in

Stop met het maken van deze belichtingsfouten

Het maken van een juiste en een fraaie belichting is vaak de grootste uitdaging voor een fotograaf. Welke fouten worden er vaak gemaakt en hoe zorg je ervoor dat jij ze niet maakt?

Overbelichten

Overbelichten kan soms best wel een leuk of interessant effect geven, maar als je dit wilt proberen kun je het beste een goed belicht beeld maken en achteraf in de nabewerking gaan experimenteren. Op die manier heb je de volledige controle en daarnaast heb je – indien je in raw werkt – alle beeldinformatie tot je beschikking.

Onderbelichten

Hoewel een onderbelicht beeld vaak een minder groot probleem is dan een overbelicht beeld, is het desondanks toch slim om te voorkomen dat je te donkere beelden maakt. Het beste kun je tijdens het fotograferen focussen op het maken van een zo kloppend mogelijke belichting met de juiste lichte en donkere gedeeltes. Voorkom overbelichting en zorg dat de donkere gedeeltes in je foto niet te donker zijn, zodat schaduwen en andere donkere partijen niet ‘dicht lopen’.

Te hard licht

Te hard licht is vaak niet fraai en zeker niet als het gaat om bijvoorbeeld een portret waarbij je iemand mooi zacht zou willen uitlichten. Hard licht kan natuurlijk zijn, bijvoorbeeld in de middagzon. Dan kun je er natuurlijk niet veel meer aan doen dan de schaduw opzoeken of kijken of je de zon ergens mee kunt filteren. Als je met flitsers en lichtvormers werkt kun je de hardheid van het licht natuurlijk wel beïnvloeden. Met name de afstand en de grootte van je lichtbron hebben invloed op de hardheid van het licht. Hoe dichterbij en hoe groter de lichtbron is, hoe zachter het licht zal zijn. 

De camera alles laten bepalen

De kunst van het maken van een goede belichting zit hem vaak in finesse en het kunnen begrijpen van de omstandigheden en wat die precies doen voor de belichting van je beeld. Een camera komt een heel eind, maar weet natuurlijk niet wat jij precies zoekt en zal daarom altijd een ‘algemeen’ beeld afleveren. Vaak is dat een compromis. Zeker op momenten dat je een specifieke belichting voor ogen hebt zal de camera die niet meteen voor je kunnen maken in een (semi) automatische modus. Daarom is het verstandig om handmatig te werken voor een optimale controle van je belichting – zowel op technisch als op esthetisch vlak.

Met het licht mee fotograferen

Misschien heb je weleens van een onwetende oom of kennis gehoord dat je het beste met het licht mee kunt fotograferen, maar dat is desondanks eigenlijk nooit een goed idee. Je hebt in dat geval weliswaar genoeg licht om mee te werken, maar dat licht zit je vaak flink in de weg. Denk bijvoorbeeld aan een groepsportret waarin iedereen met dichtgeknepen ogen de camera inkijkt. Toch is het grootste bezwaar tegen met het licht mee fotograferen dat je met een saai beeld eindigt. Licht geeft schaduw en vorm, maar als je dezelfde kant op fotografeert als dat je lichtbron op schijnt dan eindig je met een saai en plat beeld. Voor een fraaie belichting kun je het beste schuin of helemaal tegenover je lichtbron plaatsnemen.  

4 fotolocaties voor het fotograferen van de zeearend

Fotograferen in het donker – de beste instellingen