in

Sterrenhemels fotograferen met de 500-regel uitgelegd


22 april 2020, 08:54

Een mooie nachtelijke lucht fotograferen staat voor veel fotografen op de bucketlist. Als je daarmee aan de slag gaat kom je al snel uit bij de 500-regel. Wat houdt die regel precies in en wat kun je er precies mee?

Het fotograferen van een nachtelijke sterrenhemel is helemaal niet zo eenvoudig. Je hebt allereerst te maken met weinig licht en dan ook nog met beweging. De sterren bewegen immers wel degelijk, al zie je dat in eerste instantie natuurlijk niet meteen. Je wilt de sterren echter ‘bevriezen’ en in het eindresultaat niet zien dat ze een staartje krijgen.

De 500-regel wordt precies daarvoor gebruikt en geeft een goede indicatie over welke instellingen je het beste kunt gebruiken om prachtige sterrenhemels te schieten. De 500 in de naam van de regel slaat eigenlijk vooral op de berekening die je kunt gebruiken om de juiste sluitertijd te bepalen. Voor een fullframe-camera geldt dat je 500 deelt door de brandpuntsafstand van je objectief. Het getal wat uit die berekening komt rollen is je maximale sluitertijd in seconden. Het resultaat laat dus zien hoe lang je sluitertijd maximaal mag zijn voordat je de beweging gaat zien. Je hoeft die sluitertijd dus niet exact te gebruiken, maar de uitkomst geeft aan dat je er niet goed aan doet om een nog langere sluitertijd te gebruiken als je de beweging wilt ontwijken en ronde sterren wilt zien in je beeld.

Heb je dus een 24mm, dan is de berekening als volgt: 500 gedeeld door 24. Dat is 20,83, afgerond 21 seconden. Hoe meer groothoek, hoe langer je sluitertijd dus mag zijn. Bij een camera met een kleinere of grotere sensor verandert de berekening overigens. Zo moet je in dat geval de cropfactor meenemen in je formule: 500 delen door de cropfactor en vermenigvuldigen met de brandpuntsafstand. Gebruik je dus hetzelfde 24mm-objectief, maar dan op een camera met cropfactor? Dan is de berekening als volgt: 500 gedeeld door 1,5 (of 1,6 bij Canon) x 24 = 13 seconden.

De 500-regel geeft je een goede indicatie, maar geeft je niet per se een sluitertijd die zorgt voor een juiste belichting. De regel is daarom slechts een hulpmiddel om je te helpen bij het voorkomen van ‘star trails’. Zoals jullie weten is het zo dat camera’s en sensoren ieder jaar weer een (heel) stuk beter worden, zeker op het gebied van schieten bij weinig licht en met lage of juist hoge iso-waardes. De regel slaat dan ook voornamelijk op het voorkomen van bewegende sterren, zogenoemde ‘star trails’ en staat niet garant voor de juiste belichting. Iedere camera is ten slotte weer anders.

Gebruik de 500-regel dus als je wilt weten welke sluitertijd je maximaal kunt gebruiken en bepaal daarna de rest van je instellingen voor een juiste belichting. Op die manier gebruik je deze regel optimaal en ben je verzekerd van mooie ronde sterren in je beeld.

De melkweg in Nederland: de beste instellingen om de melkweg te fotograferen

Wild fotograferen in Nederland – vogeltjes in je tuin