in

Portretfotografie: zorg voor scherpe ogen


24 maart 2021, 06:08

Als je een portret maakt, dan moeten de ogen van je model altijd scherp op de foto staan. Hoewel je niet alle regels binnen de fotografie altijd even serieus hoeft te nemen, is de ogen-regel bij het maken van portretten toch wel een uitzondering. Waarom is dat en wat doe je als je model gedraaid staat?

Een portret waarin de ogen niet scherp zijn is meestal geen sterk portret. Wij mensen kijken bij een ontmoeting als eerste naar de ogen van iemand anders, waardoor we dat ook doen als we een portretfoto zien. Ogen spreken en zeggen veel; een goede reden om ze scherp op de foto te zetten.

Als je een portret maakt, zorg je er dus via de juiste instellingen en aanpak voor dat de ogen van je model scherp zijn. Dat betekent dat je allereerst op de juiste plek scherp zult moeten stellen. De afstand tot je model en je instellingen bepalen of dat bijna automatisch goed gaat of dat je tegen uitdagingen aan loopt. Een risico loop je als je werkt met een groot diafragma (een klein f-getal). Als je bijvoorbeeld met f/1.8 werkt en je stelt per ongeluk scherp op de neus van je model, dan kan het voorkomen dat de ogen niet honderd procent scherp op de foto terechtkomen. Dat wil je niet. Stel dus met zorg scherp. Laat je hierbij helpen door je camera als deze is uitgerust met autofocus met oogdetectie. Dat werkt vaak uitstekend. Het tegengestelde kan ook prima werken: handmatig scherpstellen in combinatie met focus peaking. Op die manier kun je ook uitstekend zien en controleren waar de scherpte precies in je beeld ligt.

Eentje of allebei

Het kan zijn dat je model gedraaid staat tegenover de camera. Als je in die situatie werkt met een groot diafragma (een klein f-getal) dan kan het gebeuren dat de scherpte al snel achter (en vóór) het oog weer wegloopt in onscherpte. Als je model gedraaid staat kan het betekenen dat het oog dat zich op de grootste afstand bevindt onscherp in beeld komt. Dat is een logisch gevolg van het gebruik van een groot diafragma.

Vaak is dat geen probleem, want door de natuurlijke werking van scherpte en onscherpte zullen kijkers het helemaal niet gek vinden dat het achterste oog onscherp is. Zorg er natuurlijk wel voor dat het goede oog scherp is. De scherpte moet logischerwijs liggen op het oog dat het meest dichtbij is.

De uitzondering

Er is natuurlijk altijd de uitzondering die de regel bevestigt. De ogen mogen natuurlijk best wel onscherp zijn als daar een goede reden voor is. Zo kunnen we ons voorstellen dat als je een mooi portret van iemand kan maken en daarbij zijn of haar oorbel als focuspunt neemt het niet logisch is om ook de ogen scherp in het beeld te hebben. Technisch gezien kan dat wel, maar vaker zul je in dat soort situaties met een groot diafragma werken en zullen de ogen op een natuurlijke manier onscherp in beeld komen. Dat kan erg mooi werken, ook als de foto niet bedoeld is als een reclamebeeld voor oorbellen. Als je zo’n foto wil maken, zorg er dan wel voor dat voor de kijker duidelijk is waarom de ogen onscherp zijn. Het mag natuurlijk geen foutje zijn óf lijken.

Creatief met achtergronden in macrofotografie

Verbeter je wildlife-fotografie: twee tips