in

Onmisbare tips voor sportfotografie

Beweging fotograferen

Een hardloper die pijlsnel uit de startblokken schiet op zijn 100 meter. Een zwemmer die binnen een fractie van een seconde het water induikt. En een wielrenner die met ruim vijftig kilometer per uur de meet over fietst. Het zijn niet de makkelijkste onderwerpen om te fotograferen.

Wel heeft het alles te maken met je ingestelde sluitertijd. Wil je daar meer over leren, volg dan op de Zoom Academy de cursus Sluitertijd en diafragma of Creatief met sluitertijd.

Ken je sport

Het ligt voor de hand, maar wil je een sport goed kunnen fotograferen, dan moet je de sport snappen. Je moet uiteraard de regels kennen, maar ook weten hoe een wedstrijd verloopt en de belangrijke momenten zien aankomen. Als je niets met voetbal hebt, wordt het lastig daar een goede foto van te maken. Dat wil niet zeggen dat je iedere sport die je wil fotograferen ook helemaal moet volgen. Alleen als je voor het eerst naar een wedstrijd gaat van een bepaalde sport, is het wel zo handig om van tevoren al een paar wedstrijden online bekeken te hebben. Zelfs bij iets redelijk voorspelbaars als schaatsen, moet je weten wanneer de beslissing kan vallen of waar er iets mis kan gaan.

Focus je daarbij niet alleen op de actie. Wat voor en na de wedstrijd gebeurt, kan minstens zo interessant zijn. De concentratie voor de start van een hardloopwedstrijd, de ontlading als iemand gewonnen heeft of juist het verdriet van het verliezen, de interactie met het publiek, het zijn allemaal elementen die belangrijk zijn voor sportfotografen. Zodra je het terrein betreedt, begint je fotografie en dat houdt pas als op als iedereen weer weg is.

Positie

Waar je staat, heeft veel invloed op wat de foto zegt. Een goede sportfotograaf beweegt geregeld, net als een sporter. Alles wat vanaf een standpunt op ooghoogte te fotograferen is, zoals bij eigenlijk alle fotografie, is saai. Juist door net wat van positie te veranderen, iets omhoog of om omlaag bijvoorbeeld, kun je de foto al flink verbeteren. Tennis van boven fotograferen gebeurt om die reden vaak, want de tennisser in een mooie compositie met lijnen levert al snel een sterke foto op. Zeker als het licht ook nog eens voor sterke schaduwen zorgt. Door plat op je buik vlak boven het wateroppervlak een zwemmer te fotograferen, krijg je spannender perspectief dan wanneer je vanaf een zitplaats schuin van boven fotografeert.

touwklimmen
Zoek naar bijzondere standpunten. Hier is dat mooi gelukt, een duidelijke focus op de sporter zonder storende achtergrond.
Foto: zanderink.zoom.nl

Beweging bevriezen

Bij sport heb je doorgaans veel bewegingen. Dat maakt het niet makkelijk om beelden vast te leggen, want je kunt al snel een onscherpe foto krijgen door die beweging. Door te werken met een korte sluitertijd, 1/500 of korter, kun je dat voorkomen. Als je buiten bij een heldere dag fotografeert, is dat niet zo’n probleem. Maar binnen kom je al snel in de problemen. In zulke gevallen zijn lichtgevoelige objectieven heel handig, je kunt dan met een grote diafragmaopening werken. Heb je niet zo’n objectief, dan zul je de iso-waarde flink omhoog moeten schroeven, zelfs buiten al. Binnen is een iso-waarde van 6400 niet ongebruikelijk als je sport fotografeert. Weliswaar zorgt dat voor flink wat ruis, maar dat kun je voor een groot deel meestal wel weer weghalen in de nabewerking. Of je moet flitsen, als dat is toegestaan.

Met korte sluitertijden bevries je als het ware de beweging. Bij veel sporten werkt dat mooi. Je kunt dan de uitdrukking van de sporter goed zien, het moment dat de bal net weggaat of het moment dat de atleet over een horde gaat springen. Deze techniek wordt dan ook het meest toegepast.

f1-coureur
Door het licht, de krappe kadering en het standpunt is dit een hele spannende sportfoto vol snelheid, al is die genomen met een korte sluitertijd.
Foto: tomger.zoom.nl

Beweging vastleggen

Het nadeel van foto’s met een korte sluitertijd is dat je niet kunt zien hoe hard iets gaat. Nu is dat natuurlijk sowieso lastig met fotografie omdat het een stilstaand beeld betreft, maar je kunt wel iets van snelheid laten zien. Om dat voor elkaar te krijgen, moet je juist werken met langere sluitertijden. De combinatie van een langere tijd, de brandpuntsafstand en de richting van de beweging geven een bepaald gevoel van snelheid. Wat het beste werkt, is een kwestie van proberen, veel oefenen dus.

Wat ook veel gedaan wordt, is met het onderwerp meebewegen, het ‘pannen’ van de camera. Je stelt dan scherp op het onderwerp en beweegt de camera met het onderwerp mee. Door de langere sluitertijd krijg je dan een onscherpe bewogen achtergrond terwijl je onderwerp wel gewoon scherp is.

baanwielrenners
Fotograferen binnen is vaak lastig, zeker bij een wielerbaan waar bij weinig licht heel had wordt gereden. Hier is dat mooi opgelost door mee trekken met de fietser bovenaan. Doordat de fietsers onderin bewogen zijn, wordt het gevoel van snelheid versterkt.
Foto: renesutter.zoom.nl

Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

De beste instellingen voor sneeuw, mist en lichtstralen

Het voordeel van een snelle camera – hoeveel beelden per seconde heb je nodig?