in

Tips voor portretfotografie – binnen en buiten


13 maart 2021, 11:26

Een portret is een portret, zou je zeggen. Dat is natuurlijk zo, maar je hebt portretten die je meteen grijpen en andere portretten die dat niet doen. Het verschil zit hem in het juiste moment, het juiste verhaal en de juiste keuzes aan de kant van de fotograaf. Hoe maak je écht goede portretten?

Het maken van een goed portret is een van de moeilijkste uitdagingen binnen de fotografie. Een persoon op de foto zetten is op zichzelf niet moeilijk, maar als je daar een goed en aantrekkelijk beeld van wilt maken komen er toch behoorlijk wat zaken – bewust en onbewust – bij.

De klik

Een goed portret maken doe je met z’n tweeën en dat lukt alleen als er een bepaalde klik is. Vriendelijkheid, empathie, de ander aanvoelen en weten wat die ander wil en niet wil zijn allemaal belangrijke eigenschappen die een fotograaf helpen om een goed portret van iemand te maken. Het is tachtig procent contact en twintig procent fotografie en de onderlinge klik is misschien nog wel belangrijker dan de klik van de camera.

De observatie

Bij het maken van een goed portret komt veel observatie kijken. Als fotograaf kijk je vooraf (of tijdens de shoot) naar hoe iemand zich gedraagt en wat natuurlijk en prettig voor de geportretteerde voelt. Een goed portret maak je alleen als de persoon die je fotografeert op zijn of haar gemak is en zich min of meer natuurlijk gedraagt. Je bent in veel gevallen op zoek naar het karakter en de eigenheid van die geportretteerde. Kijk daarom goed hoe hij of zij praat, beweegt, kijkt, staat, reageert en zoek naar die elementen tijdens het fotograferen. Zoek naar een oprechte blik en houding, waarin de geportretteerde zichzelf ook zal herkennen.

De omgeving

Een portret draait om de persoon, dat is duidelijk. Toch is ook de omgeving vaak van belang, qua verhaal en op esthetisch vlak. Kies daarom bewust. Maak je een portret waarin de omgeving een rol speelt? Zorg er dan voor dat je daar ook ruimte voor geeft en zoek naar een compositie waarin dat voor de kijker duidelijk wordt. Houd ook rekening met de scherpte. Als je een portret maakt waarin de omgeving belangrijk is en je kiest ervoor om met f/1.4 te fotograferen, dan verdwijnt die omgeving alsnog in de onscherpte. Denk na over wat je wilt laten zien en pas daar je beeld en instellingen op aan.

De instellingen

Voor alle fotografiegenres geldt: ken je camera en weet welke instellingen voor bepaalde resultaten zorgen. Alleen als je weet hoe je het beste uit de omstandigheden en je apparatuur haalt kun je keer op keer goede beelden maken. De belangrijkste instellingen zijn die van de belichtingsdriehoek: sluitertijd, diafragma en iso-waarde. Deze werken samen en beïnvloeden elkaar de hele tijd, waardoor je daar als fotograaf dankbaar gebruik van kunt maken. Op die manier weet je per lichtsituatie wat je het beste kunt doen als je op zoek bent naar een bepaald beeld. Natuurlijk heb je de meeste controle over het uiteindelijke beeld als je volledig handmatig werkt.

De keuze

Een vaak ondergesneeuwd element binnen de fotografie is de keuze die je als fotograaf achteraf maakt. Je kunt een fantastische fotograaf zijn, maar als je achteraf steeds de verkeerde foto’s uitkiest dan ziet niemand je talent. Neem dus de tijd voor een goede en weloverwogen keuze uit alle geschoten foto’s. Laat ze anders eens een dag liggen of kijk er met iemand anders naar. De uiteindelijke keuze is enorm belangrijk, want dat is natuurlijk het beeld dat iedereen gaat zien.

Gezocht: onontdekte pareltjes in Kroatië

20 fotolocaties om de lente te fotograferen