in

Vlinders fotograferen: zo doe je dat!

Van al het moois in de natuur zijn vlinders misschien wel de dankbaarste onderwerpen. Hun bonte verschijning en de kleurrijke bloemen waarmee ze zich voeden, vormen de ideale combinatie voor sprekende beelden.

Tijdens het voorjaar, wanneer de natuur op volle toeren draait, is er vaak een overvloed aan fotografische onderwerpen. Die weelde maakt het niet altijd gemakkelijk om het juiste topic uit te kiezen. Met hun vrolijke en kleurrijke verschijning zijn vlinders steeds een dankbaar onderwerp voor een natuurfotograaf. Toch blijft het vaak een uitdaging om ze goed in beeld te brengen. Ze zijn actief en blijven geen seconde stilzitten. Toch zal je met wat geduld, de juiste tips, en een goede voorbereiding zeker tot leuke resultaten komen.

Waar & wanneer

Vlinders tref je het vaakst aan van half april tot en met augustus, met een duidelijke piek in juni. De algemene soorten vind je bijna overal. De vlinders hebben zich aangepast aan de invloed van de mens en komen zelfs in de meest verstedelijkte gebieden voor. Zeldzame vlindersoorten stellen echter bijzondere eisen aan hun biotoop en zijn daarom vaak met uitsterven bedreigd. Ze komen slechts op enkele plaatsen voor en gaan dramatisch achteruit door het verdwijnen van hun habitat. Als je dus bijzondere vlinders wilt fotograferen, moet je vaak op zeer specifieke locaties gaan zoeken. Maar voor leuke foto’s hoef je geen zeldzame soorten te fotograferen. Een doorsnee soort op een kleurrijke bloem volstaat voor een mooi resultaat. Het zijn vooral compositie, licht en sfeer die jouw beeld net dat ietsje meer geven. 

Foto: Davyvanhuijkelom

Ochtend

Zoals de meeste andere insecten zijn vlinders vooral actief wanneer het warm genoeg is. Op dat moment zijn ze echter veel moeilijker in beeld te brengen. Ze blijven geen seconde stilzitten. Ga daarom ’s morgensvroeg vlinders fotograferen. Een frisse nacht heeft ze sterk afgekoeld, waardoor ze vaak uren blijven zitten tot ze opgewarmd zijn. Als je voorzichtig bent en ze niet verstoort, heb je een zee van tijd om ze te fotograferen. Bovendien kan je op die momenten ook meer experimenteren en dezelfde vlinder op verschillende manieren in beeld brengen. Als je bovendien het geluk hebt dat de vlinder bedekt is met dauwdruppels, is het pas echt feest. De ochtend is dus ongetwijfeld het beste moment om vlinders in beeld te brengen. Jammer genoeg zijn ze op dat moment een stuk moeilijker te lokaliseren, dan wanneer ze overdag opvallend rondfladderen in de zon. Vlinders en ook andere insecten verbergen zich ’s nachts tussen de vegetatie. Je moet dus goed speuren tussen de struiken en ander gewas om ze terug te vinden. Ga zeer voorzichtig te werk, zodat je ze niet verstoort, want dan laten ze zich vallen tussen het gras en kan je opnieuw beginnen zoeken.

Foto: Peterr

Voorbereiding

Je kansen vergroten als je de dag van te voren op zoek gaat naar geschikte locaties met veel insecten. Vlinders worden aangetrokken door bloemen en verkiezen vaak ook de nabijheid van water. Bloemenweides met verschillende soorten grassen, nabij een vijver of een ven, zijn dus het ideale biotoop. Ook zonnige paden en open stukjes in of langs bossen, trekken vaak veel vlinders aan. Deze voorbereiding doe je best overdag, wanneer het zonnig en warm is. De vlinders zijn actief en je ziet ze goed vliegen. Zo kan je beter inschatten of er genoeg vlinders te vinden zijn. De kans is dan groter dat je er ’s morgens eentje terugvindt, rustend op een bloem en bedekt met dauwdruppels. Daarnaast zijn de meeste vlinders ook gebonden aan specifieke waardplanten. Op deze planten zetten ze hun eieren af. Het oranjetipje vind je bijvoorbeeld vaak in de buurt van de Pinksterbloemen. Het zeer zeldzame gentiaanblauwtje zet zijn eieren dan weer af op Klokjesgentiaan. Als je deze waardplanten kunt herkennen, is de kans groter dat je de vlindersoort ook terugvindt. Naast het herkennen van planten is het ook belangrijk om te weten wanneer bepaalde soorten vliegen. De vliegperiode van de meeste vlindersoorten is terug te vinden in de gespecialiseerde literatuur en op www.vlindernet.nl. Op de website www.waarneming.nl kan je achterhalen waar en wanneer er veel vlinders werden waargenomen. Ten slotte doe je er ook goed aan het weerbericht te volgen. Zonnige dagen met koele nachten en windstille ochtenden zijn ongetwijfeld de beste momenten om erop uit te trekken. Consulteer de website van het KNMI of raadpleeg apps zoals WeatherPro of Windfinder op je smartphone of tablet. Deze apps geven je niet alleen een goed beeld van het weer, maar je kan ook beter inschatten of het ’s morgens windstil zal zijn.

Door vooraf locaties te verkennen, kennis op te doen over bepaalde soorten en het weer goed op te volgen, zullen je kansen op een geslaagde foto ongetwijfeld toenemen. Een goede voorbereiding is het halve werk!

Foto: Tom Kruissink

Techniek

Heb je het geluk ’s morgens een vlinder terug te vinden, ga dan zeer voorzichtig te werk. Denk eerst even na hoe je het onderwerp in beeld wilt brengen voor je het statief neerzet. Eén verkeerde tik met één van de statiefpoten is voldoende om de pret te bederven.

Bij macrofotografie is de scherptediepte erg beperkt en de autofocus zal het in de meeste gevallen laten afweten. Stel daarom steeds manueel scherp. Met de live view functie kan je inzoomen op het onderwerp en de scherpstelling perfect regelen. Live view is bovendien handig om te werken vanuit onhandige posities, waarbij je met het hoofd nauwelijks bij de zoeker komt.

Het onderwerp komt ongetwijfeld het best tot zijn recht wanneer je het fotografeert tegen een zachte, kleurrijke achtergrond. Hou daarom de scherptediepte goed in de gaten. Een hoog diafragmagetal of dus veel scherptediepte zorgt meestal voor rommelige achtergronden. Het is steeds zoeken om het onderwerp voldoende scherp in beeld te brengen en de achtergrond toch rustig te houden. Vermijd onrustige vlekken en patronen door je positie zorgvuldig uit te kiezen en op ooghoogte van het onderwerp te fotograferen. Blijft het beeld toch onrustig dan kan je de vegetatie in de achtergrond eventueel wat platdrukken. Let er wel op dat je dan geen zeldzame planten vernielt en handel steeds met respect voor de natuur. 

Foto: ellesa

Experimenteren

Een kleurrijk vlindertje tegen een zachte achter achtergrond is leuk, maar het beeld oogt misschien wat saai en steriel. Daarom loont het ook om wat te experimenteren en andere dingen uit te proberen. Breng het onderwerp bijvoorbeeld eens wat minder beeldvullend in beeld en laat wat meer van de omgeving zien. De mooiste effecten krijg je door met zeer weinig scherptediepte (bv. F2.8) te fotograferen. Zo worden voor- en achtergrond mooi zacht. Als je scherp stelt op de ogen van de vlinder, dan krijgt de toeschouwer het idee dat alles scherp is. Je kan ook door de vegetatie heen fotograferen en een mooi onscherp kader rond het onderwerp vormen. Zo krijgt de vlinder alle aandacht. Door te experimenteren met het spel tussen licht en schaduw in de achtergrond kom je vaak tot verrassende resultaten.

High key & silhouetten

Je kunt nog een stapje verder gaan en het onderwerp in high-key fotograferen. Neem hiervoor een laag standpunt in, zodat het onderwerp tegen de lucht wordt gepositioneerd. Vervolgens ga je sterk overbelichten, zodat de achtergrond volledig wit wordt. Vaak moet je hiervoor minimaal 2 stops extra licht toevoegen. De beste high-key resultaten bereik je wanneer het bewolkt is, op andere momenten is de lucht meestal te fel. Je kan ook fotograferen in tegenlicht, waarbij de vleugels van de vlinder mooi oplichten in het ochtendlicht of fel onderbelichten zodat een silhouet ontstaat. Het zijn allemaal leuke manieren om het onderwerp eens op een andere wijze te benaderen.

Foto: Hans-schot

Materiaal

In principe kan je met een compactcamera met macro-stand al heel wat doen. Toch is het met deze toestellen een stuk moeilijker om een mooie zachte achtergrond te creëren. Compactcamera’s geven omwille van hun kleinere sensor, namelijk meer scherptediepte. Voor de mooiste effecten in voor-en achtergrond zal je dus moeten uitkijken naar een (digitale)reflexcamera gecombineerd met een echte macrolens. Een macrolens met brandpuntsafstand van 100mm of meer laat je toe op een comfortabele afstand van je onderwerp te werken. Bovendien geven ze vaak een mooier bokeh dan lenzen met een kleinere brandpuntsafstand. Onder bokeh verstaan we de manier waarop de lens de onscherpe delen in een foto weergeeft; of dus de effecten die ontstaan in voor-en achtergrond wanneer je met weinig scherptediepte fotografeert.

Tussenringen

Met behulp van tussenringen kan je een standaardlens omzetten in een macrolens. Tussenringen zijn holle ringen die tussen de lens en de camera geplaatst worden en de beeldafstand vergroten. Hierdoor wordt het beeld op de sensor groter en verkleint de scherpstelafstand. Deze ringen bevatten geen glas, waardoor je niets aan kwaliteit verliest. Wanneer je deze ringen combineert met een macrolens krijg je extreme macromogelijkheden die toelaten om nog meer in detail te gaan.

Statief

Naast camera en lens is ook een stevig statief onontbeerlijk. Vlinders zitten vaak verborgen tussen het gras. Kies daarom een statief zonder of met een kantelbare middenzuil zodat je vanaf een laag standpunt kunt fotograferen. Op dat statief hoort een degelijke statiefkop. Een balhoofd is het meest flexibel en laat je toe om met één hendel bijna alle bewegingen uit te voeren. Zo’n balhoofd werkt meestal ook prettiger dan een driewegkop, waar je vaak 3 hendels moet bedienen om de juiste positie in te stellen. Als je vanaf statief werkt, vergeet dan ook niet om de beeldstabilisatie uit te schakelen. Stel ook de iso wat hoger in zodat de foto’s zeker scherp zijn, want ’s morgens bij weinig licht krijg je vaak lange sluitertijden. De meeste camera’s kunnen tegenwoordig perfect bij iso 800 gebruikt worden zonder te veel last van ruis.


Mis niks met de wekelijkse Zoom.nl nieuwsbrief!

E-mailadres

Compositieregels zijn er om te breken

Fotowedstrijd Macro – doe mee en win