in

Scherpstellen bij macrofotografie

Goed en precies scherpstellen is altijd belangrijk, maar bij macrofotografie is het misschien nóg wel een stukje belangrijker. Waarom is dat zo en hoe doe je dat precies?

Als je een macrofoto maakt, dan wil je een klein tot heel klein onderwerp graag uitvergroot én scherp op de foto wilt zetten. Dat is vaak een uitdaging, omdat je er snel naast zit met je focus én omdat je daarnaast erg dichtbij je onderwerp aan het werk bent. Daardoor loopt de scherpte erg snel weg, zodat je soms creatief moet werken om het hele onderwerp van a tot z scherp op de foto te zetten.

Belang van scherpte bij macrofotografie

In de fotografie is het natuurlijk altijd belangrijk dat je scherpte goed zit, maar bij macrofotografie is dat nog een stukje belangrijker. Bij andere foto-genres kun je soms wat ‘smokkelen’ en valt het niet zo op als de scherpte niet helemaal optimaal is of misschien zelfs net op de verkeerde plek in je beeld ligt. Bij macrofotografie komt dat behoorlijk nauw, want je onderwerp is erg klein en als fotograaf heb je sterk voor ogen waar de scherpte precies hoort te liggen. Zit je verkeerd, dan valt dat dus extra op. Zorg er dus voor dat het scherpstellen precies en goed gebeurt.

Handmatig scherpstellen

Autofocus helpt ons als fotografen vaak een heleboel, maar bij macrofotografie is het misschien een beter idee om handmatig scherp te stellen. Hoewel de autofocus het vaak prima doet, is het bij een minuscuul onderwerp enorm belangrijk dat je exact en precies scherpstelt en handmatig gaat dat toch het beste. Vaak kun je op de lens kiezen voor de manier van scherpstelling – handmatig of autofocus. Zet hem op handmatige focus en kijk door de zoeker of via het scherm of de scherpte goed zit. Als je ‘focus peaking’ (de gekleurde lijntjes die aangeven waar de scherpte zit) tot je beschikking hebt, dan kun je dat prima inzetten om een beter en duidelijker zicht te krijgen op waar de scherpte zich precies in je beeld bevindt.

Scherpte en afstand

Bij macrofotografie werk je op (relatief) korte afstand van je onderwerp. Daardoor loopt de scherpte ook snel weg, zelfs bij een klein diafragma van bijvoorbeeld f/11. De afstand tussen de camera en het onderwerp speelt daarbij een grote rol. Een voorbeeld: als je dat zelfde diafragma van f/11 zou gebruiken om een gebouw op grote afstand te fotograferen, dan zou dat prima lukken. Het gebouw komt dan van voor tot achteren scherp op de foto. Gebruik je f/11 bij het vastleggen van een bloempje op korte afstand, dan werkt dat helaas niet zo goed. De scherpte is prima op het punt waar je scherpstelt, maar daarachter (en daarvoor) is er veel onscherpte te zien.

Focus stacking

Wil je die onscherpte een stukje ‘opschuiven’ om het hele onderwerp scherp op de foto te zetten? Dan kun je kiezen voor het gebruiken van een nog kleiner diafragma van bijvoorbeeld f/16 of f/22, maar het effect daarvan is relatief klein en daarbij krijg je te maken met de negatieve effecten van diffractie waardoor de scherpte afneemt. Dat is dus niet de beste optie. Focus stacking kan in deze een goede oplossing zijn. Focus stacking – de naam zegt het al – is het stapelen van scherpte door diverse foto’s te maken waarin elke keer het scherpstelpunt een stukje verschilt. Leg je deze op elkaar, dan krijg je een beeld waarbij je dus grotere gedeeltes van je onderwerp helemaal scherp kunt vastleggen. Natuurlijk heb je in dat geval een statief nodig, want elke foto moet exact hetzelfde zijn om het stapelen mogelijk te maken.

Panasonic Lumix S 50mm F1.8

Gratis livestream: Straatfotografie – meld je nu aan!