in

Splash in het water! 5 tips hoe je dat fotografeert

Splash is het fotograferen van objecten terwijl ze in water of een andere vloeistof vallen. Het is simpel en iedereen kan het. Wij leggen uit hoe!

Wil je meer leren over fotografie en ook prachtige foto’s leren maken? Bekijk dan onze Basiscursus Fotografie

1 Onderwerp

Het begint natuurlijk met je onderwerp. Wat laat je in welke vloeistof vallen? Veel fotografen beginnen met druppels, maar je kunt er ook voor kiezen om een voorwerp in water te laten vallen of misschien nog wel spectaculairder in melk of koffie! Gebruik je fantasie.

Met splash fotografie zijn de mogelijkheden oneindig. foto: kicks1

2. Verlichting

Bij splash fotografie heb je te maken met een bewegend onderwerp. Je hebt dus een korte sluitertijd nodig om de beweging te bevriezen. En om met zo’n korte sluitertijd te kunnen werken, heb je licht nodig, veel licht. Daarom wordt vaak een flitser gebruikt om beweging te bevriezen. Ideaal is een reportageflitser. Het grote voordeel van zo’n reportageflitser is dat niet de camera, maar de ultrakorte flits die beweging bevriest. Op die manier ben je niet meer zo afhankelijk van de sluitertijd van de camera. De truc bij een reportageflitser is om de flitskracht handmatig zo laag mogelijk in te stellen. Werken met een studioflitser kan ook. Die heeft niet het voordeel van die heel korte flitsduur, maar geeft wel een grote hoeveelheid licht af. Optie drie om de sluitertijd zo kort mogelijk te houden, is een zeer sterke lamp, zoals een bouwlamp.

Een snelle reportageflitser werkt het best met splash fotografie. foto: CreativeFox.zoom.nl

3. Instellingen

Zoals gezegd hebben we een snelle sluitertijd nodig in verband met de bewegende onderwerpen. Als je met een losse reportageflitser of een studioflitser werkt, kan de sluitertijd niet korter zijn dan de zogenaamde synchronisatietijd van de camera. Deze is in meestal 1/125 of 1/200 seconde, bij sommige draadloze triggers 1/60. Bij lampen heb je deze beperking niet. Hierbij is de kortste sluitertijd afhankelijk van de hoeveelheid licht. Bij meer licht kan de sluitertijd korter zijn. het gedeelte dat je scherp in je foto wilt hebben, wil je zo groot mogelijk laten zijn. Als startpunt kun je een diafragma van F 11 nemen. Het dichtgeknepen diafragma is, bovenop de korte sluitertijd, extra reden om te zorgen voor veel licht.

Je wilt zo veel mogelijk scherp op je foto dus gebruik je een klein diafragma. Met de snelle sluitertijd heb je eigenlijk altijd extra licht nodig. foto: lein69

4. Scherpstellen

Het scherpstellen op het onderwerp is bij deze tak van sport een uitdaging. Met een paar eenvoudige trucjes krijg je het al snel onder de knie. Als je een voorwerp op de plek houdt waar het valt, dan kun je op dat punt scherpstellen. Schakel vervolgens de autofocus uit en je hebt meer kans een scherpe opname. Natuurlijk zal het heel veel oefenen en proberen zijn, aangezien het onderwerp waarschijnlijk niet precies valt waar je hebt scherpgesteld. Een kleiner diafragma helpt dan ook.


Hoe kleiner het diafragma, hoe meer kans op een scherpe foto. foto: LennUwland

5. Statief

Omdat je meestal vooraf scherpstelt en zonder autofocus werkt, is een statief bijna verplicht. Zo bereik je bij elke opname een gelijke beelduitsnede en scherpte. In plaats van door de zoeker van de camera te turen, kun je je nu concentreren op de timing. Als je naast een statief ook een afstandsbediening gebruikt, heb je meer bewegingsruimte.


Alles goed ingesteld? Dan is het kwestie van fantasie en geduld. Veel succes! foto: dumboy

Meer leerzame fotografie-artikelen lezen?                                                                  Abonneer je dan nu op de Zoom.nl Nieuwsbrief. Je ontvangt dan iedere week een nieuwsbrief vol met leerzame cursussen, tips en inspiratie gratis in je mailbox. Ga snel naar: www.zoom.nl/nieuwsbrief  

7x zwart-wit nabewerking in Photoshop

Fotografeer landschappen dicht bij huis