in

Sluitertijd gebruiken bij sport: bevriezen of bewegen?


1 september 2020, 11:13

Je sluitertijd is één van de belangrijkste instellingen tijdens het fotograferen. Bij sportfotografie is dat zeker zo, want bij het fotograferen van sporters heb je vaak te maken met snelle en onverwachte bewegingen. Kies je voor bevriezen, of voor beweging?

Samen met je diafragma en de iso-waarde is de gebruikte sluitertijd een enorm belangrijk onderdeel van je foto. Hoe lang de sluiter opent bepaalt namelijk hoe je beeld er uit gaat zien, zeker als er sprake is van beweging in de situatie die je wilt vastleggen. Sportfotografie zit uiteraard vol met beweging en dynamiek, vandaar dat de gebruikte sluitertijd bij sportfotografie een belangrijk element is.

Om de instelling van je sluitertijd goed te begrijpen is het handig om te weten wat er precies achter schuilgaat. De sluitertijd is – de naam zegt het al – de tijd dat je sluiter open staat. Als je sluiter opent valt er licht op je sensor en wordt de foto dus feitelijk gemaakt. Hoe lang de sluiter opent is van groot belang voor hoe de foto uiteindelijk op je geheugenkaart verschijnt. Over het algemeen geldt: een korte sluitertijd betekent dat er minder licht op je sensor valt en dat de foto dus donkerder is dan bij een lange(re) sluitertijd het geval zal zijn. Afhankelijk van je instellingen van het diafragma en de iso-waarde kan een korte sluitertijd dus onderbelichting betekenen. Andersom kan ook het geval zijn, wat maar duidelijk maakt dat de sluitertijd slechts één van de drie belangrijke instellingen is. Voor een uitgebalanceerde belichting moeten alle drie de instellingen op elkaar worden afgestemd.

Bij sportfotografie komt veel beweging kijken. Qua sluitertijd sta je dus voor een keuze: de sporters ‘bevriezen’ in hun spel, of de beweging toelaten in je beeld en op die manier een dynamisch maar wellicht onscherp beeld maken. Voor allebei de opties is wat te zeggen. Het bevriezen van de actie is wellicht de meest voor de hand liggende optie, omdat je als fotograaf natuurlijk graag een scherpe foto maakt en het ook interessant kan zijn om bepaalde momenten in een sportwedstrijd scherp en strak vast te leggen zodat je alle elementen in beeld goed kunt zien.

Aan de andere kant heb je de keuze om een lange(re) sluitertijd te gebruiken om op die manier de snelheid en de beweging die je tijdens een sportwedstrijd ervaart ook in de beelden vast te leggen. Het resultaat is een stuk dynamischer, maar waarschijnlijk ook onscherp. Nu hoeft dat niet per se een probleem te zijn, mits het beeld interessant is qua compositie en de beweging die je beoogt vast te leggen maar goed uit de verf komt. Welke sluitertijd je het beste kunt gebruiken is moeilijk te zeggen en hangt ook van de lichtomstandigheden en de aard van de sport zelf af. Je kunt je voorstellen dat er nogal een verschil zit in de beweging die je ervaart tijdens een schaatswedstrijd of bij een spelletje jeu-de-boules. Experimenteer hier dus mee.

Een laatste tip: maak je een complete serie beelden van een sportwedstrijd? Dan is het leuk om beide – bevriezen en beweging – te laten zien om zo een compleet beeld te geven van de sportactiviteit.

Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Vijf tips voor bliksemfotografie

7 fotogenieke locaties in Nederland!