in

Zo stel je je reportageflitser in

12 januari 2021, 08:48

Stel je weet in theorie de verschillende mogelijkheden voor het instellen van je flitser. Hoe stel je die flitser nu in de praktijk goed in?

Richtgetal

De belangrijkste specificatie van een flitser is het richtgetal. Dat richtgetal is een waarde die opgegeven is door de fabrikant, en eigenlijk aangeeft wat het maximale vermogen is van je flitser.

Hoe hoger dat richtgetal, hoe krachtiger jouw flitser. Om dat vermogen nog wat nauwkeuriger aan te duiden, geeft het richtgetal eigenlijk de afstand aan die je flitser kan overbruggen bij een bepaald diafragma.

Om preciezer te zijn: als je het richtgetal deelt door de ingestelde diafragmawaarde, kom je op de maximale afstand in meters uit.

Een praktijkvoorbeeld. Stel je koopt een flitser met een richtgetal van 40. Dan kan jouw flitser (bij iso 100) bij F 4 een afstand van 10 meter overbruggen (richtgetal 40, delen door F 4 = 10 meter). Diafragmeer je nu naar F 8, dan loopt het bereik terug naar 5 meter (richtgetal 40 delen door F8 = 5 meter).

Onthoud in elk geval: hoe hoger het richtgetal, des te groter de afstand die je met je opzetflitser kunt overbruggen.

Canon gebruikt in de naam van z’n flitsers het richtgetal: zo heeft de Speedlite 470EX-AI een richtgetal van 47.

Automatisch of handmatig?

Je kunt de meeste flitsers op een automatische stand zetten of handmatig instellen. Bij die automatische stand wordt het licht gemeten door de lens (‘Through The Lens’). Deze handigheid zorgt ervoor dat de flitser precies de juiste hoeveelheid licht afgeeft, zodat jouw onderwerp perfect belicht wordt.

TTL is vooral erg handig als je snel wilt kunnen handelen, maar je hebt zelf veel minder controle over de hoeveelheid licht die de flitser afgeeft. Je zult merken dat elke foto verdacht veel op de andere lijkt.

Dat kan ook niet anders, want de belichting van je onderwerp is bijna iedere keer gelijk. En dat kan een serie foto’s (of zelfs één enkele foto) een beetje saai maken. Soms wil je je onderwerp juist wat meer belichten … of minder. TTL houdt daar in wezen geen rekening mee. Je kunt in die stand vaak wel een flitsbelichtingscorrectie instellen, maar dan ben je in feite al semi-handmatig bezig.

Het allerleukste is om volledig handmatig te werken. Juist dan heb je geweldige creatieve mogelijkheden om echt jóúw stempel op een foto te drukken.

We gaan je hierna uitleggen hoe je hiermee aan de slag gaat.


Deze flitser van Canon staat hier in TTL-stand.


Ook deze flitser van Nikon staat hier in de TTL-stand ingesteld.

Nog even in het kort: zo werkt TTL

Bij TTL geeft je flitser een voorflits (‘pre-flash’) af. Je onderwerp weerkaatst het licht en die weerkaatsing wordt opgevangen. Door die weerkaatsing te interpreteren, weet de flitser hoe sterk de uiteindelijke flits moet zijn om het onderwerp juist uit te lichten. En dit gaat razendsnel, dusdanig snel zelfs dat je het vermoedelijk niet eens merkt.

Het is dus een volautomatische stand die overal rekening mee houdt: met de ingestelde sluitertijd, het diafragma en de afstand tot je onderwerp. De TTL-stand is prachtig voor het fotograferen van evenementen als het allemaal ‘snel snel’ moet of de lichtomstandigheden snel wisselen.

Je flitser handmatig instellen

Wie op de Mode-toets van zijn flitser drukt, ziet het TTL-symbool verspringen naar M: van manueel oftewel handmatig.

Door met pijltoetsen te werken of aan het draaiwiel te draaien, kun je nu handmatig de output van je flitser instellen: van 1/1 (vol vermogen) tot misschien wel 1/64 of 1/128.

Stel dat je de flitser in de manuele stand naar 1/8 draait. Dan wil dat zeggen dat je op dat moment een achtste deel van het totale vermogen van de flitser gebruikt. Zo kun je dus heel eenvoudig de sterkte instellen. Elke stap die je hierbij instelt, is één stop lichtverschil. Ga je bijvoorbeeld van 1/8 naar 1/4 van het totale vermogen, dan komt er één stop meer licht uit de flitser.


Deze flitser van het merk Godon staat op de handmatige stand en is ingesteld op 1/16.

De juiste sterkte

Maar … wat is dan de júiste sterkte? Tja, dat bepaal je natuurlijk zelf om je creatieve effect te verbeelden. Je kunt natuurlijk wel beginnen met een bepaald uitgangspunt, waarbij je onderwerp in principe ‘goed belicht’ is. Daarvoor moet je weten wat het richtgetal van je flitser is. Dat staat vermeld in de gebruiksaanwijzing van je reportageflitser.

In dit voorbeeld gebruiken we een flitser met een richtgetal van 60 bij iso 100. Zoals eerder is aangestipt, is er een kleine formule die je kunt proberen te onthouden:

Richtgetal / F-getal = afstand

Schrijven we die andersom op, dan kom je op:

Afstand x F-getal = richtgetal

Daarbij is de afstand tussen onderwerp en flitser – dus niet tussen onderwerp en camera – bepalend.
Stel dat je model op 4 meter van de flitser staat en je fotografeert op iso 100 met een diafragma van F 7,1. Volgens de formule kom je op een richtgetal van 4 x 7,1 = 28,4, afgerond 30. Aangezien de flitser op vol vermogen een richtgetal van 60 heeft, moet je de flitser dus handmatig op half vermogen (1/2) zetten om op het benodigde richtgetal van 30 uit te komen.

En voilà, een prima belichte foto, die je uiteraard verder kunt finetunen met meer of minder licht.

In dit menu van een Nikon-camera stel je de flitser in op de handmatige stand.

Daglicht én flitslicht combineren

Baas over eigen beeld: dat is wat we allemaal willen. We willen controle houden over scherptediepte en kleur, maar óók over hoe ons onderwerp samenspeelt met de achtergrond. Verbluffend zijn die fantastische, ingeflitste foto’s van een sprankelend model aan het strand bij ondergaande zon.

Wil jij dat ook? Gelukkig kun je dat best makkelijk leren!

Stap 1: Nulmeting van de omgeving

De truc is eerst om die achtergrond van de ondergaande zon goed op de foto te krijgen. Zet nu dus eerst je flitser uit. Je leest het goed: je maakt de foto eerst zónder flitser. Kies camera-instellingen die een perfecte foto van de ondergaande zon opleveren. Je negeert hierbij de belichting van je model! Dat kan best lastig zijn, maar let bij het instellen van je camera nu echt alleen op die achtergrond. Je hebt hierbij natuurlijk de meeste controle door je camera op de M-stand te zetten en dus zelf je sluitertijd, diafragma en iso-waarde te kiezen.

Vind je het lastig om een juiste belichting te bepalen? Je kunt ook de camera op een half-automatische stand (sluitertijdvoorkeuze of diafragmavoorkeuze) zetten om het instellen van de camerabelichting makkelijker te maken. Onthoud daarna de instellingen die de camera kiest, en stel die in de M-stand alsnog handmatig in. Verander nu even niets meer aan deze instellingen (daarom moet je alsnog naar de handmatige stand, en moet je niet blijven in een half-automatische stand).

We gaan even uit van de voorbeeldinstellingen: ISO 100, F 5,5, 1/60 SEC.

Rob Jansen, robbie-j.zoom.nl · Nikon D750 · ISO 100 · F 3,2 · 1/160 SEC · 15 MM

Een fantastische actiefoto, waarbij de achtergrond ook zeer mooi belicht is. Hier is gebruikgemaakt van een flitser die het hoofdonderwerp perfect uitlicht. Model: Tom Ottjes.

Stap 2: Nulmeting flits

Is het gelukt? Nu is de ondergaande zon perfect in beeld, maar je model is te donker. Dat klopt, want je mocht alleen op de achtergrond letten. Nu gaan we even alleen op de voorgrond letten.

Je brengt je flitser in stelling om het model in te flitsen. Welke instellingen je nodig hebt? Test het uit, en gebruik de formule die je net geleerd hebt. Bepaal de sterkte van het flitslicht dus aan de hand van de afstand tussen je model en de flitser, en het richtgetal van je flitser.

Kijk bij het resultaat nu vooral naar de belichting op je model? Is hij/zij te fel belicht? Stel de flitser dan wat minder fel in (bijvoorbeeld van 1/4 naar 1/8). Vind je dat er nog te weinig licht op het model valt, dan stel je een langere flitsbelichting in.

We gaan even uit van de voorbeeldinstelling: 1/8 flitssterkte.

John Trap, jpstairs.zoom.nl · Olympus E-M1 II · ISO 200 · F 4,5 · 1/200 SEC · 45 MM

Het model is hier prachtig belicht door de flits. De achtergrond speelt hierbij helemaal geen rol meer. Model: Jason Terrence.

Stap 3: Flits en daglicht in evenwicht

Nu je van beide lichtbronnen een nulmeting hebt, mag je gaan letten op het evenwicht tussen beide lichtbronnen. Vind je dat je model in het totaalplaatje toch sterker of minder sterk belicht zou moeten zijn, dan stel je de flitser alsnog bij.

Om de sterkte van het bestaande licht in je foto aan te passen moet je bij de instellingen van de camera zijn, maar hier zit een grote ‘maar’ aan! Het is namelijk belangrijk om na de nulmetingen niet meer aan je diafragma te komen. Met de grootte van je lensopening beïnvloed je namelijk zowel het bestaande licht als het flitslicht! En datzelfde geldt ook voor het veranderen van de lichtgevoeligheid: van de iso blijf je dus nu ook af.

De enige waarde die je vrij kunt veranderen, is de sluitertijd. Die beïnvloedt de hoeveelheid bestaand licht in je foto, maar heeft geen invloed op het flitslicht. Of je een sluitertijd van 1/250 seconde of een volle seconde gebruikt: het resultaat van de hoeveelheid flitslicht zal hetzelfde zijn, omdat de flits zo snel is. Met de sluitertijd kun je nu dus wél de hoeveelheid daglicht beïnvloeden.

Wil je meer daglicht in je foto, dan kies je een langere sluitertijd. Wil je minder daglicht, dan stel je dus een kortere sluitertijd in. Je moet bij het aanpassen van de sluitertijd overigens wel opletten dat je de sluitertijd niet korter maakt dan de maximale synchronisatietijd (meestal 1/250 seconde). Korter dan die synchronisatietijd kan alleen als je een High-speed-functie op je flitser hebt.

Bieke Timmerman · Nikon D750 · ISO 100 · F 1,8 · 1/60 SEC · 85 MM
Het combineren van bestaand licht met flitslicht geeft vaak extra ‘punch’. Model: Broes.

Resultaat

Je moet even met dit stappenplannetje oefenen. Doe je dat een paar keer, dan zul je merken dat het steeds makkelijker gaat. Je weet bijvoorbeeld heel snel de juiste instellingen te bepalen en kunt ook veel sneller de juiste flitstijd inschatten.

Kun je die twee componenten een beetje snel bepalen, dan is ook het bijstellen van één van de onderdelen niet zo lastig meer. Ga vooral veel oefenen!

En onthoud:
met je camera-instellingen bepaal je de belichting van de omgeving,
met de flits-instelling bepaal je de belichting van het onderwerp waarop je flitser gericht is.

Joris Brouwer, jorisbrouwer.zoom.nl · Nikon D750 · ISO 200 · F 4,5 · 1/100 SEC · 24 MM

Externe flitsers worden vaak ook ingezet bij trouwreportages. Hier is zowel de omgeving als het bruidspaar prachtig belicht.

Splashfotografie voor thuis: dit is een simpele opstelling

NiSi 15mm F4 ultragroothoek – Eerste NiSi objectief