in

Tips om te fotograferen met tegenlicht

Tegenlicht kom je vaak tegen als je aan het fotograferen bent. Je hebt natuurlijk te maken met tegenlicht als je als fotograaf tegen de lichtbron in kijkt en fotografeert. Tegenlicht kan zowel in je voor- als in je nadeel werken, afhankelijk van wat voor een beelden je wilt maken. Hoe kun je het tegenlicht optimaal benutten?

Tegenlicht wordt niet altijd als iets positiefs gezien, want vaak hoor je dat je maar het beste met het licht mee kunt fotograferen. Dat is echter niet waar. Tegenlicht (of licht van de zijkant) creëert namelijk schaduw en vorm, waardoor het onderwerp of de scene die je aan het fotograferen bent dimensie krijgt. Alleen daarom al is het juist aan te raden om nooit puur met het licht mee te fotograferen. Dat levert vaak saaie foto’s op. Bij tegenlicht is juist vaak het omgekeerde het geval; je kunt tegenlicht uitstekend gebruiken voor het maken van krachtige en spannende foto’s. Er zijn in essentie twee situaties denkbaar:

Tegenlicht als positieve factor

Tegenlicht kun je uitstekend gebruiken als je op zoek bent naar een spannend beeld. Het licht creëert vormen, schaduwen en kun je bovendien uitstekend inzetten als je op zoek bent naar silhouetwerking in je foto. Als de zon laag aan de horizon staat kun je zo prachtige beelden maken als je de zon achter de boom verstopt, maar wel op die zelfde zon je licht meet. Je houdt de camera dan in feite voor de gek, want als je het licht zou meten op de boom zelf krijg je geen silhouet te zien, maar een ‘juist’ belichte boom. En dat zoek je in dit geval niet, je wilt dat de boom een donker silhouet vormt tegen de zonnige lucht.

Ook kun je tegenlicht uitstekend gebruiken voor beelden met een beter gebalanceerde belichting. Als je graag heldere en lichte beelden maakt waarin de achtergrond fris en licht is, dan kun je ook daar het tegenlicht voor gebruiken. Vaak vereist dat wel wat handmatige aanpassingen van je instellingen, want de camera zal de achtergrond vaak wat donkerder maken dan je in dit geval zelf wilt. Vooral de sluitertijd – die is in zonnige omstandigheden toch kort genoeg om problemen met onscherpte te voorkomen – speelt een rol. Experimenteer met een kortere of – vaak het geval – langere sluitertijd om je beeld lichter te maken. Focus op het juist belichten van je hoofdonderwerp, maar houd ook oog voor de achtergrond die je juist fris en fruitig wilt weergeven.

Tegenlicht als negatieve factor

De tweede is dat je het tegenlicht als een negatieve factor beschouwt en het dus eigenlijk wilt omzeilen of wilt corrigeren. Je kunt als eerste proberen het tegenlicht te ‘verstoppen’. Dat gaat in het geval van de zon vaak prima, want een stapje naar links of naar rechts betekent vaak al dat de zon achter een gebouw, boom of paal komt te staan. Als je geluk hebt kun je het directe zonlicht op die manier controleren en misschien ook wel een mooie zonnestraal die net langs de boom of het gebouw komt meenemen in je beeld.

Vogels spotten bij het water: waar vind je ze?

Verbluffend dynamisch bereik: zo voeg je een HDR-foto samen