in

Straatfotografie: de magie ligt op straat

Spannend, onverwacht, bliksemsnel en soms een beetje ongemakkelijk: straatfotografie heeft al deze elementen in zich. De situaties zijn onvoorspelbaar, en misschien wel daarom is voorbereiding essentieel, zodat je op het moment suprême scherp bent. We helpen je de straat op met tips over brandpunten, onopvallend werken en nabewerking.

Een straatfotograaf legt het dagelijks leven – of vaak uitzonderlijke situaties – op straat vast zonder dat hij de situatie verstoort. Hij sluipt over straat, valt niet op maar is altijd scherp op wat er gebeurt. Een straatfotograaf loopt veel, begeeft zich tussen de mensen en wacht op dat ene beslissende moment. Dan slaat hij toe, maakt zijn beeld en verdwijnt weer uit de situatie. Als het goed is, heeft niemand hem gezien. Het enige bewijs: de foto.

Straatfotografie is een van de meest spontane en laagdrempelige vormen van fotografie. Je hebt bijna niets nodig. Sterker nog, hoe meer je meesleept, des te meer je opvalt. En dat wil je juist niet als straatfotograaf. Travel light dus, en dat geldt zowel voor je camera als voor je objectief.

Spiegelloos

Een spiegelreflex is vaak niet de beste keuze voor een doorgewinterde straatfotograaf. Het apparaat is niet alleen log, het straalt ook teveel professionaliteit uit. Als iemand een spiegelreflex voor zijn gezicht houdt, denken voorbijgangers al snel dat er een prof aan het werk is. Met een kleine spiegelloze camera ( ‘systeemcamera’) val je veel minder op. Straatfotograaf Henri Cartier Bresson had dat als geen ander door. Hij werkte met een kleine Leica en zag eruit als een opa die zijn kleindochter op de foto zet. Ondertussen maakte hij juwelen van straatfoto’s. Door zijn onschuldige look en kleine camera bleef hij vaak onopgemerkt bij zijn ‘modellen’.

Tegenwoordig zijn camera’s als de Fuji X-lijn, de Sony Alpha-camera’s en de Olympus Om-D zeer populair bij straatfotografen. Onopvallend, maar met uitstekende optiek en relatief grote sensoren. De meeste camera’s van dit type hebben een aps-c of micro fourthirds-sensor, meer dan genoeg voor straatfotografie. Mocht je toch gaan voor fullframe, dan biedt Sony met haar A7-camera’s geweldige opties.

Objectief

Fotografen die voor het eerst de straat op gaan, zijn geneigd een zoomobjectief te gebruiken, van bijvoorbeeld 200-400 mm. Zo kunnen ze onopvallend en flexibel kaderen … denken ze. In de praktijk zitten ze er vaak naast, omdat de situaties te snel gaan en ze niet aan de zoom kunnen draaien zonder gezien te worden.

Het is bij straatfotografie daarom beter om met een vast brandpunt te werken, zoals een 50 mm 1.4. Dit vergt enige gewenning en ervaringskennis, maar heeft vooral voordelen. Al snel weet je precies te visualiseren waar je kader zich bevindt.

Als je de camera dan voor je laat hangen en je kijkt boven de camera uit, weet je op een gegeven moment precies wat er wel en niet in beeld komt. Loop dan op een situatie af, wacht op het juist moment, draai je heup en klik. Een vast brandpunt geeft die zekerheid. Je bent aan de andere kant niet meer flexibel met groothoek en tele, maar dat is een compromis. Het allerbelangrijkste is dat je ongezien en ongestoord kunt fotograferen. En dat kan met een vast brandpunt. Met de 50mm F1.4 krijg je (op een fullframe camera) een redelijk beeld van wat je zelf ook ziet, niet echt in- of uitgezoomd. Plaats je de 50 mm op een aps-c-camera, dan krijg je al een kleine zoom (zo’n 75 mm), wat het lastiger maakt om onopgemerkt te fotograferen ‘vanuit de heup’. Voor een aps-c-camera raden we dan ook een 35 mm aan, die omgerekend weer op het 50 mm-equivalent zit.

Andere straatfotografen kiezen ook wel voor een vast groothoekobjectief (28 mm), zodat ze erg dicht op een situatie kunnen kruipen. Hoewel dit een mooi breedbeeld geeft, met bijvoorbeeld architectuur of een groep mensen om je model heen, is het uiteraard ook lastiger om ongemerkt dichter in de buurt te komen. Bij een groothoek loop je dan ook het risico dat je onderwerp niet meer zo makkelijk centraal staat en zelfs een beetje verloren kan gaan in de massa. Kom dus dichtbij als je met een groothoek fotografeert!

Weer anderen kiezen voor een vaste lichte tele (85 mm), zodat ze van een afstandje hun foto’s kunnen componeren. Alles hangt af van je persoonlijke voorkeur, je stijl en je visie als fotograaf.

Een ander voordeel van vaste brandpunten is dat ze vaak kleiner zijn dan zoomlenzen. Een 24-70 mm van Nikon steekt minstens 20 cm de camera uit, een 50 mm 1.8 maar 5 cm. Daarbij is een vaste 50mm 1.8 ook nog eens zeer prijsvriendelijk: onder de 150 euro heb je er al een. Ook diverse Chinese merken als Samyang of Yongnuo hebben al een vast brandpunt 85 mm onder de 300 euro.

Zone focus

Scherpstellen doe je normaalgesproken terwijl je op je camera kijkt. Bij straatfotografie is dat lastig, omdat alles snel gaat en je dan teveel opvalt. Er is ook een andere manier van scherpstellen. Als je de camera zo instelt dat hij alles van bijvoorbeeld 1 tot 3 meter scherp heeft, hoef je alleen maar deze afstand tot je onderwerp aan te houden voor een scherp beeld. Je fungeert dan zelf als scherpsteller. We noemen dit ‘zone focusing’, de scherpte ligt in een bepaalde zone.

Hoe doe je dat nu? Omdat er bij een bepaald diafragma een scherptediepte hoort, kun je uitrekenen welke afstand je moet instellen. Hiervoor zijn handige apps op de markt. Een veel gebruikte is ‘Myphotodof’. Hierop stel je het gewenste diafragma in, je brandpunt en de scherpstelafstand. De app geeft je dan een afstandsrange van bijvoorbeeld 0,6 tot 3 meter. Houd die afstand aan bij het maken van foto’s en je hoeft je geen zorgen te maken dat de foto’s onscherp zijn. Je kunt op een zonnige dag zelfs diafragma 16 of 22 instellen. Hierdoor zul je bij een scherpstelafstand van 1 meter hoogstwaarschijnlijk alles van 0,3 tot oneindig scherp hebben. Maak een lijstje van instelafstanden scherptediepteranges voor jouw objectieven.

Sluitertijd

Omdat je bij straatfotografie vaak razendsnel en soms vanuit de heup foto’s schiet, is een korte sluitertijd aan te raden. 1/125 of 1/250 is wel het minimum – als de situatie dat toelaat uiteraard. Verhoog liever je iso dan dat je de sluitertijd te laag instelt. Ruis hoort zelfs een beetje bij straatfotografie. Het geeft de foto de rauwheid van de straat. Liever 1/200 bij iso 800 dan 1/30 bij iso 100 dus.

Belichting

Een dilemma bij straatfotografie is de keuze tussen handmatig of automatisch belichten. Bij automatisch – de standen P, S(Tv) of A(Av) – speel je op safe en zal de camera het aanwezige licht interpreteren en aan de hand daarvan instellen. Maar bij straatfotografie buiten werkt dit vaak niet. Omdat je van een lager standpunt schiet, zal er veel lucht zichtbaar zijn. De lichtmeter van de camera zal dit ook zien en denken: veel licht, dus kortere belichting. Het gevolg is dan onderbelichte beelden. Als je handmatig (M) werkt, kun je de belichting een paar passen van je onderwerp verwijderd goed instellen, en dan de situatie benaderen met dezelfde instelling. Check uiteraard wel even of het licht niet drastisch anders is dan op de plek waar je het hebt ingesteld.

Zelfontspanner

Als je de camera en objectief helemaal op elkaar hebt afgestemd, kun je de straat op. Niemand heeft nu in gaten dat je fotografeert. Het enige wat je nog moet doen is op de knop drukken. Bij een spiegelreflex geeft dat een enorm lawaai van het opklappen van de spiegel. Bij een spiegelloze camera heb je hier geen last van en kun je dus bijna geheel geruisloos werken.

Stiekem

Maak je dan altijd stiekem foto’s? Ja en nee. Bij straatfotografie is het belangrijk dat degene die je op de foto zet niet zijn gedrag verandert voor de foto. Dat doe je doorgaans door de foto onopvallend te maken. Aan de andere kant wil je niet dat iemand zijn foto ergens terugziet zonder dat hij ervan weet. Daarom is het goed om je ‘model’ achteraf nog even te benaderen. Laat de foto zien en leg uit waarom je hem onopvallend gemaakt hebt. Meestal begrijpt degene het en lacht erom. In een enkel geval vindt het model het niet goed. Respecteer dat en verwijder de foto ter plekke van de camera. 

Mag dat?

Mag je zomaar iedereen op straat fotograferen? Ja, in de openbare ruimte mag dat altijd. Maar pas op, dat geldt niet voor publiceren. Degene die op de foto staat, heeft een portretrecht. Met portret bedoelt een jurist een foto waar iemand herkenbaar op staat. Dus ook een toevallige passant. Om te publiceren hoef je als maker niet altijd toestemming te vragen. Publicatie mag, tenzij het indruist tegen een ‘redelijk belang’ van de afgebeelde persoon. Als fotograaf moet je zelf inschatten of publicatie nadelig is. Aanstootgevende foto’s leveren al snel zo’n redelijk belang op voor de afgebeelde persoon. Daarnaast speelt mee of de foto voor commerciële doeleinden is gemaakt. De rechter vindt dat er bij commerciële foto’s eerder sprake is van een redelijk belang dan bij een nieuws- of een kunstfoto. Vooral bij een nieuwsfoto legt het belang van de geportretteerde het vaak af tegen de vrijheid van meningsuiting. Om op safe te spelen vragen opdrachtgevers en fotobureaus voor elke foto met mensen erop een vrijwaringsverklaring. Dat is een standaardtoestemmingsformulier, bij modellen heet dit ook wel een quitclaim.

Gelaagdheid

De betere straatfoto’s hebben meerdere lagen. Als je gewoon een hond op straat fotografeert, is dat vrij eendimensionaal. Maar als die hond ineens voor zijn baas gaat zitten waardoor hij extra armen en benen lijkt te krijgen, komt er een extra laag in het beeld. En humor: er gebeurt iets in de foto. Een straatfotograaf zoekt zo’n samenkomst van elementen. Als je bijvoorbeeld een reclamebord met een ‘sexy vrouw’ ziet, kun je daar gaan posten tot er een vrome oude dame voorbijkomt die fronsend kijkt naar het affiche. Straatfotografie is ook een kwestie van timing, maar uiteraard ook een beetje geluk.

Nabewerking

Straatfoto’s lenen zich bij uitstek voor een – off the beaten track – nabewerking. Ze worden vaak beter door een rauw randje. Hier zijn verschillende technieken voor te vinden in Adobe Photoshop.

Methode Brown

Russel Brown van Adobe heeft een techniek ontwikkeld om een rauwe look aan je foto’s te geven. De methode is vrij simpel en je kunt het ook onder een andere handeling plaatsen:

– Kopieer je achtergrondlaag 2x (Ctrl- of command J).

– Selecteer de middelste laag en verwijder alle kleur (saturatie -100).

– Selecteer de bovenste laag en verander de laagmodus van ‘normaal’ naar ‘bedekken’.

Je ziet nu een flink effect over je foto komen, dat enerzijds bestaat uit een verzadigingsverlaging en anderzijds een contrastverhoging. Door de dekking van de bovenste laag aan te passen kun je de contrastverhoging gedeeltelijk zichtbaar maken. De dekking van de middelste laag zorgt voor meer of minder verzadiging.

Volle kleur

Een andere veel gebruikte techniek is het toevoegen van een kleur aan het beeld. Ga hiervoor als volgt te werk:

– Voeg een nieuwe aanpassingslaag volle kleur toe.

– Zet de laagmodus van deze laag op zwak licht.

Je ziet nu dat er een soort zweem over je foto komt. Je kunt de kleur van de zweem nog veranderen door op het gekleurde icoontje in de aanpassingslaag te klikken.

Cross proces

Het kan ook leuk zijn om een ‘gekruist ontwikkelen’ effect over je foto te gooien. Dit is een term uit de analoge fotografie, waarbij een kleurenfilm in de dia ontwikkelaar werd gedompeld of andersom. Hierdoor ontstonden allerlei kleurzwemen die zo fout waren dat het mooi werd. Digitaal kun je dit makkelijk nabootsen:

– Voeg een aanpassingslaag curven toe.

– Kies bij de opties voor gekruist ontwikkelen.

Je ziet nu dat er een vreemde zweem ontstaat. De instellingen kun je nog wijzigen door in de aanpassingslaag aan de verschillende kleurcurves te schuiven.

NIK

Er zijn ook plugins die deze – en veel andere – effecten kunnen produceren. Gratis is de ‘Nik Collection’ van Google. Installeer ‘m in Photoshop (als je Lightroom hebt kun je voor die plugin kiezen), herstart het programma en je hebt allerlei presets tot je beschikking. Voor kleurenfotografie heb je de meeste opties met ‘Nik Color Fx Pro 4’. Een veelgebruikt filter is ‘bleach bypass’. Ook ‘tonal contrast’ levert al snel een edgy look op. Het grote voordeel van een plugin is dat je niet zelf het wiel hoeft uit te vinden. Je kunt al deze opties ook handmatig maken met lagen en blending modes, maar in Nik staan ze allemaal voorgebakken. Je kunt dus snel vergelijken en het juiste effect eruit zoeken. Handige bijkomstigheid: Nik voegt het effect als een losse laag toe aan je bestand. Als je het later nog iets minder wilt, kun je de dekking van de Nik-laag terug brengen.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Bosfotografie in de lente: leg de ontluikende natuur vast

Zo maak je een spetterende splashfoto!