteer het hele oog. Nu ga je naar Afbeelding, Aanpassingen, Niveaus om het oog witter te maken. Doe niet te gek. Het ziet er al snel spookhuisachtig uit.
• Bij fashionportretten kun je de huid eventueel wat gladder maken. Dit kun je doen met het filter Vervagen, Gaussiaans vervagen.
• De portretfotograaf gebruikt doordrukken en tegenhouden vooral om accenten te leggen op delen van het gezicht en zo meer diepte te krijgen.
• Een veel gebruikte tool in fashionfoto’s is Filter Uitvloeien. Je kunt iemand dikker, dunner, langer en korter maken, of specifieke ledematen aanpassen.

Let wel op dat je dit alles met mate doet. Een te bewerkt portret kan al je goede techniek en prachtige blik al snel onderuit halen.

foto: dollepixelpret · ISO 100 · F 1.8 · 1/250 SEC

Fotografie tips

Wil je meer handige tips voor beginners? Bekijk dan dit overzichtsartikel

Wil je meer handige tips over portretfotografie? Bekijk dan dit overzichtsartikel.

6 tips voor paardenfotografie

Zelfportret maken voor beginners