in

Standpunt kiezen: een verrassende kijk op de wereld

Iets simpels als even door de knieën zakken of een stapje opzij heeft vaak een veel grotere impact op je foto’s dan een tas vol topmateriaal. Door te spelen met je standpunt krijg je creatieve en opvallende foto’s. We leggen uit hoe en sturen je op pad met een paar leuke en leerzame oefeningen.

Het standpunt is de fysieke plek van waar je de foto neemt. Het vertelt hoe jij als fotograaf een situatie bekijkt en hoe je deze situatie bewust weergeeft in je foto. Het gekozen standpunt bepaalt bovendien het perspectief en de compositie in je foto’s. Het perspectief is de mate van diepte in een foto. Perspectief zorgt ervoor dat bepaalde onderwerpen in je foto extra nadruk krijgen. Compositie is de ordening van de verschillende beeldelementen. Denk aan een landschap met een beekje, bergen in de verte en een fotogenieke boomstronk op de voorgrond. Het gekozen perspectief en je compositie leiden kijkers door je foto naar het hoofdonderwerp en brengen uiteindelijk de boodschap over. Standpunt, compositie en perspectief geven dus samen weer hoe jij als fotograaf tegen de wereld aankijkt. En dat is nou precies waar het om gaat in de fotografie: jouw kijk op de wereld tonen.

Snapshots

Veel mensen fotograferen tamelijk lui. Namelijk zoals ze de wereld altijd zien: vanaf ooghoogte. Ze zien een onderwerp, richten hun camera erop en drukken af. Meestal levert dit een teleurstellend resultaat op, want door niet na te denken over je standpunt, compositie en perspectief maak je foto’s die iedereen maakt: vlakke snapshots zonder veel creatieve lading.

Foto: Bokehlicious

Een eenvoudige verandering van standpunt kan in zo’n geval totaal andere en vaak veel creatievere foto’s opleveren. Dan maakt het niet uit of je nou landschappen, straatscènes, mensen, dieren of zelfs macrotaferelen fotografeert. Probeer het maar eens uit met deze simpele oefening. Zoek een groot vrijstaand object dat hoger is dan jijzelf. Dat kan een verkeersbord, een flatgebouw of een alleenstaande boom zijn. Om de boom als voorbeeld te nemen: fotografeer deze vanaf ongeveer honderd meter met een 50mm-lens en loop daarna tot onder de boom, richt je camera omhoog en maak opnieuw een foto met dezelfde 50mm-lens. Het zal geen verrassing zijn dat de twee foto’s een totaal ander beeld van dezelfde boom geven. De eerste foto toont de boom zoals de meeste mensen hem zien. Als object aan de horizon. Niets bijzonders. De tweede foto oogt verrassender. De stam lijkt langer en de boom imposanter. Je ongewone standpunt en het totaal andere perspectief benadrukken de lengte van de boom en zijn royale bladerkruin. Kijkers naar je foto moeten ineens gaan nadenken over wat ze zien. Ze worden uitgedaagd. Het beeld strookt niet met het beeld van een boom, de meeste mensen kijken nu eenmaal zelden omhoog. Kortom, deze simpele oefening leert je dat een ander standpunt een totaal andere foto oplevert en dat het verschil tussen een slappe foto en een beeld met impact vaak letterlijk maar enkele stappen én een paar seconden nadenken kost. Daag jezelf uit om in elke fotosituatie even de moeite te nemen een ander, afwijkend en verrassend standpunt te zoeken.

De omgekeerde wereld

We zijn gewend om te fotograferen zoals wij zelf de wereld bekijken. Dus vanaf ooghoogte, door de ogen van een volwassen mens. Breek eens radicaal met deze aanpak door je (letterlijk) te verplaatsen in de wereld van je onderwerp. Leg je camera bijvoorbeeld eens in een vossen- of konijnenhol en fotografeer de wereld vanuit het hol, leg je camera in de wasmachine, in de servieskast, in de box van je baby of in de groentela van je koelkast. Verzin de gekste plekken om een verrassende foto te maken. Gebruik bij voorkeur een groothoeklens en zet de zelfontspanner van je camera op 10 seconden. Een kwartiertje oefenen zou geweldige foto’s moeten opleveren.

Kikkerperspectief

Objecten van onderaf gezien fotograferen, heet kikkerperspectief; het geeft weer hoe een kikker de wereld bekijkt. Dit lage standpunt versterkt het gevoel van kracht, grootte en indrukwekkendheid van je onderwerp. Je kunt het heel extreem doorvoeren door lange, verticale objecten als bomen, torenflats, hijskranen en fabrieksschoorstenen van heel dichtbij, van onderen te fotograferen. Ook minder lange onderwerpen zien er totaal anders uit vanuit een laag standpunt. Je hoeft echt niet altijd op de grond te gaan liggen of een statief te gebruiken voor een geslaagd kikkerperspectief. Je kunt je camera ook op straat zetten en fotograferen zonder door je zoeker of op je lcd-scherm te kijken. Richt je lens gewoon op gevoel op je onderwerp en druk af. Niet tevreden? Kantel je camera iets en probeer het opnieuw. Gaandeweg zullen je foto’s verbeteren. Het kan ook subtieler. Zak iets door je knieën en fotografeer eens mensen vanaf een iets lager standpunt. Hiermee geef je hen een air van gezag, overwicht en leiderschap. Tien centimeter onder ooghoogte geeft al een grote impact. Niet voor niets worden veel captains of industry, staatshoofden en militaire leiders graag op deze manier geportretteerd. Tip: vraag je model in dit geval wel om het hoofd een klein beetje in de richting van je camera te buigen. Zo voorkom je ontsierende onderkinnen.

Foto: Artmen

Tip

Fotografeer je veel vanuit kikkerperspectief en kijk je wel graag door je zoeker? Doe jezelf dan een lol en koop een hoekzoeker. Of stop een plastic zeil of een vuilniszak in je fototas waarop je kunt gaan liggen zonder nat of vies te worden. Wel zo comfortabel.

Vogelperspectief

Het tegenovergestelde van kikkerperspectief is het vogelperspectief. In dit geval fotografeer je een situatie van bovenaf. Zoals een vliegende vogel de wereld ziet. Het vogelperspectief heeft een vervreemdende werking en intrigeert de meeste mensen. Vliegen (en de blik op de wereld die dit biedt) is een diep gekoesterde wens van velen. Gebruik dit perspectief dus bij voorkeur als je overzichtelijkheid, ruimtelijkheid of een gevoel van vrijheid wilt overbrengen. Het vogelperspectief wordt veel gebruikt in de landschaps- en reportagefotografie. Een extreme variant van vogelperspectief is het loodrecht naar beneden richten van je camera. Bijvoorbeeld vanuit een skilift, een luchtballon, vanaf een brug of een hoog balkon. De wereld ziet er hierdoor ineens plat en onwerkelijk uit en dit geeft een grafisch, vervreemdend effect. Dit kun je versterken door schaduwen of elementaire vormen als cirkels, vierkanten, driehoeken en structuren of patronen te benadrukken. Iets minder extreem toegepast kan een vogelperspectief een sterk ruimtelijk effect hebben. Ga eens op een hoge duin staan om een strandscène vast te leggen of klim in een boom voor een weids landschap.

Foto: Dennisvdelzen

Ooghoogte

Fotograferen op ooghoogte is de standaard bij portret- en dierenfotografie: het genereert namelijk een gevoel van betrokkenheid, warmte, intimiteit en contact. Als je je afvraagt waarom jouw foto’s van (kleine) kinderen of huisdieren tegenvallen, ligt de oorzaak waarschijnlijk in een te hoog standpunt. Hoe hoger het standpunt, des te meer afstand je creëert. Je kijkt letterlijk en figuurlijk neer op je model. Bovendien: je knuffelt je kind of kat op ooghoogte en niet naar beneden met gestrekte armen. Zak dus even door de knieën, kom dichtbij en fotografeer zoals je zou knuffelen. Het resultaat zal je versteld doen staan.

En nu we het toch over fotograferen met gevoel hebben: een grote zwarte camera tussen jou en je kind, hond of kat is uiteraard niet de ultieme manier om contact te leggen. Dat is de tweede reden waarom veel portretten mislukken. Een geïrriteerd, verveeld of wegkijkend model levert vrijwel nooit een sterke foto op. Leg dus af en toe je camera even weg, praat met je model, maak oogcontact en ga pas verder met fotograferen als het model zich weer prettig voelt. Kortom: dwing je model niet tot een langdurige shoot, maar gebruik je camera effectief tijdens de interactie. Succes verzekerd.

Nog een oefening: surf naar de site van National Geographic of sla een kwaliteitskrant open. Bekijk een serie foto’s en analyseer telkens welk standpunt en perspectief de fotograaf heeft gekozen en waarom. Reportage- en nieuwsfotografen zijn meesters in het effectief gebruiken van standpunt en perspectief. Wil de fotograaf een woedend demonstrerende menigte extra dreiging laten uitstralen? Dan fotografeert hij vanuit een laag standpunt. Het liefst terwijl hij zich middenin de menigte bevindt met één woest kijkende demonstrant als voorgrond, vlakbij de lens. Zo krijgt de kijker het gevoel dat hij er middenin zit. Wil de fotograaf de ellende van een hongersnood extra impact geven? Dan toont het kind met honger van dichtbij, op ooghoogte, terwijl het recht in de lens kijkt. Kijkers hebben het gevoel dat het kind hen recht in de ziel kijkt. Er is contact en de ellende wordt bijna voelbaar. Wil de fotograaf een beeld schetsen van de impact van een oorlog? Dan zal hij een hoger standpunt kiezen om zoveel mogelijk verwoesting in het beeld te vangen. Probeer al deze standpunteffecten eens na te bootsen in je eigen foto’s. Oefen in eerste instantie op mensen uit je directe omgeving, zodat je niet wordt belemmerd door schroom of veel uitleg aan je model. Gebruik je kortste lens en dwing jezelf om dichtbij te staan. Denk – voor je de ontspanknop indrukt – altijd na over het effect dat je aan je foto wilt geven.

Foto: Eyecatcher

Lenzen

Naarmate je vaker speelt met deze effecten in je foto, zal het kiezen van het beste standpunt en perspectief je steeds makkelijker afgaan. Je fotografisch instinct is hierbij je meest efficiënte gereedschap, maar er zijn natuurlijk ook hulpmiddelen die het effect kunnen versterken, zoals de lens. Met een brandpunt van 50 mm benader je het blikveld van het menselijk oog het dichtst. Vandaar dat deze beeldhoek veel wordt gebruikt door persfotografen die hun kijkers willen betrekken bij het nieuws.

Met een groothoek verbreed je het blikveld juist. Daarmee suggereer je overzicht, ruimte en weidsheid. Het onderwerp komt vertekend of verkleind op de foto. Telelenzen ten slotte zoomen in op de werkelijkheid: ze versmallen de realiteit en focussen op een specifiek element in het grote geheel. Het onderwerp komt in dit geval groot en pontificaal op de foto.

Met andere woorden: telelenzen drukken het perspectief in elkaar, groothoeklenzen trekken het uit elkaar. Uiteraard bestaan regels om gebroken te worden. Probeer dus ook zeker eens welk effect een portret met een groothoeklens oplevert en hoe een weids landschap eruitziet door een telelens.

Veel fotografen gebruiken zoomlenzen. Het liefst lange telezooms of ultrazooms die de hele range dekken van groothoek tot lange tele. Besef wel dat zoomlenzen een fotograaf gemakzuchtig kunnen maken. Door in te zoomen breng je onderwerpen weliswaar dichterbij, maar je standpunt verandert niet. Dichter op je onderwerp kruipen, is leerzamer én geeft meestal meer lading aan je foto. Ga eens op pad met een lens die eigenlijk ongeschikt is voor de foto’s die je wilt maken. Dat dwingt je tot creativiteit, veel nadenken, experimenteren en – vooral – veel lopen. Wedden dat dit betere foto’s oplevert dan een lange zoomlens?

Foto: 12Qwerty

Ook praktische hulpmiddelen kunnen een rol spelen bij je keuze voor een standpunt. Sommige pers- en sportfotografen zeulen bijvoorbeeld een keukentrapje mee. Waarom? Ten eerste om letterlijk de menigte te ontstijgen en over de hoofden van hun collega’s en het publiek heen te fotograferen. Ten tweede om een hoog standpunt te krijgen waarmee ze bepaalde effecten bereiken (overzicht, ruimte en een ongewoon perspectief). Wie geen trapje wil meenemen of plat op z’n buik in de modder wil liggen, heeft baat bij camera’s met een draai- en kantelbaar lcd-scherm. Zo kun je zien wat je fotografeert terwijl je de camera hoog boven je hoofd, op grondniveau of vanaf je heup gebruikt. Tip: heb je geen draaibaar scherm? Oefen dan een kwartiertje met fotograferen met gestrekte armen boven je hoofd of onder je knie. Je ontdekt namelijk verbazend snel in welke hoek je je lens moet kantelen om – vrijwel blind – goede foto’s te kunnen maken met vogel- of kikkerperspectief.

Kijk en analyseer

Veel fotografen bekijken de wereld door de zoeker van hun camera en analyseren het resultaat op hun lcd-scherm. Is dit fout? Nee, maar deze aanpak beperkt je wel enorm. Je camera is geen toverdoos en de kleine zoeker levert je maar een piepklein venster op de wereld. Gebruik je camera daarom in eerste instantie gewoon even niet en geef je ogen de kost. Jij bepaalt wat je wilt fotograferen, hoe je dat wilt doen en welke boodschap je in je foto stopt. De camera is slechts een hulpmiddel waarmee je jouw indruk van de werkelijkheid vastlegt. Leer dus eerst open en onbevangen te kijken naar een situatie en analyseer welke mogelijkheden je omgeving je in fotografisch opzicht biedt. Beoordeel welke elementen je kunt gebruiken voor je foto. Dragen ze iets bij aan het verhaal? En zo ja, hoe kun je dat effect maximaliseren met een bepaald standpunt en perspectief? Pas daarna pak je de camera op en perfectioneer je je compositie door de zoeker.

Foto: Jdfotografie

We zijn aanbeland bij de laatste oefening in dit artikel. Zoek een standbeeld, een hunebed of een reclamezuil. Alles mag, zolang je onderwerp maar niet van z’n plek beweegt en jij er probleemloos en ongehinderd omheen kunt lopen. Loop rond het onderwerp terwijl je steeds dezelfde afstand bewaart. Je hoeft niet door de knieën te gaan. Maak na elke paar stappen een foto en analyseer alle foto’s als je het rondje hebt volbracht. Je zult zien dat perspectief en standpunt op elke foto weliswaar identiek zijn, maar dat de lichtinval telkens voor andere schaduwen op je onderwerp zorgt. De sfeer op de foto’s zal daardoor verschillen. Conclusie: houd bij het bepalen van je standpunt rekening met de lichtinval. Een perfect standpunt levert namelijk geen mooie foto op als het licht niet klopt. Je kunt twee dingen doen: terugkomen als het licht wel perfect is of een ander standpunt kiezen met een betere lichtval.

Zoals je hebt kunnen zien, maken een paar stappen opzij al een wereld van verschil op je foto. Datzelfde geldt uiteraard ook voor een paar stappen naar voren, naar achteren, omhoog en omlaag. Er is helaas geen ezelsbruggetje waarmee je meteen perfecte foto’s maakt in elke situatie. Je zult veel moeten oefenen en erg kritisch op je eigen werk moeten zijn. Blijf andere invalshoeken zoeken en uitproberen. Ook als je al redelijk trots bent op je foto’s. Alleen door veel te experimenteren leer je hoe je bliksemsnel het meest geschikte standpunt kiest en het maximale uit een situatie haalt. Blijf bovendien nieuwsgierig en alert. Een stap opzij zorgt er bijvoorbeeld voor dat die storende lantaarnpaal of dat irritante rode bestelbusje ineens uit beeld verdwijnt. Staar je dus niet blind op het hoofdonderwerp, maar scan je compositie ook op storende elementen. Zeker in het begin kan deze waslijst met aandachtspunten overdonderend overkomen. Maar het went snel en levert snel resultaat op.

De absoluut perfecte foto bestaat niet. Standpunt en perspectief zijn een keuze. Het is jouw blik op de wereld en die kan niet goed of fout zijn. Jouw blik op de wereld kan echter wel verrassend, spannend en creatief zijn. Of saai en doorsnee. Je bepaalt zelf in welke categorie je thuishoort. Veel succes! 


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Fotograferen met tegenlicht: zo ga je om met grote contrasten

Het beheersen van licht: hard licht versus zacht licht uitgelegd