in

Vogels fotograferen aan het water: op deze instellingen moet je letten

We gaan de diepte in en geven je tips hoe je actiemomenten bevriest, wat je kunt doen aan een drukke of juist te egale achtergrond en vertellen hoe de belichting daar een rol in speelt. Kortom, praktische tips voor de juiste camera-instellingen die je direct toe kunt passen tijdens het fotograferen.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Vogels Spotten en Fotograferen in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het vastleggen van deze gevleugelde modellen en nog veel meer.

Actiemomenten bevriezen

Om bewegende dieren haarscherp in beeld te krijgen, moet je gebruikmaken van snelle sluitertijden. Welke sluitertijd je minimaal nodig hebt, zult je proefondervindelijk moeten vaststellen. Het hangt namelijk veelal af van de snelheid waarmee de vogel zich beweegt. Bij een lopende eend bijvoorbeeld is een tijd van 1/400 seconde al prima. Maar een zeevogel die met de wind mee vliegt, vraagt toch al snel om een sluitertijd van 1/1000 tot 1/2000 secopnde. Vliegt dezelfde vogel tegen een fikse wind in, dan is wellicht 1/400e al voldoende om de vogel scherp op de foto te krijgen.

Om deze korte sluitertijden te kunnen gebruiken, zet je de camera op diafragmavoorkeuze, ofwel de AV-stand. Kies een groot diafragma, bijvoorbeeld F 4,0. Mocht deze tijd niet kort genoeg zijn, verhoog dan je iso. Beter iets meer ruis in beeld met een scherp afgebeelde vogel, dan een ruisvrij beeld waarbij het hoofdonderwerp onvoldoende scherp is.

Voor vliegende, grote vogels zoals deze blauwe reiger, heb je om de beweging te bevriezen een sluitertijd van minimaal 1/1000 sec nodig.

Jan Sintemaartensdijk, jansint.zoom.nl
Nikon D500 · ISO 900 · F 6,3 · 1/1250 SEC · 600 MM

Eén AF-sensor

Wil je vliegende vogels fotograferen, maar is de achtergrond vrij druk? Dan kun je ervoor kiezen om je camera in te stellen op het gebruik van één focuspunt. Dit houd je dan tijdens het fotograferen nauwkeurig op het onderwerp gericht. Zou je meerdere sensoren verspreid over het hele beeld gebruiken, dan loop je het risico dat de camera per ongeluk op de vegetatie voor of achter het dier focust.

Van oudsher werkt het middelste punt bij spiegelreflexcamera’s het best en snelst, omdat hier zowel een horizontale als een verticale sensor bij de centrale AF-sensor wordt gebruikt. Inmiddels zijn de autofocustechnieken zo ver verbeterd, dat alleen het middelste punt gebruiken wel wat achterhaald is.

Toch raden we vaak alsnog aan om voor het middelste punt te kiezen, omdat je je onderwerp dan het best in beeld kunt houden. 

Centrale compositie

Een nadeel is wel dat het onderwerp dan centraal in beeld komt. Dat is qua compositie vaak minder mooi. Fotografeer je op deze wijze, pas dan achteraf de compositie aan in bijvoorbeeld Lightroom of Photoshop.

Vliegt de vogel van links naar rechts in beeld, dan haal je aan de linkerkant wat ruimte weg. Hierdoor wordt de ‘kijkruimte’ aan de rechterkant benadrukt.

Kies bij een rennende scholekster op een strand met veel reliëf of schelpen één AF-sensor om de vogel scherp in beeld te houden.

Peter van Wieringen, pvanwieringen.zoom.nl
Nikon D850 · ISO 1600 · F 6,3 · 1/1250 SEC · 600 MM

Meerdere AF-sensoren

Wil je vliegende vogels tegen een egale lucht fotograferen, stel dan de camera in op AF-C (continue autofocus). Zo houd je de vogel makkelijker scherp in beeld. Gebruik hierbij ook de functie waar in totaal zes of meer sensoren in het centrum van het beeld actief zijn. Deze combinatie werkt goed bij neutrale achtergronden, zoals in dit geval de lucht. Bij onrustige achtergronden gaat de camera bij te veel geselecteerde punten heen en weer pendelen tussen de vogel en de achtergrond. Dan krijg je misschien een resultaat waarbij alleen de achtergrond scherp is.

De AF-mode waarbij meerdere sensoren actief zijn, vergroot de trefkans op een scherp afgebeelde vogel ten opzichte van het gebruik van maar één sensor. Bij gebruik van de modus met één sensor loop je namelijk een groter risico dat je net naast de vliegende vogel richt, met een onscherpe opname als gevolg. En bij de lucht als achtergrond heeft de autofocussensor een stuk minder moeite met jouw hoofdonderwerp scherp houden: je hebt weinig afleiding van andere beeldelementen. 

Kies voor meerdere AF-sensoren in het midden bij het fotograferen van vliegende vogels tegen een lucht.

Hans van der Steen, sparks.zoom.nl
Nikon D800e · ISO 200 · F 5,6 · 1/2000 SEC · 300 MM

Continu-stand

De continu-AF-stand, ook wel Servo AF genoemd, zorgt ervoor dat de camera de vogel scherp in beeld houdt, zelfs als deze op je af komt vliegen. De autofocus blijft de afstand bijstellen als het onderwerp dichterbij komt, of juist van de camera af beweegt.

Maak in het geval van vliegende vogels wel genoeg foto’s, omdat je achteraf op je beeldscherm zult zien dat er vaak in de ene foto net wat meer scherpte ligt dan in de andere foto. Heb je voldoende te kiezen, dan is ook de kans op een prachtplaat veel groter.

Gebruik bij een vogel die recht op je afvliegt de meevolgende AF om de vogel scherp in beeld te houden.

Wendy van der Eijk, fotowendy.zoom.nl
Nikon D7200 · ISO 280 · F 7,1 · 1/1600 SEC · 220 MM

Schakelaar

De snelheid waarmee de camera scherpstelt, is ook nog afhankelijk van het type objectief en camera. Houd hier bij de aanschaf van de apparatuur rekening mee. Veel objectieven hebben een limietschakelaar voor de afstandsring. Stel deze in op de afstand oneindig tot bijvoorbeeld 10 meter, omdat vliegende vogels over het algemeen toch niet heel dichtbij komen. Door deze limietschakelaar kan de AF minder heen en weer pendelenen en kan de lens sneller focussen.

Spotlichtmeetfunctie

Een camera meet het licht dat door het objectief naar binnen valt. Over het algemeen meet de camera over het hele beeldveld, met eventueel nadruk op het centrum.

Daarnaast zijn veel camera’s uitgerust met een ‘intelligente lichtmeting’, de zogenaamde meerveldenmeting. Indien het totale beeld gelijkmatig verlicht wordt, is er niets aan de hand. Ook bij iets complexere lichtsituaties komt de meervelden­meting er wel uit.

Maar als er een groot lichtverschil is tussen de omgeving en het hoofdonderwerp, dan gaat het mis. Bijvoorbeeld als er zonlicht op de vogel valt, maar de omgeving zich in de schaduw bevindt. Uiteraard wil je juist het hoofdonderwerp goed belichten. Hiervoor hebben de meeste moderne camera’s de beschikking over de spotlichtmeetfunctie.

Waar je normaal met de camera over het hele beeldveld het licht meet, zorgt de spotmeting dat alleen een klein gebied (ongeveer 5 procent) in het midden van het beeld wordt gemeten. Door dan het licht te meten op het hoofdonderwerp waar het licht op valt, wordt dit goed belicht.

Bij veel camera’s kun je de spotmeting koppelen aan het AF-punt. Dit zorgt ervoor dat het licht wordt gemeten op het punt dat jij scherp wilt hebben.

Gebruik de spotlichtmeetfunctie wel altijd doordacht. Simpelweg op ieder onderwerp het licht meten, gaat niet altijd goed. Bij heel donkere (zwarte) onderwerpen en heel lichte (witte) onderwerpen levert ook de spotmeting een verkeerde uitslag op. In dat geval zul je toch zelf de EV-compensatie moeten gebruiken.

Je blijft dus altijd zelf de regie houden! 

Licht en sfeer zijn alles bepalend bij deze foto van een grote zilverreiger. Bijzonder fijn is ook de ruimte voor de volledige spiegeling van de vogel.

Erwin Stevens, erwins.zoom.nl
Canon 7D II · ISO 400 · F 6,3 · 1/250 SEC · 600 MM

Zoom Academy

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Vogels spotten en Fotograferen in Zoom Academy. Hierin leer je alles over het vastleggen van deze gevleugelde modellen en nog veel meer.

Zo leer je onder andere:

  • Alles over het vinden van verschillende vogelsoorten
  • De basis voor het fotograferen van vogels
  • Hoe je je camera het beste kunt instellen
  • Het nabewerken bij vogelfoto’s

Bekijk hier de volledige Cursus Vogels spotten en Fotograferen.


Ruis: waar komt het vandaan en wat doe je ermee?

3 fotolocaties voor het fotograferen van wilde zwijnen