in

Quickstart: reflecties in Photoshop


25 maart 2010, 15:00

Reflecties in het water kunnen een mooie opname nog mooier maken. Wie Photoshop heeft, kan aan iedere foto achteraf een kunstmatige weerspiegeling toevoegen. Moeilijk? Helemaal niet, zoals blijkt uit het volgende stappenplan.

Foto: Peterkie.

VOOR

NA

1. Spiegelen

Een mooie landschapsfoto zoals deze vormt een prima uitgangspunt. Liefst zonder water, anders wordt het een stuk lastiger. Open de afbeelding in Photoshop Elements of CS (hier Elements 7) en kies Laag, Laag dupliceren. Noem de nieuwe laag ‘Laag 1’. Ga vervolgens naar Afbeelding, Vergroten/verkleinen, Canvasgrootte en stel de Hoogte in op 100 procent. Let erop dat Relatief aangevinkt is. Klik vervolgens één keer op het pijltje naar boven en bevestig met de OK-knop. Je canvas is nu dubbel zo hoog. Nu is het tijd om de bovenste laag te roteren. Kies Afbeelding, Roteren, Laag verticaal draaien om het beeld ondersteboven te zetten. Kies dan het gereedschap Verplaatsen in de gereedschapsbalk en sleep de foto met de Shift-knop ingedrukt naar beneden, zodat de foto perfect gespiegeld is zonder dat je bang hoeft te zijn voor onbedoelde verschuivingen.

Om een weerspiegeling onder in beeld toe te voegen, moet je eerst het canvas verdubbelen.

2. Golven

Selecteer in het palet Lagen ‘Laag 1’ en klik op Nieuwe laag aanmaken. Druk op de D-toets om de voor- en achtergrondkleur op zwart en wit te zetten. Zorg er indien nodig via de X-toets voor dat wit de voorgrondkleur is. Selecteer het Emmertje en maak ‘Laag 2’ wit. Ga naar Filter, Schets, Halftoonraster om deze laag te vullen met horizontale lijnen die het golvenpatroon zullen vormen. Stel bij Grootte een gemiddelde waarde in (bijvoorbeeld 7) en verplaats de regelaar Contrast helemaal naar rechts. Kies het Patroon Lijn en bevestig met OK. Om de lijnen wat te vervagen, kies je Filter, Vervagen, Gaussiaans vervagen en vul je een Straal in van ongeveer 5 pixels. Sla deze laag met lijnenpatroon apart op via Laag, Laag dupliceren. Kies bij Document voor Nieuw en vul als naam ‘Lijnen’ in. Klik op OK.

Deze lijnen vormen straks de golven in het water.

3. Reflecties

Verwijder de laag met de lijnen in het werkdocument. Smelt de achtergrondlaag en ‘Laag 1’ samen via de toetsencombinatie Shift, Ctrl, Alt en E. Om de golven in beeld te krijgen, kies je Filter, Vervormen, Verplaatsen. Stel de Horizontale schaal in op 4 en de Verticale schaal op 0. Let erop dat Uitrekken tot passend en Randpixels herhalen aangevinkt zijn, en selecteer het document ‘Lijnen.psd’. Dubbelklik op de achtergrondlaag zodat die ‘Laag 0’ wordt. Selecteer het witte vlak onderaan met de Toverstaf en verwijder het. Sleep de laag nu helemaal naar boven in het lagenpalet. Selecteer ‘Laag 2’ en klik op het zwart-witte cirkeltje om een aanpassingslaag aan te maken. Kies Kleurtoon/Verzadiging en vink Vullen met kleur aan. Verplaats de schuifbalkjes tot je onderaan in beeld een blauwe tint ziet en klik op OK. Pas tot slot de Dekking aan.

Speel met de schuifregelaars tot je een mooie blauwe tint hebt.

Expertcursus: Strobist, Creatief flitsen

Expertcursus: diagonaal-methode