in

Snelle onderwerpen volgen met je lens, hoe doe je dat?


29 februari 2020, 07:26

Je ziet weleens foto’s voorbijkomen waarop je een rijdende auto, motor of fiets scherp in beeld is tegen een onscherpe achtergrond. De techniek om dat soort foto’s te maken heet ‘panning’, oftewel de camera meetrekken met je onderwerp. Hoe doe je dat?

Een foto waarop bijvoorbeeld een (hard) rijdende auto scherp in beeld is tegen een onscherpe of wazige achtergrond geeft meteen een enorm gevoel van dynamiek en snelheid. Ook krijg je door een sterke focus op – in dit geval de auto – doordat de rest van het beeld wazig is. Het lijkt misschien heel erg moeilijk om deze techniek onder de knie te krijgen, maar in de praktijk valt dat best wel mee. Er zijn een paar instellingen waar je op moet letten en het kost wellicht wat tijd om een écht goede ‘panning’ foto te maken, maar we durven te stellen dat iedere fotograaf dit binnen afzienbare tijd onder de knie kan hebben.

Het belangrijkste element bij een dergelijke foto is de sluitertijd en meer precies dat deze mooi lang moet zijn om ervoor te zorgen dat de achtergrond vervaagt. Andere instellingen zijn minder van belang. Natuurlijk moet de belichting kloppen, daarvoor kun je het beste de sluitertijdvoorkeuze-stand gebruiken. Daarbij stel je een passende sluitertijd in en regelt de camera de rest automatisch. Een geschikte sluitertijd is bijvoorbeeld 1/25 of sneller, laten we zeggen tot 1/100. Te lang betekent meer kans op onscherpte in het onderwerp (de auto) en dat wil je natuurlijk niet. Het ligt er ook een beetje aan hoe snel het onderwerp dat je wilt fotograferen precies beweegt. Bij een langzaam bewegend onderwerp heb je een langere sluitertijd nodig om het beoogde effect te bereiken.

‘Pannen’ betekent de camera meebewegen met je onderwerp, zodat dat onderwerp scherp in beeld komt en de rest van het beeld niet. Dat vereist oefening, want je mag natuurlijk niet te snel of te langzaam meebewegen. Zorg dat je onderwerp goed in focus is en zorg bij een groot diafragma (een klein f-getal) dat het juiste gedeelte scherp is. Bij een rijdende auto zal dat in de meeste gevallen de voorkant zijn. Gebruik je een lange lens (een tele) dan zal dit eenvoudiger zijn, doordat de grotere afstand tussen jou als fotograaf en je onderwerp automatisch zorgt voor een fijne scherptediepte voor dit soort werk. Druk de ontspanknop in en begin met het maken van de foto, waarna je het onderwerp ‘volgt’ met je camera. De camera beweeg je daarbij synchroon aan het onderwerp.

Natuurlijk is er het gevaar van onscherpte in je onderwerp doordat je de camera teveel beweegt of niet vloeiend beweegt. Daarom moet je daar tijdens het fotograferen rekening mee houden. Zo kun je bijvoorbeeld proberen om de camera tegen je bovenlijf aan te houden en dat bovenlijf met je bewegende onderwerp mee te draaien, zo blijft de camera waarschijnlijk mooi stabiel. Als je de camera verder van je afhoudt is er grotere kans op bewegingsonscherpte of een onstabiel beeld.

Natuurlijk kun je ook een statief gebruiken, waarmee je zonder problemen een vloeiend en strak beeld kunt maken. Dat gaat echter alleen goed als je vooraf weet op welke plek je onderwerp in het beeld beweegt. Bij een rijdende auto kun je als ijkpunt de weg aanhouden, dan zit je natuurlijk snel goed.

Of je het nu met een statief of uit de hand doet, ‘panning’ is leuk om te doen en vereist altijd enig experiment en oefening voordat een foto echt lukt. Je hebt tijdens het fotograferen al snel door of je sluitertijd langer of korter moet en op welke snelheid je de camera mee moet bewegen. Veel succes!

Fujifilm X-T4 – Eindelijk IBIS

Dit zijn de mooiste foto’s op Zoom.nl van februari 2020