in

Retoucheren in Photoshop: het kloonstempel

Een van de meest bekende toepassingen van Photoshop is het veranderen van beelden door te ‘klonen’ of te ‘retoucheren’. In deze eerste van twee Quickstarts gaan we kijken naar het Kloonstempel.

Voor

Na

Het Kloonstempel

Photoshop heeft een flink aantal gereedschappen die je kunt gebruiken om onderdelen van beelden weg te halen of toe te voegen. Welk gereedschap je gebruikt, is een beetje een kwestie van persoonlijke voorkeur, maar hangt ook en vooral af van het soort klusje dat je probeert op te knappen. Het meest bekende gereedschap (en een van de oudste gereedschappen van Photoshop) is het zogenaamde Kloonstempel. Waarom dit een ‘stempel’ wordt genoemd, is een beetje onduidelijk. Het heeft inderdaad wel het icoontje van een stempel, maar het is feitelijk gewoon een penseel met een speciale functie. Gezien die functie zouden we het kunnen omschrijven als het ‘kopieer-en-plakpenseel’, want dat is feitelijk wat je hiermee doet. Je kopieert pixels op het zogenaamde ‘monsterpunt’, en vervolgens plak je die pixels op het punt waarover je schildert.

Kopiëren en plakken

Omdat het Kloonstempel dus niets anders doet dan constant kopiëren en weer plakken, moeten we eerst aan Photoshop vertellen wáár het stempel moet beginnen met kopiëren. Dat doe je door met het stempel op een bepaalde plek in de foto te klikken terwijl je de Alt-toets ingedrukt houdt. Op het moment dat je die toets indrukt, verandert de cursor even in een soort roos van een geweer. Vervolgens laat je de Alt-toets weer los, en begin je te schilderen op het punt dat je wilt aanpassen. Afhankelijk van de voorkeursinstellingen voor cursors zie je nu een rondje met daarin het gekopieerde materiaal. Zo kun je de cursor nauwkeurig neerzetten als het eerste stukje ergens netjes moet aansluiten. Zolang je de muisknop ingedrukt houdt, zal de afstand tussen het ‘monsterpunt’ en het ‘plakpunt’ gelijk blijven. Wat er gebeurt als je de muisknop even loslaat, stel je in de gereedschapsbalk in bij Uitgelijnd. Heb je die optie aangevinkt, dan blijft de afstand tussen monsterpunt en plakpunt hetzelfde. Staat die uit, dan springt het monsterpunt terug naar de oorspronkelijke plek.

Geavanceerde instellingen

In de meeste gevallen hoef je verder weinig in te stellen, behalve dan nog de Grootte van de penseelpunt. Er zijn echter nog een paar minder bekende, geavanceerde mogelijkheden. Allereerst kun je in de gereedschapsbalk nog instellen dat je niet meteen 100% kopieert en plakt, maar het geleidelijker opbouwt. Dat doe je met Dekking en Str(oo)m. Meestal is dat echter niet nodig en werkt dit zelfs averechts. Werk je met lagen, dan kun je aangeven of het Monster alleen uit de Huidige laag moet worden genomen, of ook uit de lagen daaronder (Huid/ondrl lg) of zelfs uit Alle lagen. De meest bijzondere instellingen vind je in het paneel dat je met Venster, Bron Klonen oproept. Daarin kun je bijvoorbeeld ook het penseel draaien of spiegelen, zodat je bijvoorbeeld de rand van een rond voorwerp kunt klonen of de linkerkant van een voorwerp kunt vervangen door een gespiegelde kopie van de rechterkant.

Met het Kloonstempel haal je ongewenste elementen in een foto heel eenvoudig weg.

Video

Bekijk hier de video waarin we het stap voor stap uitleggen.

Panasonic LUMIX GH5 M2

Retoucheren in Photoshop: het Retoucheerpenseel