in

Wijsheden voor het fotograferen in de bergen – Deel 3: Materiaal en techniek


19 november 2015, 09:25

Fotograferen in de bergen valt niet mee. In deze serie blogs neemt Taco Vos ons mee de bergen in om ons tips en wijsheden te verschaffen over fotografie op hoogte. In deel 3 van Taco Vos’ blogserie vertelt hij alles over materiaal en techniek.

De camera bij de hand

Wat ik ook in de bergen doe, ik heb altijd mijn camera om de nek. Of liever gezegd over een schouder met behulp van een schouderstrap systeem. Dit draagt veel comfortabeler. Als het nodig is dat de camera niet teveel slingert, dan klik ik de strap met een karabiner vast aan een band van de rugzak. Ideaal is dat niet, vooral als je aan het klimmen bent hangt het toestel soms danig in de weg. Daartegenover staat dat ik overal en altijd een foto kan maken. In steile wanden, in weer en wind, altijd. Dat levert dan foto’s op als deze. Foto’s die je zelden ziet omdat een camera bij de meeste mensen in dit soort situaties in de rugzak zit. Hoe hou ik de camera droog? Heel simpel, een stevige plastictas eromheen.

Welke lenzen?

In mijn rugzak zitten altijd vier lenzen. Een extreme groothoek, een standaardzoomlens van 24-105mm, een telelens van 100-400mm en een macrolens. Zo weet ik zeker dat ik altijd de juiste lens bij mij heb. Tijdens echte klimtochten heb ik overigens vaak alleen de standaardzoomlens en de groothoeklens mee. Anders wordt het gewicht van de kleine rugzak wel erg hoog naast alle klimspullen.

Rugzak

Als je de bergen ingaat heb je altijd van alles bij je, onder alle weersomstandigheden. Warme kleding, regenkleding, eten, drinken en camera, lenzen, statief, filters en reserveaccu’s. Dit is wel mijn minimum. Een goede rugzak is belangrijk. Alles moet er in passen. Kijk daarom goed of de rugzak die jij op het oog hebt al deze zaken kan herbergen. Zelf heb ik een Lowe Pro rugzak die ik op dagtochten gebruik. Zorg er ook voor dat je rugzak een heupband heeft, dat draagt veel prettiger als je een hele dag onderweg bent. Een rugzak zonder heupband hangt namelijk de hele dag op je schouders en dat is niet prettig.

Statief

Ik heb zelf een klein statief met een laag gewicht. Makkelijk om mee te nemen. Alleen wat instabiel bij harde wind. Om er dan voor te zorgen dat hat statief stevig staat hang ik er een rugzak onder. Mijn statief heeft onderaan de middenpaal gelukkig juist daarvoor een haak.

Flitser

Ik neem mijn flitser zelden mee de berg op. Voor foto’s in de hut zou de flitser soms best van pas komen. Aan de andere kant, je moet ook ergens het gewicht op je rug beperken. Dus in plaats van de flitser meenemen, schroef ik de ISO op als ik binnen een foto maak. Niet ideaal, maar wel praktisch. Wat ik wel altijd meeneem is een hoofdlampje dat ik ook kan gebruiken om eventueel bij te lichten.

ISO

In het algemeen gebruik ik een zo laag mogelijke ISO. Liefst 100 of 200. Maar op bewolkte dagen is het vaak noodzakelijk om 400 tot 800 te gebruiken. Of je dan al serieus ruis te zien krijgt is afhankelijk van de camera die je gebruikt. Bij zonsopkomst en zonsondergang heb je bij eenzelfde ISO getal overigens sneller ruis dan als het overdag. Daarom is het goed een statief te gebruiken. Dan kun je de ISO laag houden. Als het donkerder wordt verleng je de sluitertijd gewoon als dat nodig is. Dit is in de bergen meestal geen probleem omdat het een vorm van landschapsfotografie is. Je onderwerp beweegt (meestal) niet.

Sluitertijd

Als ik mensen fotografeer dan gebruik ik sluitertijden van 1/100 of 1/125. Officieel kun je bij 1/60 ook nog scherpe foto’s maken van rustig lopende mensen. Vaak zie je toch ergens beweging.
Bij dieren moet je een hogere snelheid gebruiken. Minimaal 1/200, vaak nog veel hoger. Ook zet ik de camera drive op continu. Dan kan ik meerdere foto’s achter elkaar nemen en later de beste uitkiezen.

Diafragma

Standaard gebruik ik f8 in de bergen. Je hebt daarmee het overgrote deel van het landschap scherp in beeld. Als ik precies wil weten waar het scherpe gebied van de foto begint gebruik ik DOF calculator. Een van de vele apps waarmee je kunt berekenen wat het scherptegebied van de foto begint en eindigt.
Bij het fotograferen van bloemen in de bergen wijk ik hier nog wel eens vanaf. Met een kleiner diafragma maak je de achtergrond wazig waardoor de bloem mooier uitkomt. De onderstaande foto is niet mijn mooiste maar demonstreert wel extreem wat ik bedoel.

RAW versus JPG

Jarenlang fotografeerde ik in JPG. Makkelijk, snel, kant en klaar. En onder goede belichtingsomstandigheden krijg je meestal ook prima foto’s. Maar als die omstandigheden iets minder ideaal zijn, zoals vaak het geval is in de bergen, is fotograferen in RAW beter. Tegenwoordig fotografeer ik dan ook alleen nog in RAW.
Een RAW bestand bevat veel meer informatie dan een JPG bestand. Je kunt met allerlei programma’s RAW bestanden eenvoudig bewerken zodat je een goede foto krijgt. Op Zoom vindt je verschillende cursussen die je daarbij kunnen helpen.

En vergeet niet te genieten

Fotograferen in de bergen is niet gemakkelijk, ik heb het in de inleiding al gezegd. Je moet aan nogal wat zaken denken, compositie, het creëren van diepte en welke details je wil vastleggen en dan nog alle technische aspecten. Best lastig allemaal. Maar of je nu wandelt, klimt of skiet in de bergen, geniet in de eerste plaats van de natuur, de grootsheid van het landschap. En maak dan pas je foto. Veel plezier.

Light L16

Panasonic onthult Post Focus voor achteraf scherpstellen